Try it out
Lees hoofdstuk 1
12 Manden vol deel 3
 
Boek kaft: 12 Manden vol deel 3

Hoofdstuk 1

HET LICHAAM VAN CHRISTUS

De Christus: hoofd en lichaam
Lezen: Romeinen 12:1-5
Voordat we iets gaan zeggen over het twaalfde hoofdstuk van de Romeinenbrief willen we eerst nog even terugkijken naar de eerste acht hoofdstukken van die brief. Ik neem aan dat we allemaal weten dat de hoofdstukken negen tot elf illustratief zijn en als het ware tussen haakjes staan. Eigenlijk volgt het twaalfde hoofdstuk dus onmiddellijk op het achtste en we zien dan ook een rechtstreeks verband.
De eerste acht hoofdstukken van Romeinen gaan over twee stadia in het christelijke leven. We kunnen ze in tweeën delen; de eerste vier hoofdstukken plus tien of elf verzen van het vijfde hoofdstuk vormen dan het ene gedeelte en van hoofdstuk vijf vers elf tot aan het eind van hoofdstuk acht het tweede. In deze twee gedeelten probeert de apostel de christenen te laten zien hoe ze tot God gekomen zijn. Dit wordt in de eerste verzen van hoofdstuk twaalf gevolgd door de vermaning tot toewijding en tot het stellen van het lichaam als een offer om de wil van God te doen en daarna spreekt hij over het Lichaam van Christus. Wat betekent dit?
Dit is wat in het hart en in de raad van God is en de Christus Gods werd gezalfd om het tot stand te brengen. Het wordt een “geheimenis” genoemd, een geheim van God, dat eeuwenlang verborgen is geweest en pas in deze tijd bekendgemaakt (Rom. 16:25,26). We moeten het verschil gaan ontdekken tussen ons idee over de verlossing en Gods idee daarover, onze gedachte over het kruis en Gods gedachte over het kruis, onze opvatting over de heilige Geest en Gods opvatting, ons idee over geestelijke ervaring en Gods idee daarover. Wij geloven dat het kruis het centrale en belangrijkste werk van God is. Prijs de Heer, zo is het! Maar we moeten niet vergeten dat het kruis een middel is tot een doel; het kruis is geen doel op zichzelf. Het goddelijk middel is het kruis, maar het goddelijk doel is het Lichaam. Als u het kruis kent op de manier zoals God dat bedoeld heeft, dan kan het niet anders of u bevindt zich in het Lichaam. Als het kruis iets heel specifieks in uw leven gedaan heeft, merkt u gewoon dat u in het Lichaam bent. Dat kan niet anders. Als u daar niet bent, is het zeker dat het kruis zijn werk niet gedaan heeft of op zijn minst niet afgemaakt heeft. Wat betekent het?
Persoonlijke heiliging, die vele gelovigen benadrukken en zoeken, is werkelijk heel waardevol. Overwinning in ons dagelijks leven is werkelijk heel waardevol. De verlossing is heel waardevol. Prijs de Heer voor onze verlossing! Prijs de Heer voor de vergeving van zonden, voor de rechtvaardigmaking, voor de bevrijding van de macht van de zonde. Maar vergeet niet dat God ons niet verlost heeft en ons geestelijke ervaringen geeft, zoals bevrijding en overwinning, persoonlijke heiligheid enzovoorts, alleen om ons honderden en duizenden en miljoenen individuele christenen te doen zijn, allemaal apart en over de hele aarde verspreid. Dat is niet wat God bedoelt. De Here heeft nooit bedoeld dat christenen op zichzelf zouden blijven.
Zien we het werkelijk? Het is heel gemakkelijk om erover te praten. Ik schaam me bijna om te belijden dat ik jarenlang gedacht heb dat ik wist wat de leer over het Lichaam was en ik probeerde die zelfs toe te passen, zonder de realiteit daarvan te zien. Een stadsgids van Londen lezen kan nooit de plaats innemen van een bezoek aan Londen. Een kookboek uit je hoofd kennen kan nooit je plaats in de keuken vervangen. De leer van het Lichaam van Christus kennen, kan nooit de plaats innemen van het werkelijk zien daarvan.
