Try it out
Lees hoofdstuk 1
Vrij van slavernij
 
Boek kaft: Vrij van slavernij

1

Een geïnspireerde boodschap
Galaten 1 – 2

‘Laten wij nooit onderhandelen uit angst, maar laat ons nooit angst hebben om te onderhandelen.’ Deze wijze woorden, afkomstig van wijlen president John F. Kennedy, zijn zeer toepasselijk voor de vredesbesprekingen in Noord-Ierland. In de arena van de politieke diplomatie is de bereidheid tot onderhandelen onontbeerlijk.
Uiteraard is het niet goed om ons aan wie dan ook over te geven uit lafheid. De terrorist die probeert door intimidatie zijn zin te krijgen, mag nooit worden beloond. Maar tegelijkertijd kunnen we het ons niet permitteren om zo paranoïde en defensief te zijn dat we geen centimeter willen toegeven. Kennedy had groot gelijk.

INTOLERANTIE OF WAARHEID?

Men zou kunnen beredeneren dat dezelfde uitdaging opgaat op het gebied van godsdiensttwisten. We hoeven alleen maar te denken aan de bitterheid en het bloedvergieten die door de eeuwen heen zijn veroorzaakt door starre godsdienstige meningen. Met schade en schande hebben wij het belang van tolerantie geleerd. Immers, wie een constructieve bijdrage wil leveren aan de religieuze discussie, moet op een bescheiden, zelfbeheerste en open wijze zijn mening kunnen uiten. Zijn hier niet, net als in de politiek, geestelijke flexibiliteit en bereidheid tot onderhandelen onontbeerlijk?

    Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, [u] een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben: zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt! (Galaten 1:8-9)
Lieve hemel! Wat jammer nou! Verraadt zich hier soms Paulus’ oude onverdraagzame farizeïsche verleden? Jammer? Ik neem aan dat zelfs grote christenen wel eens een minder goede dag hebben. Zijn deze bokkige woorden afkomstig van dezelfde man die dat schitterende hoofdstuk over de liefde in zijn brief aan de Korintiërs heeft geschreven? Misschien had hij last van zijn spijsvertering? Of misschien is het zijn onervarenheid? Per slot van rekening was volgens sommige wetenschappers de brief aan de Galaten zijn eerste. Het is maar beter om verder discreet te zwijgen over deze intolerante uitlatingen!
Is dat uw reactie op deze openingszinnen van Paulus’ brief aan de Galaten; een ondoordachte uitval van een man in een slechte bui die beter zou moeten weten? Sommige mensen hebben het inderdaad zo geïnterpreteerd. Zij vinden Paulus’ ‘agressieve’ en ‘intolerante’ opmerkingen ver verwijderd van de christelijke liefde, en proberen liever excuses voor hem te verzinnen zoals ziekte of gebrek aan rijping, dan dat ze zich kunnen voorstellen dat er ze een positieve lering uit zouden kunnen trekken.
Ik wil hier een tegengestelde interpretatie poneren. Volgens mij zijn Paulus’ woorden alles behalve een laakbaar vertoon van bekrompenheid, maar stelt hij hier een principe aan de orde dat van levensbelang is, vooral voor ons die leven in de pluralistische, postmoderne, eind-twintigste-eeuwse omgeving. Het gaat om het volgende principe: er bestaat zoiets als Waarheid met een hoofdletter W, en over die Waarheid kan niet worden onderhandeld.
Onderhandelen kunnen we over de Noord-Ierse kwestie, over de Europese Monetaire Unie en de toekomst van Hongkong. We kunnen, en moeten bereid zijn tot onderhandelen over praktisch alles op het gebied van de politiek. Er zijn heel weinig discussiepunten waarover het moreel verantwoord is om een oorlog te riskeren.
Maar we kunnen niet onderhandelen over de Waarheid.
Onze opdracht in het eerste hoofdstuk is proberen te begrijpen waarom dit het geval is. Daarvoor moeten we eerst iets meer weten over de context van Paulus’ brief.

DE SITUATIE IN GALATIË

Deze brief is gericht aan ‘de gemeenten van Galatië’ (1:2). Hoewel de wetenschappers het niet eens zijn over de exacte locatie van het gebied dat Paulus bedoelt, is het het meest waarschijnlijk dat het gaat om de streek bij de zuidkust van Klein-Azië. Op zijn eerste zendingsreis stichtte hij hier verschillende kerken, waaronder Antiochië, Lystra, Derbe en Iconië; hierover kunnen we lezen in Handelingen 13 – 14.

