Try it out
Lees hoofdstuk 1
Eli
 
Boek kaft: Eli

1

Maandag was niet zo’n handige dag om te sterven. Eigenlijk kwamen dinsdag tot en met zondag ook niet zo goed uit. Conrad Davis had teveel belangrijke dingen aan zijn hoofd. Er moest nog zoveel geregeld worden. Hij moest nog een aantal producenten ompraten of omzeilen, als dat nodig was.
Niet interessant? Te ingewikkeld? Waar hadden ze het over? Dachten ze nou echt dat het publiek zo dom was?
‘Kom maar weer eens met een verhaal over een meerling,’ hadden ze gezegd. ‘Is die zevenling van McCaughey niet binnenkort jarig? Of anders iets over het paranormale – een moeder die haar overleden dochter heeft gezien of zo, dat valt altijd wel in de smaak.’
‘Jongens…’ Conrad keek gespannen de rokerige vergaderzaal rond. ‘Het gaat hier wel om een belangrijke wetenschappelijke doorbraak.’
Maar de andere producenten van het grote nieuwsblad Up Front bleven doorpraten zonder te luisteren. ‘Of een verhaal over een gehandicapte,’ opperde Peggy Martin, een van de weinige vrouwelijke werknemers. ‘Iemand in een rolstoel die de Mount Everest beklimt of zo.’
‘Jongens…’
‘Dat hebben we afgelopen november nog gehad.’
‘Jongens!’
‘Hoor eens, Connie.’ Dat was Phil Harrison, die de leiding had over het tv-programma. Hij nam een trekje van zijn sigaret en gebaarde naar de monitor, waarop ze net een stukje van Conrads bijdrage hadden gezien. ‘We bedoelen alleen maar dat dit stuk te ingewikkeld is. Een parallel-universum? Dat interesseert toch niemand?’
Leo Singer, een rivaliserende producent, grinnikte. ‘De volgende keer doet hij een stuk over kwantumfysica.’ De rest van de aanwezigen gniffelden. Het was zogenaamd goed bedoeld, maar Conrad wist dat er niets in deze meedogenloze wereld van de tv-journalistiek goed bedoeld was. Eén of twee misstappen, zoals het produceren van een waardeloos stuk dat niemand interesseerde, konden al rampzalig zijn – vooral als er vijfduizend jongens, die half zo oud waren als hij, stonden te springen om zijn baan over te nemen. ‘Zou je dat ook gezegd hebben over de landing op de maan of over de uitvinding van de gloeilamp – dat het te moeilijk is?’ zei Conrad. ‘We hebben het hier over het bestaan van andere werelden – vergelijkbaar met de onze, maar in een aantal opzichten toch verschillend.’
‘Werelden die we niet eens kunnen zien,’ zei een andere producent.
‘Heel handig,’ zuchtte Singer.
Peggy Martin zei: ‘Werelden die geen invloed hebben op de levens van onze kijkers.’
Conrad ging de gezichten aan de tafel langs. Hij zou het onderspit delven, en zijn collega’s, of liever zijn concurrenten, deden hun best om dat moment te bespoedigen. Maar hij had al honderden keren in dezelfde situatie gezeten, had al vaker geweigerd een gemakkelijk onderwerp te kiezen en gehamerd op waarheid en inhoud. Zo had hij al twee Emmy’s verdiend en talloze andere onderscheidingen.
‘Connie.’ Het was Harrison weer. ‘Die professor die je geïnterviewd hebt… hoe heette die?’
‘Endo.’
‘En deze professor Endo heeft niet meer dan een theorie, toch?’
‘De natuurkundige wereldtop staat achter hem,’ zei Conrad, ‘en hij heeft een aantal fantastische wiskundige formules ontwikkeld.’
‘Oh, wiskunde, dat zal de kijkcijfers wel opkrikken,’ zei Singer spottend. Anderen lachten instemmend.
Harrison ging verder: ‘Als er iets tastbaars was, iets dat je kunt filmen, dan zou je een goed verhaal hebben. Maar dit…’ Harrison schudde zijn hoofd en gooide zijn sigaret in een halfleeg blikje Cola Light, waar het zacht siste. Hij zei tegen de volgende producent. ‘Wolff, hoe staat het met dat stuk over giftig afval?’