Dit is het hele probleem vandaag de dag. Wij denken aan christenen in termen van zoveel personen, individuen. Wij beschouwen de verlossing als iets individueels; heiliging zien we als iets persoonlijks, net als overwinning en bevrijding. Als christelijke werkers zijn we al blij als de mensen van onze kudde doorgaan met de Heer, hun bijbel lezen, weten hoe ze moeten bidden en een oprecht en rechtvaardig leven leiden, waarbij ze iets van de bevrijding van de macht der zonde kennen. Maar dat is niet het Lichaam. Op een dag gebeurt er iets en die dag is voor u een zeer gezegende dag – een geweldige dag. De Here opent uw ogen en laat u zien dat behoudenis te maken heeft met het Lichaam, evenals persoonlijke heiligheid en het ontvangen van de heilige Geest. Ook een ervaring van het kruis heeft te maken met het Lichaam. U ziet dat Gods gedachte één Mens is – niet een heleboel kleine mensjes. Het is één Mens: de Here Jezus zelf en Zijn volk, die samen één Mens voor God zijn. Gods volle gedachte is gecentreerd in de Christus en wij zijn in Hem. Het is niet alleen een kwestie van het Hoofd, maar van het Lichaam. Prijs de Heer, individuele zondaren worden behouden. U begint als een losstaand persoon, maar u moet eindigen als een lid in het Lichaam. Dat is Gods gedachte. God werkt daar naartoe en Hij is met niets minder tevreden. Daarvoor hebben we het kruis nodig – voor dat corporatieve Lichaam, die corporatieve Christus, voor die nieuwe Mens, die allen omvat die in de Here zijn. Dit is wat God beoogt. Wij krijgen deel aan Christus, wij worden Zijn deelgenoten.
U weet dat ik uit China kom. Ik moet prediken in dorpen en ontmoet heel eenvoudige heiligen en ik heb de gewoonte om heel eenvoudige voorbeelden te gebruiken. Eens was ik in een dorpje in een eenvoudige samenkomst van gelovigen. Ik probeerde ze iets te vertellen over de eenheid van het Lichaam, dat God verlangt één Lichaam te hebben. Ik zag dat het voor hen heel moeilijk te begrijpen was. Als het onderwerp van de wedergeboorte Nicodemus al boven de pet gaat, dan gaat het punt van het ene Lichaam de Chinees ver boven de pet! Ze wisten niet wat het was. “Wij zijn niet één, wij zijn allemaal verschillende personen. Hoe kunnen we nu één zijn?” Ik bad er veel over. “Heer, U moet me iets geven om deze mensen te laten zien hoe ze één zijn.”
Op een zondagmorgen vierden we avondmaal. Ik zei: “Broeders, voordat we het brood gaan breken, wil ik graag dat jullie heel goed naar dit brood kijken.” Ze wisten niet wat ik bedoelde, maar ze keken heel aandachtig. Nadat het brood gebroken was, sloeg ik 1 Corinthiërs 10 op. We kwamen bij vers 17: “Omdat het één brood is, zijn wij, hoe velen ook, één lichaam.” Toen zei ik: “Zijn wij één brood? Dat brood is één, in ieder geval dat was het; maar is het nu nog één? Jazeker, maar het is verdeeld in verschillende stukjes. Als je ze weer bij elkaar zou kunnen brengen, zou het nog steeds één brood zijn, want alle stukjes komen van dat ene brood. Je kunt niet zeggen dat het twee broden zijn. Je kunt het in duizend stukjes breken, maar het is nog steeds één brood. Je kunt het feit van het ene brood niet ontkennen omdat het er één was. Het is onmogelijk om dit ene brood in feite weer één te maken, omdat het materie is. Maar vergeet alstublieft niet dat datgene wat van de Here Jezus in u is, in zekere zin nooit gebroken is. Dat is de basis waarop jullie allemaal één zijn. Het is omdat jullie allen deel hebben aan de ene Heer, en die Heer kan nooit gebroken worden. Hij is nog steeds in de Geest. U kunt het brood breken, maar niet de Heer. Daarom zijn jullie één.” Prijs de Heer, bij velen brak het licht door.
God is er niet tevreden mee dat we alleen maar individuele christenen zouden zijn. Als u in de Here gelooft en deel hebt aan Hem bent u tot een lid van dat ene lichaam gemaakt, dat God verlangt op te bouwen. Hij is niet tevreden met iets dat individueel is.
We komen nu bij de praktische kant. God moet ons eerst openbaring geven, zodat we zien wat Hij verlangt. Maar wat verlang ik? Zoek ik zogenaamd geestelijke ervaringen voor mijzelf? Probeer ik bekeerlingen te maken voor mijn kerk? Probeer ik mensen te bekeren zodat ze van de hel gered worden en fijn in de hemel komen? Of heb ik iets gezien van het hemelse, de hemelse Mens, en ben ik daarop gericht in mijn werk voor God? O, dat is iets heel anders. Alles verandert, zelfs het punt van bevrijding van de zonde, van heiligmaking, van overwinning. Alles komt in een ander licht te staan. Ik word een deel van het geheel.
Het is niet alleen maar een zaak van de leer over het Lichaam. Zelfs in Rome leert het Vaticaan dat. Ze geloven in één kerk, omdat ze zeggen dat het Lichaam één is, maar ze hebben hun eigen hoofd. Dat is het probleem. Ze hebben het niet gezien. Je kunt het niet zomaar als een principe toepassen. Je moet het zien. Maar als je het eenmaal ziet, maakt het in alles een groot verschil.