Het is duidelijk dat er, op het moment dat Paulus schrijft, een dogmatisch geschil woedt onder deze jonge Galatische gemeenten, waarover Paulus zich grote zorgen maakt. Hij is gewoon zijn brieven te beginnen met complimenten en zegenwensen. Maar hier gooit hij alle tact en beleefdheden overboord. Hij doet geen moeite om zijn lezers mild te stemmen met beleefde gelukwensen. Na de plichtmatige groet barst hij direct uit in de hartstochtelijke vermaning van een man die zich gekrenkt voelt.

    Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommige, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. (1:6-7)
Er was in die tijd een groepering opgestaan die een tegengestelde theologische mening aanhing dan die Paulus had verkondigd, en er bestond een reëel gevaar dat de gemeenten van Galatië zich door hun opvattingen zouden laten meeslepen. De situatie was nijpend. Sommige gelovigen hadden zich al van het evangelie ‘laten afbrengen’, zoals Paulus schrijft. En zelfs degenen die nog niet zover waren, ‘verkeerden in verwarring.’
Paulus steekt niet onder stoelen of banken dat hij zich persoonlijk verraden voelt. Uit sommige van zijn opmerkingen wordt de gekrenktheid voelbaar, met name in hoofdstuk 4 van zijn brief, zoals we zullen zien. Maar het zou niet eerlijk zijn om zijn krachtige taal hier in hoofdstuk 1 af te doen als alleen maar een uiting van gekrenktheid. Waar het hem om gaat, is veeleer de zuiverheid van het evangelie. Zijn theologische tegenstanders waren bezig de Waarheid te ondermijnen. En een dergelijke situatie was eenvoudig ontoelaatbaar. Paulus was in ieder geval niet van plan zich erbij neer te leggen.

Wat verkondigden deze tegenstanders, waarover Paulus zich zo kwaad maakte? Hij vertelt ons dat niet direct. Wij moeten het afleiden uit wat hij schrijft als antwoord. En dat brengt onvermijdelijk een zekere mate van onzekerheid met zich mee. Het is net als wanneer je luistert naar een telefoongesprek en probeert te raden wat degene aan de andere kant van de lijn zegt. Je kunt nooit exact weten wat er wordt gezegd. Het resultaat is dat er heel wat theologische discussies zijn gevoerd over wat er nu precies gaande was in Galatië.

PAULUS VERSUS DE JUDAÏSTEN

Een ding is duidelijk: het meningsverschil dat Paulus met zijn tegenstanders in Galatië had, ging over de rol van de oudtestamentische wet. Een belangrijke sleutel in dit verband vormt een zin aan het einde van de brief, waar Paulus expliciet zegt: ‘zij trachten u te dwingen tot de besnijdenis’ (6:12).
Het christendom was natuurlijk voortgekomen uit het judaïsme. Jezus zelf en alle eerste christenen, waren joden geweest. En voor iedere jood was de wet van Mozes van enorme betekenis. Meer dan duizend jaar lang had deze wet het volk Israël gedefinieerd als het volk van God. Zij had hen in staat gesteld hun culturele identiteit te bewaren in een heidense wereld waarin velen van hen gedwongen waren als ballingen te leven. Het logische gevolg was dat het voor hen buitengewoon moeilijk was om afstand te doen van die wet, theologisch, maar vooral ook emotioneel.
Paulus bekeerde op zijn talrijke zendingsreizen echter ook vele niet-joden tot het christendom. Hij stichtte kerken die geen contact hadden met de stad waar het allemaal was begonnen, Jeruzalem, zoals deze kerken in Galatië. De meeste gelovigen in Galatië waren heidenen. Zij wisten weinig tot niets van de wet van Mozes. En van Paulus was bekend dat hij van mening was dat er geen enkele reden was om daar verandering in te brengen. Hij leerde dat de heidense bekeerlingen in de gemeenschap van de kerk moesten worden opgenomen alleen op grond van hun geloof in Christus, zonder enige bijkomende wettelijke voorwaarden afgeleid uit het Oude Testament. Voor sommige joden was dit echter te radicaal. Het was onaanvaardbaar dat heidenen bij het verbondsvolk van God konden horen zonder zich te onderwerpen aan de wet die zo lang het waarmerk van dat volk had gevormd. Zodoende stonden er groepen conservatieve joodse christenen op in de jonge kerk die probeerden om Paulus op dit punt tegen te werken. En het is bijna zeker dat deze concurrerende leraren die in de kerken in Galatië hun invloed deden gelden, tot deze groep behoorden.
Het is erg verleidelijk om hen te identificeren met de judaïstische partij waarover Lucas in Handelingen 15 vertelt. Daar lezen we over de inbreng van joodse christenen uit Jeruzalem, waaronder enkele voormalige farizeeërs, die erop stonden dat heidense christenen besneden moesten worden en zich moesten houden aan de wet van Mozes. Een dergelijk scenario past heel goed bij de kwesties waarvoor de twistzoekers in Galatië zich inzetten.
Duidelijk is naar mijn mening in ieder geval dat Paulus’ tegenstanders joden waren die het gevoel hadden dat hij te weinig aandacht besteedde aan de wet van Mozes bij zijn prediking onder de heidense bekeerlingen.