De vergadering was al twee uur voorbij en Conrad reed op de snelweg naar het noorden, Los Angeles uit. Professor Endo woonde een uur buiten de stad, in het plaatsje Camarillo. Als ze iets tastbaars wilden hebben, dan zou hij daarvoor zorgen. Niet omdat dit verhaal zijn grote passie was, maar omdat hij het nodig had. Ondanks dat hij al vijfentwintig jaar bij het nieuws werkte en vele lofbetuigingen had ontvangen, kon hij met een tegenslag als deze zijn verdere carrière wel vergeten. Zo werkte het gewoon. Je kon niet op je lauweren rusten. Er werd alleen gekeken naar je laatste stuk. En als dat een mislukking was…
Voor het eerst sinds begin april regende het. Conrad zette zijn ruitenwissers aan. De bladen waren verdroogd door de zon van de afgelopen zomer en ze lieten vieze vegen achter. Hoe ironisch. Hij reed in een Jaguar van 72.000 dollar, maar had geen tijd om zijn ruitenwisserbladen te vervangen. Zo was het met alles in zijn leven – hij had het te druk met prijzen winnen om ervan te genieten. En hij had ze gewonnen, allemaal. Hij had alles wat hij altijd had gewild en meer: een fantastische baan, een leuk salaris, de waardering van zijn collega’s, veel speeltjes, mooie vrouwen (hoewel dat er wat meer waren dan de bedoeling was geweest), en zo kon hij nog wel even doorgaan. Maar de laatste paar jaar had dat lijstje steeds minder betekenis voor hem gekregen. Hoewel hij probeerde het te negeren, was er in zijn hart een knagende leegte ontstaan, die hem langzaam verteerde. Hij had de wedstrijd wel gewonnen, maar de overwinning en de trofeeën betekenden niets meer voor hem.
Hij pompte wat ruitensproeiervloeistof op zijn voorruit en de viezigheid werd minder. Hij keek naar zijn snelheidsmeter en zakte terug naar 100 km per uur. Doordat het al weken niet had geregend, lag er behoorlijk wat olie op het asfalt. Bovendien leken de meeste inwoners van Zuid-Californië opeens aan geheugenverlies te lijden als het ging om de regels voor rijden op nat wegdek. Hij had al een aantal lichte aanrijdingen gehad sinds hij naar Los Angeles verhuisd was en vaak was de regen de oorzaak geweest. Hij bewoog zijn hoofd heen en weer in een poging de spanning in zijn nek te verlichten. Hij pakte een potje pijnstillers uit zijn jaszak, deed een handjevol pillen in zijn mond en keek achterom of er iets op de achterbank lag om ze mee weg te spoelen. Niets. Alleen een paar lege zakken van McDonalds en een zak taaie chips. Wat had een tv-producent toch een aanlokkelijk leven. Hij hield de pillen op zijn tong tot hij genoeg speeksel had verzameld om er één door te slikken. Toen herhaalde hij dat proces voor de volgende, en de volgende, en de volgende – bij elke pil werd het een beetje moeilijker.
Hij zag het bordje ‘afslag 23’ voorbijkomen. Mooi. Nog maar een paar kilometer en dan de steile heuvel af naar Camarillo. Hij had zijn favoriete cameraman, Ned Burton, al ingeseind, en ook de jongens van het licht en het geluid. En hij had professor Endo gebeld, die graag nog een interview wilde geven.
‘Iets tastbaars?’ had de dokter met zijn licht Japanse accent gezegd.
‘Precies,’ zei Conrad. ‘Uw theorieën en formules zijn allemaal heel interessant, maar we hebben beeldmateriaal nodig, waar het publiek zich iets bij voor kan stellen.’ ‘Dat is geen probleem.’
‘Echt niet? Wat had u dan in gedachten? Ooggetuigen? Mensen die gezien hebben dat –’
De oude man grinnikte. ‘Ik ben bang dat als er ooggetuigen van deze werelden zouden zijn, ze in een psychiatrische inrichting zouden zitten, of bezig zouden zijn met een afkickprogramma.’
‘Wat dan?’ vroeg Conrad. ‘Hoe kunt u het bestaan van een parallel-universum bewijzen als niemand het ooit heeft gezien?’
‘Het is eigenlijk al een oud experiment. Het spijt me dat ik het niet eerder heb genoemd.’
‘Wat heeft u voor dat experiment nodig?’
‘Ik heb alles wat ik nodig heb hier in het laboratorium. Een plank met twee spleetjes erin en een zwakke laser.’
‘Is dat alles?’
‘Dat is alles. We richten de laser op de spleetjes en kijken dan hoeveel streepjes licht op de muur erachter vallen.’
‘Ik begrijp het niet. Als er twee spleetjes in die plank zitten, krijg je ook twee streepjes op de muur.’
‘Er zullen zeker meer dan twee streepjes zijn.’
‘Meer dan twee? Dat is onmogelijk.’
‘Je zult het zelf zien. En als we nog twee spleetjes in de plank maken, hoeveel streepjes krijg je dan op de muur?’
