Try it out
Lees hoofdstuk 1
Christus in u, de hoop der heerlijkheid
 
Boek kaft: Christus in u, de hoop der heerlijkheid

een

De keuze

DE TWEE BOMEN

Als er wordt gesproken over ‘de boom der kennis van goed en kwaad’ en ‘de boom des levens’ (Gen. 2:9) is het zonder meer duidelijk dat er een tegenstelling is tussen deze twee. We moeten ons er echter goed van bewust zijn wàt die tegenstelling is. In de eerste plaats kunnen we die tegenstelling verstaan als ‘de boom des levens’ en ‘de boom des doods’ want God zei van ‘de boom der kennis van goed en kwaad’: ‘Ten dage dat gij daarvan eet, zult ge voorzeker sterven.’ (Gen. 2:17).

Satans benadering suggereerde een andere tegenstelling, namelijk ‘de boom der kennis’ en ‘de boom der onwetendheid’. Hij stelde het voor alsof God de mens onwetend wilde houden en kwam met bedrieglijke woorden: ‘Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij zult als God zijn, kennende goed en kwaad’ (Gen. 3:4-5). Hij sprak daarmee God tegen en confronteerde de mensen met een vals ideaal, namelijk ‘te zijn als God’. Met zijn leugen deed hij een aanslag op het leven van de mensen in een poging om hen van God te scheiden. Immers, ‘zijn als God’ betekende: God niet nodig hebben, een onafhankelijke weg.

Niemand heeft ooit een scherpere karakteristiek van de duivel gegeven dan de Heer Jezus Christus. Hij zei: ‘Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen’ (Joh. 8:44). Er is geen enkele aanwijzing dat God de mens onwetend wilde houden. Als dat zo was, had Hij hem immers niet bestemd om de aarde te onderwerpen en erover te heersen (Gen. 1:28). De mens was de kroon van Gods schepping, begiftigd met hoge intelligentie, met onderscheidingsvermogen en de mogelijkheid om te kiezen en te beslissen.

In werkelijkheid is de tweede tegenstelling die we vinden in deze twee bomen dan ook ‘de boom der kennis in afhankelijkheid van God’ en ‘de boom der kennis in onafhankelijkheid van God’. In feite is deze onderscheiding dezelfde als de eerste, want afhankelijkheid van God is leven en onafhankelijkheid van Hem is de dood. Hij is immers de bron des levens (Ps. 36:10; Hand. 17:28).

De satan slaagde er dus in, het valse ideaal van ‘onafhankelijkheid van God’ in de mens in te planten en daarmee ‘de macht over de dood’ te verwerven (Hebr. 2:14). God had immers tot de mens gezegd: ‘Ten dage dat gij daarvan eet, zult ge voorzeker sterven.’ Stierf Adam die dag? Leefde hij niet nog honderden jaren nadien? Inderdaad leefde Adam in fysieke zin nog voort maar op het ogenblik van zijn verkeerde keuze stierf hij geestelijk.