LEGALISTISCH, RACISTISCH EN NOMISTISCH

Bij onze pogingen om de opvattingen van deze judaïsten nader te bepalen, raken wij verwikkeld in wetenschappelijke discussies. Wij hebben hier niet genoeg ruimte om recht te doen aan alle verschillende meningen die over dit punt naar voren zijn gebracht. Als u er meer over wilt weten, kan ik het boek Paul, the Law and Justification van Colin Kruse aanraden, waarin de hele discussie zeer adequaat in kaart wordt gebracht. Voor ons is het voldoende om vast te stellen dat Paulus zich waarschijnlijk verzet tegen drie eigenschappen van deze judaïsten.
Ten eerste, zij waren legalistisch. Een legalistisch christen gelooft dat wij de verlossing moeten verdienen door te gehoorzamen aan Gods regels. Uit de beschrijving van Lucas in Handelingen 15:1 krijgen wij inderdaad de indruk dat deze judaïsten zo ver gingen. Zij hielden vol: ‘Indien gij u niet besnijden laat naar het gebruik van Mozes, kunt gij niet behouden worden’.
Ten tweede waren de judaïsten racistisch. Zij geloofden in de superioriteit van de joodse cultuur en wilden vasthouden aan discriminerende gebruiken die dat etnische elitarisme weerspiegelden. Sommige wetenschappers hebben er terecht op gewezen dat de wetten waaraan deze judaïsten het meeste belang hechtten en die ze de heidenen wilde opleggen, niet de Tien Geboden waren. Het valt inderdaad te betwijfelen of enige christen in de jonge kerk (inclusief Paulus) de continuïteit van de kracht van die morele wet betwistte. De gedeelten van de oudtestamentische wet waarover de judaïsten zich het meeste druk maakten, waren eerder de ceremoniële regels en sacramentele rituelen die dienden als culturele merktekens voor het joodse volk. Zaken als voedselvoorschriften, de inachtneming van de sabbatsrust en bovenal natuurlijk de besnijdenis. Hieruit kunnen we afleiden dat het niet alleen een morele kwestie was maar ook één van etnisch elitarisme. De judaïsten wilden de joodse identiteit vrijwaren van het primitieve christendom door er op te staan dat iedere heidense bekeerling zich ook moest bekeren tot het jodendom. Zij waren dus niet alleen legalistisch, maar ook racistisch.
Ten derde waren zijn nomistisch. Dit woord is afgeleid van het Griekse woord voor ‘wet’, nomos en is gemunt door wetenschappers die er een subtiel, maar belangrijk onderscheid mee wilden benoemen. Een nomist hoeft niet per se legalistisch te zijn omdat hij toegeeft dat wij door te gehoorzamen aan Gods wet geen plaats in zijn verbondsvolk kunnen verdienen. Nomisten houden echter wel vol dat een dergelijke gehoorzaamheid een voorwaarde is om die bevoorrechte plaats in het verbond en de bijbehorende zegeningen te behouden. In de taal van de traditionele christelijke theologie: nomisten geloven dat, hoewel de wet ons niet kan behouden, zij ons wel kan heiligen.
Een van de redenen dat de judaïsten een dergelijk nomistisch standpunt innamen, was, vermoed ik, de angst dat de heidense bekeerlingen heidense immoraliteit in de kerk zouden brengen. In hun optiek zette Paulus met zijn evangelie van ‘gratis behoud’ de deuren van de kerk wijd open voor lakse morele normen. Als de verlossing gratis is, kunnen wij ongestraft zondigen! De remedie tegen een dergelijke losbandige logica is volgens de nomisten de wet. Door de wet was het oudtestamentische volk Israël in staat zijn eigen identiteit te bewaren tijdens de ballingschap in de heidense wereld, en ze kon dezelfde functie vervullen voor de nieuwtestamentische kerk.
Bij het bestuderen van deze brief zullen we zien hoe Paulus al deze drie theologische dwaalwegen weerlegt. Tegen de legalistische opvatting, volgens welke het behoud moet worden verdiend door gehoorzaamheid aan de wet, brengt Paulus in dat wij worden behouden door het geloof, niet door onze werken. Dat is ook het thema van mijn tweede hoofdstuk, over Galaten 3:1-25. Tegen de racistisch houding, die een bevoorrechte positie voor de joden overeind wil houden, benadrukt Paulus dat er tussen degenen die gedoopt zijn in de nieuwe verbondsgemeenschap van de kerk, geen scheidingen van ras of cultuur kunnen bestaan omdat allen één zijn in Christus Jezus. Dat is een belangrijk element in het derde hoofdstuk van dit boek, over Galaten 3:26-5:12. En tegen de nomisten, die redeneren dat Gods geboden de sleutel vormen tot een heilig leven, zal Paulus inbrengen dat zij geheiligd zijn door de Geest, niet door de wet. Dat is het hoofdthema in ons laatste hoofdstuk, waarin we Galaten 5:13-6:18 behandelen.
Maar voordat Paulus ertoe overgaat de dwalingen van zijn tegenstanders systematisch te ontzenuwen, moet hij zich eerst bezighouden met een ander, nog fundamenteler onderwerp, namelijk dat van zijn eigen apostolische autoriteit. Vandaar dat dat het hoofdthema is van de twee eerste hoofdstukken van zijn brief.