Conrad fronste zijn voorhoofd. ‘Ik zou denken vier, maar u gaat me nu waarschijnlijk vertellen dat het er twee keer zoveel zullen zijn als toen er nog maar twee spleetjes in zaten.’
‘Met vier spleetjes zijn er twee keer zo weinig streepjes op de muur te zien als met twee spleetjes.’
‘Dat is gek.’
‘Ja, als je gelooft dat er maar één universum bestaat wel. Maar als je het aan de beste moderne wetenschappers vraagt, zullen ze je vertellen dat de lichtstralen verstoord worden door onzichtbare lichtstralen uit andere werelden, vergelijkbaar met de onze, die op hetzelfde moment gebruikt worden voor hetzelfde experiment.’
‘Kunt u dat bewijzen?’
‘Kom maar naar het lab.’
Conrad dacht nog eens over hun gesprek na en schudde zijn hoofd. De gedachte dat er nog een Conrad was, die op dit moment naar een andere Camarillo onderweg was om een tweede professor te ontmoeten, was absurd. En niet maar één Conrad, maar miljoenen, allemaal identiek. Nou, niet precies identiek, want volgens Endo hadden alle tegenhangers de vrije wil om verschillende beslissingen te nemen. Eén Conrad Davis had kunnen wachten op een lift van de cameraploeg. Een ander had zijn baas gelijk kunnen geven en het stuk laten vallen. Weer een ander had het besluit kunnen nemen filosofie te gaan studeren, in plaats van journalistiek. En zo ging het maar door, er was een oneindig aantal mogelijkheden. En dan had je nog de vraag hoe het zat met de tijd…
‘Ik geloof zelf,’ had Endo gezegd, ‘dat deze verschillende werelden zich met verschillende snelheden voortbewegen. Voor sommigen kan een heel leven van zeventig of tachtig jaar in een paar uur worden beleefd. Voor anderen is het misschien precies het tegenovergestelde.’
‘Bedoelt u dat er in een andere wereld nog een Conrad is, die maar een paar uur leeft?’
‘Een paar uur volgens onze tijdsrekening, ja. Maar in zijn besef duurt het gewoon tachtig jaar.’
Geen wonder dat Harrison en de anderen vonden dat het verhaal te ingewikkeld was. Maar als dit in het lab bewezen kon worden en op film kon worden gezet…
Het ging harder regenen en hij zette de ruitenwisser op de snelste stand. Conrad was bijna vijftig jaar, maar het regelmatige zip-zip, zip-zip van de ruitenwisserbladen bracht nog steeds prettige herinneringen aan zijn jeugd in Washington naar boven, waar dat geluid deel had uitgemaakt van vele autoritjes.
Hij bereikte de top van de heuvel en begon aan de steile afdaling naar Camarillo. Hoewel het bewolkt was, had hij een prachtig uitzicht. Aan beide kanten van de weg waren berghellingen, indrukwekkende rotsmassa’s die opeens overgingen in de kustvlakte, tweehonderd meter lager. In de verte waren de uien- en aardbeienvelden te zien, die zich uitstrekten tot aan de oceaan, of tot aan de zich uitbreidende nieuwbouw.
Zip-zip, zip-zip…
De linkerbaan van de snelweg reed langzamer, dus hij keek over zijn schouder en stuurde naar rechts, waar het verkeer minder vaststond. Hij keek door de voorruit. Het was er nog, links van hem. De grillige rotsformatie, die leek op het profiel van een Indiaan die uitkeek over het dal. Het was het favoriete spelletje van Suzanne en de kleine Julia, wie de Indiaan het eerst zag, als ze vroeger op zondag naar de kust gingen.
Zip-zip, zip-zip…
Op zondag naar de kust – een van de weinige manieren waarop Suzanne uit de kerk weggelokt kon worden. Ze was een goede vrouw geweest. De beste die hij ooit had gehad. Ze had alles overgehad voor haar gezin. Toegegeven, ze was misschien een beetje te fanatiek op geloofsgebied, maar haar geloof in God vormde geen bedreiging voor hem. Hij gaf haar de ruimte en zij liet hem ook vrij. En eerlijkheidshalve moest hij toegeven dat hij, hoe ouder hij werd, steeds meer ging inzien dat er in haar verhalen over God wel wat zat.
God… als dit gedoe over meerdere werelden waar was, zou het wel interessant zijn om te zien waar volgens de theologen God in dat plaatje zou passen. En de religieuze leiders? En Jezus Christus? Als het waar was, zoals Suzanne altijd had beweerd, dat de wereld ‘gered’ moest worden, was dat dan ook niet zo met al die vergelijkbare werelden? Weer schudde Conrad zijn hoofd. De gevolgen zouden overweldigend zijn.