GEESTELIJKE DOOD

In bijbelse zin is de dood niet het einde van het bestaan maar een toestand van scheiding, enerzijds van het lichaam, dat wordt overgegeven aan de ontbinding en anderzijds van de geest (Pred. 12:7). De geestelijke dood is de scheiding tussen mens en God, de bron des levens. De bijbel spreekt over ‘dood in overtredingen en zonden’ (Ef. 2:1, 5). Door het offer van de Heer Jezus Christus bestaat er de mogelijkheid om aan deze dood te ontkomen, maar zij die deze goddelijke voorziening niet benutten, worden overgelaten aan ‘de tweede dood’ (Op. 20:14-15), dat is de definitieve scheiding van God en daarom van het leven.
Het was dus zo, dat Adam geestelijk stierf op het ogenblik dat hij verkoos onafhankelijk van God te zijn. Laten we nog even stilstaan bij het wezen van deze geestelijke dood. De mens bestaat uit ‘geest, ziel en lichaam’ (1 Thess. 5:23). Het lichaam geeft hem contact met de schepping om hem heen en de ziel is zijn ‘ik’, zijn persoonlijkheid, de drager van wil, emotie en verstand. Tot zover is er overeenstemming tussen mens en dier, zij het ook dat de zielevermogens van de mens ver boven die van het dier uitgaan. Het typisch menselijke echter, dat hem onderscheidt van het dier, is de geest. Door de geest heeft de mens het vermogen tot communicatie met God. God schiep de dieren door Zijn Woord maar Hij vormde de mens en blies de adem (dat is de geest) des levens in hem (Gen. 2:7). De geestelijke dood is eigenlijk een niet functioneren van de geest.
Vanaf het ogenblik dat de mens in zonde viel heeft God er steeds aan gewerkt om de verbroken communicatie te herstellen. Dat is het wezen van de bijbelse geschiedenis. De Heer Jezus Christus zei dat de mens om Gods koninkrijk binnen te gaan, opnieuw geboren moet worden, dat is geestelijk geboren moet worden (Joh. 3:3-5). De nieuwe geboorte is dus in feite een terugkeer tot het leven dat God oorspronkelijk gegeven heeft. Daarom wordt er ook gesproken van opstanding (Ef. 2:5; Rom. 6:4-5), wel te onderscheiden van de opstanding van het lichaam (1 Thess. 4:16).
We kunnen dus zeggen dat de geestelijke dood het niet functioneren is van de menselijke geest om communicatie tot stand te brengen met God. De bijbel spreekt over de natuurlijke mens in tegenstelling tot de geestelijke mens. Deze staan tegenover elkaar en daarom wordt de natuurlijke mens ook wel vertaald met de ‘ongeestelijke mens’ (1 Cor. 2:14-15). Eigenlijk zouden we de ‘natuurlijke mens’ moeten vertalen als de ‘zielsmens’ want dat staat er letterlijk. Het verschil tussen de ‘zielsmens’ en het dier is alleen maar kwantitatief, d.w.z. de mens onderscheidt zich door hogere intelligentie, maar het onderscheid tussen de geestelijke mens en het dier is kwalitatief, d.w.z. dat het dier geen geestelijk wezen is.