Leven in het Lichaam van Christus
Lezen: Col. 1:18; 1 Cor. 12:12-27; 14:26
Er zijn vele leden in het Lichaam van Christus en deze leden zijn samen verenigd, elk met zijn eigen functie. God heeft niet bepaald dat alle leden dezelfde functie zouden hebben. “Want, gelijk wij in één lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben …” (Rom. 12:4). Hoe kunnen deze leden met verschillende functies dan één gemaakt en harmonieus samengevoegd worden in één Lichaam? Er zijn grondprincipes die wezenlijk zijn voor dit harmonieuze functioneren van het Lichaam van Christus. Het eerste principe omschrijft de relatie tussen het Hoofd en mijzelf, het tweede de relatie tussen het Lichaam en mijzelf en het derde mijn positie als lid. Alle drie zijn onmisbaar.

De relatie tussen het Hoofd (Christus) en mijzelf – gehoorzaamheid
De betekenis van de absolute overgave van een christen ligt in de woorden: “Ik wil de Here gehoorzamen. Ik zal mijn vrijheid opgeven en Zijn gezag niet ongehoorzaam zijn.” Het eerste principe van het leven in dat Lichaam van Christus is de gehoorzaamheid aan het gezag van het Hoofd. Zowel het bestaan van het Lichaam als het functioneren en de activiteit van dit Lichaam zijn afhankelijk van gezag. Elke keer dat we het gezag niet accepteren, wordt het Lichaam verlamd. Elk deel dat ongehoorzaam is, is verlamd. Een verlamd lichaam volgt de aanwijzingen van het hoofd niet, want waar leven is daar is gezag. Als we leven willen hebben is het onmogelijk om geen gezag te accepteren. Zij die vol leven zijn, moeten het gezag gehoorzamen. Als mijn hand leven heeft, kan hij de aanwijzing van het hoofd niet weerstaan. Levend zijn houdt in dat we geleid worden door het hoofd. Daarom is het eerste principe van het leven in het Lichaam van Christus de gehoorzaamheid aan het Hoofd. Als u nog niet onder Gods hand geleerd hebt gehoorzaam te zijn, dan is alles wat u van het Lichaam weet slechts een kwestie van theorie, geen realiteit. God moet Zijn werk doen in uw leven van vlees en bloed, zodat u ziet hoe gezegend het is gehoorzaam te zijn aan het Hoofd. We moeten gericht zijn op gehoorzaamheid. We willen graag goede vorderingen maken in ons christenleven, heilig en rechtvaardig worden, maar toch moeten we er steeds op uit zijn gehoorzaam te zijn.

De relatie tussen het Lichaam (de gemeente) en mij – gemeenschap
Onze relatie met het Hoofd is die van gehoorzaamheid, terwijl het wezen van onze relatie met het Lichaam gemeenschap is. Onder de kinderen Gods is gemeenschap een zaak van realiteit en noodzaak. Het leven van het Lichaam van Christus heeft gemeenschap nodig en daarzonder is er alleen maar stagnatie. Gemeenschap houdt in dat u hulp ontvangt van andere leden van het Lichaam. Ik ben bijvoorbeeld de mond; ik kan spreken. Maar ik heb de gemeenschap met de oren nodig om te kunnen horen. Ik heb de gemeenschap met de ogen nodig om te zien. Ik heb de gemeenschap met de handen nodig om dingen vast te pakken. Ik heb ook de gemeenschap met de voeten nodig om te lopen. Daarom betekent gemeenschap dat ik de speciale kenmerken van anderen ontvang. Ik profiteer van wat anderen voor mij kunnen doen.
Sommige christenen begrijpen het principe van gemeenschap niet. Ze willen geestelijk groeien als individuen, zelf alleen bidden, alles alleen doen, tegelijk de mond, het oor, de hand en de voet zijn. Maar wie de Here kennen zijn niet zo, ze hebben gemeenschap nodig.
Gemeenschap houdt in dat ik weet dat ik beperkt ben en bereid om wat van anderen komt te accepteren.
Gemeenschap is niet alleen maar een leerstuk, maar een praktische realiteit. We kunnen niet 365 dagen per jaar goed bidden of de bijbel elke dag goed bestuderen. De ervaring heeft ons geleerd dat we zo nu en dan vanwege een slechte gezondheid of om andere redenen niet kunnen bidden of de bijbel goed lezen. Gaat het dan verkeerd met mij? Nee. Neem een doorsnee week. Ik heb gemeenschap met God op maandag en het gaat redelijk goed van dinsdag tot vrijdag. Maar zaterdags voel ik me moe en kan niet goed bidden of bijbellezen. Toch ben ik niet gedoemd op zaterdag te falen. Er is een onverklaarbare kracht die mij ondersteunt. Wat is de reden? Het is de voorziening vanuit het leven van het lichaam.
Vele kinderen Gods hebben een soortgelijke ervaring, niet een of twee keer, maar vele keren. Hoewel we zelf zwak zijn, draagt God ons erdoorheen. Hoe? Doordat de leden van het Lichaam wederzijds kunnen voorzien in de noden van elkaar. Iemand bidt: “Moge God al Zijn kinderen genadig zijn.” Terwijl het leven van een ander lid van het Lichaam in u stroomt, wordt u in leven gehouden. Het leven van het Lichaam stroomt in u en draagt u erdoorheen. We moeten dus zien dat we niet slechts door ons eigen leven leven, maar door het leven dat uit het Lichaam komt.

