Try it out
Interview met Erik de Gruijter
Erik de Gruijter (1959) ontving in 1998 voor zijn jeugdboek ‘Brand!’ de CLK prijs en werd met ‘Losgeld’ genomineerd voor de Eigenwijsprijs. Hij is getrouwd met Karin en zij hebben vier kinderen.
Wie is Erik de Gruijter?
Ik ben geboren op 5 maart 1959 in Den Haag. Ik had al een oudere zus en twee broertjes, maar die kwamen later.
In augustus 1982 leerde ik mijn vrouw (Karin) kennen en op 7 juli 1983 zijn we in Arnhem getrouwd. Dat bevalt prima en dat deed zij ook. Vier keer zelfs.
Gertjan is de oudste (9 september 1984), toen kwam Martijn (2 juli 1986, verjaardagskaarten zijn welkom), Nineke want we wilden ook een meisje erbij (15 juni 1989) en daarom ook Lisanne want dat was gezellig (6 mei 1992).
Toen vonden we het gezellig genoeg dus nu hebben we alleen nog maar twee katten erbij (Sjytah en muis), een konijn (Flappie) en alle kinderen hebben ratjes.
We hebben dus niet ons hele leven in Emmen gewoond.
Van oorsprong komen Karin en ik allebei uit het westen, maar in Arnhem hebben wel elkaar leren kennen. Ik was daar toen met een studie hydrologie en cultuurtechniek bezig aan een school die toen de Hogere Bosbouw en Cultuurtechnische School (HBCS) heette en nu de Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein (IAHL).
Mijn eerste baan kreeg ik in Zwolle als technisch medewerker bij een waterschap en sindsdien ben ik maar bij de waterschappen blijven hangen.
Drie jaar geleden (7 juli 1995- zo lang al weer?) zijn we naar Emmen verhuisd omdat ik een leuke baan bij het waterschap in Coevorden kreeg. (Eigenlijk was Karin in Emmen opgegroeid en heb ik bij de woonomgeving een baan gezocht).
Feitelijk ben ik dus techneut, maar inmiddels heb ik een baan als districtshoofd bij een waterschap in Veendam en ben niet zo heel veel technisch vakinhoudelijk meer bezig.

Wat is je kerkelijke achtergrond?
Toen ik gedoopt werd heette ik Fredericus Theodorus Lambertus Maria. Dat duurde te lang als ik binnen moest komen om te eten, dus noemden ze me Erik. Dan werd vrijdags de vis tenminste niet koud.
Niet alleen het eten verraadt een katholieke achtergrond. Toen ik zeventien werd zag ik het geloof niet meer zitten (dat stelde bij ons ook niet zoveel voor) en besloot atheïst te worden met enkele soms daarmee samenhangende normen en waarden. Dat ging een tijdje “goed” totdat ik mij meer ging verdiepen in paranormale zaken en constateerde dat er meer was tussen hemel en aarde.
Ik heb nog een blauwe maandag in Delft gestudeerd en daar kwam ik iemand van de Navigators tegen (studentenevangelisatie) die met mij over Jezus wilde praten. Ik was welbespraakt en opgegroeid met de evolutietheorie dus ik welbespraakte mijzelf helemaal klem. Ook nadat ik al lang en breed uit Delft weg was bleef ik regelmatig met hem doordiscussiëren totdat ik inzag dat hij gelijk had.
Kort daarna heb ik in een conferentie in De Bron in Dalfsen ervoor gekozen om christen te worden (1997).
Die jongen was gereformeerd of Hervormd (dat weet ik niet eens meer), maar dat trok mij niet. Ik was niet gewend aan kerken.
Toen ik in Arnhem ging studeren werd ik in Velp lid van een Volle Evangeliegemeente. Ik had grote belangstelling voor het boek ‘Openbaring’. Omdat ik geconstateerd had dat de rest van de Bijbel klopte, zou dit ook wel zo zijn. Toen ik op basis van de Volle Evangelieleer met dit boek aan de gang ging liep ik echter vast.
Na een gesprek hierover met een oudste adviseerde hij mij (in hele goede harmonie) om een andere gemeente te zoeken die beter bij mijn denkbeelden paste.
Ik wist niet eens dat die bestonden. Via een Maranathagemeente kwamen we uiteindelijk (verhuizing) in Zwolle toch weer in zo’n gezellig klein Volle Evangeliegemeentetje (50 man) terecht. Dat werkte voor ons echter toch niet en na twee jaar stapten we over naar de Vrije Evangelisatie (1000 man, inmiddels heel wat meer).
Daar kregen we het al heel snel heel druk. Ik functioneerde daar als kringleider en gaf huiskamerbijbelstudies. Onder andere over het boek ‘Openbaring’.
De belasting voor ons gezin was echter dermate groot dat we, na onze verhuizing naar Emmen, even wat rust hebben ingelast. We bezoeken af en toe verschillende gemeenten, waaronder ook de katholieke kerk die in Emmen een heel positief christelijke pastoor heeft (die ook pinksterconferenties bezoekt!).
Wat ik wel miste waren de gesprekken over Gods woord in de Bijbelstudie.

Waarom schreef je ‘De laatste week’?
Om ook op het gebied van Evangelisatie nog wat te doen besloot ik mijn kennis (interpretatie) van ‘Openbaring’ in een spannend verhaal te gieten. Dat werd “De laatste Week”. Mijn bedoeling daarbij was vooral die mensen te bereiken die niet bijzonder geïnteresseerd waren in de Bijbel maar er vast wel een beeld van hadden. Op deze manier hoopte ik mensen wakker te schudden.
Zowel gelovigen als ongelovigen.
De verwachting van de wederkomst van Jezus is per slot van rekening een van de peilers van ons geloof. Ik gebruik het boek nog vaak als ingang in een discussie/gesprek met familie en vrienden.

Wat communiceer je met je schrijven?
Met alle verhalen wil ik een boodschap (ver)stoppen in een spannend en/of soms ontroerend verhaal. Niet in een belerende vorm maar in de vorm van spiegels. De thema’s zijn vooral echtheid/ jezelf zijn, het zelf (kritisch) nadenken en het aanschoppen tegen vooroordelen.

Kunnen we nog meer van je verwachten?
Zeker! Volgend voorjaar verschijnt bij Novapres ‘Exousia’, het nieuwste product, een verhaal dat moet oproepen tot kritisch nadenken.
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584