LEVEN IN AFHANKELIJKHEID

De Heer Jezus Christus heeft gezegd: ‘Ik ben de opstanding en het leven’ (Joh. 11:25). Daarmee sprak Hij over de essentie van Zijn dienst, evenals toen Hij zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ (Joh. 14:6). Het offer van Christus staat zó centraal, dat we gemakkelijk vergeten dat Hij ons daardoor inleidde tot het leven, d.w.z. niet tot passiviteit maar tot aktiviteit. In Zijn vleeswording is Hij waarachtig mens geworden en heeft als zodanig op aarde geleefd als de volmaakte mens, waarvan we in de vier evangeliën een prachtige weergave hebben. We zullen daar in een later hoofdstuk verder op ingaan, maar hier wil ik erop wijzen dat Hij in Zijn hoedanigheid van volmaakte mens getuigde: ‘Ik kan van Mijzelf niets doen’ (Joh. 5:30; zie ook Joh. 5:19). Zoals de duivel de mens het valse ideaal predikte van onafhankelijkheid van God, zo wijst Christus de weg terug naar een volkomen afhankelijkheid van Hem.
De weg die de duivel wijst is wel een weg van enorme ontwikkeling, maar het is een ontwikkeling die ook steeds meer problemen met zich meebrengt. Het menselijke probleem is niet gebrek aan intelligentie maar het niet van God afhankelijk willen zijn. Dat loopt uit op verwarring zoals bij de torenbouw van Babel (Gen. 11:1-9). Het is de ‘ijdele wandel’, d.w.z. het vruchteloze streven van de mensheid, waarvan alleen Christus ons kan bevrijden (1 Petr. 1:18-19).
Door de verbroken communicatie met God is Hij voor de mens iets mystieks geworden, of een illusie. God zelf heeft deze afstand overbrugd door mens te worden in de Heer Jezus Christus en ons zo een ideaal voorbeeld gegeven van het volmaakte mensenleven in overeenstemming met Gods, plan zoals we dat vinden in de vier evangeliën. Op deze wijze heeft God de mens ook elk excuus ontnomen om Hem niet te kennen.
De Heer Jezus heeft zich niet gepresenteerd als een pretentieus mens met meeslepende leuzen.
Integendeel, Hij nodigt ieder uit om langs proefondervindelijke weg met Zijn werkelijke missie bekend te worden (Joh. 7:17). Zij die Hem vertrouwen, leren leven met de zekerheid dat zij zonder Hem niets kunnen doen (Joh. 15:5) evenals Hij zonder de Vader niets kan doen (Joh. 5:30). Met andere woorden, als we God willen kennen, moeten we Christus kennen (Joh. 1:18). Als mens is Hij kenbaar en Hij weerspiegelt Gods volmaakte plan voor het mensenleven. En dit zou tegelijkertijd onze veroordeling betekenen als Hij niet zichzelf met ons had geïdentificeerd en daardoor ons oordeel had gedragen. Het komt er nu op aan dat we deze identificatie met Hem aanvaarden. Hem verwerpen is voor het oordeel kiezen (Joh. 3:19) maar dat was niet de bedoeling van Zijn komst (Joh. 3:17).
Velen verwerpen de eerste hoofdstukken van Genesis als niet historisch. In ieder geval is de boom des levens méér dan historisch. De diepe betekenis die erdoor tot uitdrukking wordt gebracht is duidelijk in de laatste hoofdstukken van de bijbel. In de eerste plaats lezen we daar dat zijn vrucht is voor de overwinnaars (Op. 2:7) en verder lezen we dat zij, die hun klederen gewassen hebben, recht hebben op de boom des levens (Op. 22:14) Het boek Openbaring legt verder uit, wat de betekenis is van deze uitdrukkingen. Zij die hun klederen gewassen hebben, hebben dat gedaan ‘in het bloed des Lams’ (Op. 7:14). Later zullen we nader ingaan op de symbolische betekenis van kleding in de bijbel, met betrekking tot het getuigenis of de levensopenbaring. De kracht van het bloed van Christus is niet alleen voldoende om ons te reinigen van de zonde, maar ook om die te overwinnen. De aartsbedrieger, ‘de oude slang’ van Genesis 3 wordt daardoor overwonnen (Op. 12:9-11).