Mijn positie als lid in het Lichaam – dienen
Als we zien dat het leven van het Lichaam communicatief is en wederzijds voorziet, willen we niet graag iemand zijn die deze levenskracht alleen maar consumeert, maar iemand die het ook aan anderen kan geven. Als in het Lichaam van Christus meer leden leven nodig hebben en maar weinigen dit aan anderen kunnen geven, dan schiet de kracht van het Lichaam tekort. Om die reden moeten we bidden voor de anderen. God wil dat u door zulk bidden leven geeft aan andere leden. En zo is er altijd voldoende, als zij levenskracht nodig hebben.
In 2 Corinthiërs 12:26 staat: “Als één lid lijdt, lijden alle leden mede, als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde.” Er staat niet dat als één lid lijdt, alle leden behoren mee te lijden, of als één lid eer ontvangt, alle leden zich daarover behoren te verblijden. Gods Woord zegt dat als er één lid lijdt, het een daadwerkelijk feit is dat alle leden mee lijden. Als één lid eer ontvangt, dan is het een daadwerkelijk feit dat alle leden zich daarover verheugen. Dit verklaart waarom er tijden zijn dat u zich heel goed voelt, zonder aanwijsbare reden. Op andere momenten voelt u zich bedrukt. Er is geen andere reden voor dan dat de leden van het ene Lichaam met elkaar meevoelen.
Ten tijde van de grote geestelijke opwekking in Wales had een zuster, die zelf niet in Wales woonde, de volgende ervaring. Op zekere dag, terwijl ze met enkele anderen aan het bidden was, werd ze overstroomd met een grote geestelijke kracht, een ervaring die ze nooit eerder gehad had. Het hield zo’n vier á vijf maanden aan. Zonder enige moeite kon ze met God in contact komen, alsof de hemel vlakbij was. Toen las ze op een dag in de krant over de geestelijke opwekking in Wales en besefte dat die haar deze levenskracht gegeven had. Als één lid zich verblijdt, verblijden andere leden zich ook. Het Lichaam van Christus is een levend lichaam met organisch leven. Paulus zegt: “Ik vul in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente” (Col. 1:24). Omdat wij in één Lichaam zijn, kunnen we de noden van andere leden aanvullen.
Het is niet slechts een kwestie van lijden of verblijden, het is een kwestie van leven. Sommige leden kunnen het Lichaam voorzien van levenskracht, terwijl anderen het leven van het Lichaam moeten ontvangen. Beide aspecten moeten aanwezig zijn. We hebben de toevoer van leven uit het Lichaam echt nodig en wij op onze beurt moeten ook leven geven aan het Lichaam. Door gemeenschap ontvangen we leven van het Lichaam en geven we ook leven aan de andere leden. Als we over de gemeente als het Lichaam spreken, is dit niet slechts een leerstuk, maar een absoluut feit. Dat de kinderen van God samengevoegd zijn als leden van één Lichaam is ook een absoluut feit. Daarom moeten we graag de hulp van anderen aanvaarden en we moeten ook ons uiterste best doen andere broeders en zusters te helpen.
Samengevat: we moeten gehoorzamen aan het gezag van de Heer, het leven van het Lichaam met blijdschap ontvangen en tegelijkertijd het leven doorgeven aan de overige leden. Dit zijn de drie belangrijkste principes van ons leven in het Lichaam van Christus.

Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584