PAULUS ONDERMIJNEN

Het is duidelijk dat er voor de judaïsten maar één manier was om hun theologische programma door te voeren, en dat was door Paulus te ondermijnen. Hij was de stichter van de kerken in Galatië. Hij had deze heidenen persoonlijk de weg naar Christus gewezen. Als zij enig succes wilden boeken met hun Terug-naar-Mozescampagne, moesten ze om te beginnen de bekeerlingen ervan zien te overtuigen dat Paulus, hun held, hen had misleid. En uit het vervolg van Paulus’ brief wordt duidelijk dat dit inderdaad de strategie was die zij volgden.
Tussen de regels door valt te lezen dat ze zijn autoriteit in twijfel trokken op verschillende gronden.
Hun eerste argument was dat hij niet bij de twaalf eerste apostelen hoorde, en dat hij als gevolg daarvan een onorthodoxe versie van het christendom predikte. Alles wat hij predikt over het christendom dat juist is , zo zeiden zij, heeft hij geleerd van de apostelen in Jeruzalem. En alles wat hij over het christendom predikt dat niet klopt, heeft hij zelf bedacht! (Dit doet mij denken aan iemand die graag schrijver wilde worden en die zijn werk terug kreeg gestuurd van de uitgever met het volgende commentaar: Uw werk is goed en origineel. Helaas is het deel dat goed is, niet origineel, en het deel dat origineel is, niet goed!)
Het klinkt alsof de judaïsten probeerden een wig te drijven tussen Paulus en met name de apostel Petrus, waarbij ze misbruik maakten van een ongelukkige woordenwisseling die zich tussen deze beide mannen had voorgedaan tijdens Petrus’ verblijf in Antiochië. En bovendien probeerden ze Paulus’ integriteit aan te tasten door te suggereren dat hij met zijn liberale opvattingen over de besnijdenis concessies deed teneinde de respons van zijn heidense doelgroep zo groot mogelijk te maken. Hij is gewoon een goedkope religieuze zakenman die op zoek is naar een populair produkt om aan de man te brengen.’
Voordat Paulus dus kan ingaan op de essentie van hun dwalingen, moet hij eerst deze lasterlijke insinuaties weerleggen en zijn geloofwaardigheid onder de Galatische gelovigen herstellen. En dat is wat hij doet in de eerste twee hoofdstukken. Zijn reactie bevat twee hoofdlijnen: hij bevestigt dat zijn boodschap van God afkomstig is en dat het een boodschap is van goddelijke genade.

Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584