DE WEG VAN ONAFHANKELIJKHEID

Het is niet de bedoeling van dit boek over de historiciteit van de keuze in Genesis 3 te discussiëren, maar ik wil eraan herinneren, dat velen zogenaamde intellectuele bezwaren naar voren brengen om zich aan de morele verantwoordelijkheid te onttrekken. Dat is struisvogelpolitiek. De gevolgen van Genesis 3 zijn vandaag even aktueel als ooit tevoren. We staan in angstwekkend toenemende mate voor de consequenties van de ‘eigen weg’ die de mensheid heeft gekozen om de schepping aan zich te onderwerpen en tenzij God ingrijpt zal het erop uitlopen, dat de aarde woest en ledig zal zijn zoals die was aan het begin van Genesis 1 voordat God er Zijn goede schepping van maakte. Wat het milieu betreft denken we aan zure regen, dode meren, het verdwijnen van de ozonlaag in de stratosfeer en in het algemeen chemische, thermische en stralingsverontreiniging van lucht en water. Op ieder gebied nemen de problemen toe en dreigen catastrofen, of het nu is op ecologisch, sanitair, medisch, sociaal, monetair, economisch of op militair gebied. De Spreukendichter zei: ‘Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood’ (Spr. 16:25). De grootste schade is echter de morele schade. De dominerende filosofieën van onze tijd zijn atheïstisch. Het rationalisme kent geen hogere autoriteit dan de menselijke rede. Het materialisme ontkent de bovennatuurlijke of de geestelijke wereld en het existentialisme negeert in feite oorsprong en bestemming van de mens, om zich te concentreren op zijn aardse bestaan. Wat ze allemaal gemeen hebben is de gebondenheid binnen de menselijke beperktheid. Er is wel een drang om die menselijke beperktheid te ontkennen maar we worden er elke dag aan herinnerd door de dood. Kortom, de mens leeft onder de leugen van Satan. Dat is gemakkelijk te illustreren. Wat bijvoorbeeld in bijbelse zin vrijheid is (Joh. 8:31-32), noemt hij gebondenheid en wat in bijbelse zin gebondenheid is (Joh. 8:34) noemt hij vrijheid. Het leugenbegrip van vrijheid is dat men de ingevingen van zijn hart zonder belemmering moet kunnen volgen. Het zuivere begrip van vrijheid is dat men zich onbelemmerd kan aansluiten en groeien in het scheppingsplan. Het zal duidelijk zijn, wat het verschil is tussen deze twee opvattingen: de eerste laat God buiten beschouwing en de laatste erkent God als de bron van alle goed.
Een leven zonder God is een goddeloos leven. Het lijkt dan alsof de mens zijn eigen weg kiest maar in feite wordt hij gemanipuleerd door duistere machten, die hem van de waarheid hebben afgeleid. Voor hem is dan de schepping tot stand gekomen door één of andere bovenaardse intelligentie, maar niet door een persoonlijke God, aan wie hij verantwoording schuldig zou zijn. In Romeinen 1:18-22 lezen we: ‘Want de toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. Want hetgeen van Hem gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit Zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden.’ De apostel Paulus vervolgt dan met de beschrijving van de consequenties in hetzelfde hoofdstuk als God de mens overgeeft aan zijn eigen gekozen weg. In vers 24 is het de uitlevering van het hart aan onreinheid, in vers 26 is het de overgave aan hartstochten, d.w.z. de uitlevering van de wil aan onterende en onnatuurlijke praktijken. Tenslotte gaat het in vers 28 om de overgave van het denken dat leidt tot onbehoorlijk gedrag. De totale persoonlijkheid in zijn gevoelens, zijn wil en zijn denken wordt dus overgelaten aan zijn eigen gekozen weg. Als resultaat geeft het einde van het hoofdstuk een ontstellende opsomming van morele en zedelijke verwording.
Iemand zou kunnen zeggen: ‘Dat was de theorie van de apostel Paulus.’ Ook al ga je daarvan uit, dan nog is zijn theorie toch maar angstwekkend nauwkeurig bevestigd in de geschiedenis en in het bijzonder in onze dagen. Het was echter geen theorie maar Paulus schreef, geïnspireerd door Gods Geest, opdat wij niet in het duister zouden tasten ten aanzien van de keuze tussen dood en leven. We kunnen de keuze ook op andere wijze aangeven. Er zijn twee wegen om te leren kennen, namelijk door openbaring en door wetenschappelijk onderzoek. Natuurlijk hoeft er geen tegenstelling te bestaan tussen deze twee, als er de erkenning is van menselijke beperktheid en afhankelijkheid van God, maar de tegenstelling wordt evident als de menselijke rede alles buitensluit wat zij niet kan bevatten. De tegenstelling wordt dan die tussen menselijke beperktheid, bezegeld door de dood, en goddelijke leiding ten leven. Als we God leren kennen, ontsluit zich de oneindigheid. Onze Heer Jezus Christus bad: ‘Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt’ (Joh. 17:3).

Recensies uit de krant
6-1-2001Groei
12-1-2001Stichting Nederlandse bibliotheekdienst
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584