Zip-zip, zip-zip…
Hij kon de typische geur ruiken van regenwater dat zich vermengt met stof. Ook kwam de zwakke geur van uien hem uit het dal tegemoet. Hij glimlachte toen hij bedacht hoe de kleine Julia haar neus had dichtgeknepen vanwege de uienlucht. Dat waren leuke tijden geweest. Misschien wel de mooiste tijd uit zijn leven. Als hij één periode uit zijn leven uit mocht kiezen en dan de tijd stil kon zetten, dan –
Het geluid van een claxon deed Conrad opschrikken uit zijn dagdroom. Hij keek in zijn achteruitkijkspiegeltje en zag een grote truck opdoemen die een grootlichtsein gaf. Kom nou, dacht hij, waarom zo’n haast? Hij reed weliswaar op de rijbaan voor vrachtverkeer, maar hij ging al harder dan was toegestaan. Er reden trouwens nog meer auto’s voor hem, dus waar maakte hij zich –
Weer klonk de claxon, langer en harder nu. Conrad keek weer in zijn spiegeltje. De truck kwam snel dichterbij. Over enkele ogenblikken zou hij op Conrads bumper zitten om hem te intimideren. Maar Conrad Davis was niet zo snel van zijn stuk gebracht.
Nog meer getoeter. ‘Voel je je wel lekker?’ Conrad schreeuwde de woorden naar zijn spiegeltje, hief zijn handen op en gebaarde naar het verkeer om hem heen. ‘Wat wil je nou?’ En toen zag hij de chauffeur. Een jongen. Hij keek niet naar Conrad, maar worstelde ergens mee. Misschien trapte hij op de pedalen of zat hij aan de versnellingspook te morrelen – Conrad kon het niet goed zien. Dat was ook niet nodig. Want toen de jonge chauffeur eindelijk opkeek, zag Conrad de angst in zijn ogen.
Conrad keek vlug naar links en zocht een gaatje op de aangrenzende rijbaan om aan de voortrazende truck te ontsnappen. Er was geen ruimte. Alledrie de banen waren stampvol. De claxon bleef toeteren. De truck zat nu bijna op zijn bumper – zo dichtbij dat Conrad de jongen niet meer kon zien, alleen nog de enorme aluminium grille.
Ongeveer tien meter voor hem reed een zware cementtruck de helling af. Conrad onderdrukte het opkomende paniekgevoel en zocht naar een uitweg. Hij keek naar rechts, naar de vluchtstrook. Plotseling schokte de Jaguar. De truck zat tegen zijn bumper en Conrads hoofd vloog naar voren en toen weer naar achteren. De auto ging meteen harder rijden. Conrad trapte op de rem. Dat haalde niets uit. Hij slipte, waardoor het moeilijker werd om te sturen.
De cementtruck kwam snel dichterbij. Weer keek Conrad naar rechts. De vluchtstrook was maar smal, met een steile rotswand ernaast – een muur die een meer ervaren truckchauffeur had kunnen gebruiken om tegenaan te rijden om zijn snelheid te verminderen. Maar dit kind had geen ervaring.
Ze gingen steeds sneller. Als Conrad iets wilde doen, moest het nu gebeuren. Hij stuurde scherp naar rechts. Maar toen de Jaguar naar rechts ging, ging de grote truck mee.
De jongen was de macht over het stuur kwijt. Hij slipte en schaarde en schoof Conrad naar voren, naar de vluchtstrook en de rotswand.
Conrad worstelde met het stuur. Banden gierden. De claxon klonk nogmaals. Hij worstelde met al zijn kracht om de auto op de weg terug te krijgen. Maar het was te nat, te glad. De Jaguar raakte een smalle rand aan de zijkant van de vluchtstrook en vloog door de lucht. Het stuur was nu gemakkelijk te draaien, maar het maakte geen verschil meer. De rotswand doemde voor Conrad op en vulde zijn gezichtsveld. Toen hij er tegenaan knalde, explodeerde de airbag, maar niets kon zijn vaart nog tegenhouden.
‘Mijn God!’ gilde hij, en hij hief zijn handen afwerend op tegen de rotswand die nu door de voorruit heen kwam. Hij kon hem niet meer ontwijken, kon zich niet bewegen.
En toen was er niets meer.

Recensies uit de krant
7-1-2002Uitdaging
9-1-2002Herstel
12-6-2002Ronduit Insite
28-6-2002Nederlands Dagblad
1-10-2002Stichting Nederlandse bibliotheek dienst
3-1-2003Kivive
1-9-2003Sleutel
1-10-2003Hebbez
Recensies van lezers
NaamMarlies Schreurs
Rapportcijfer9
RecensieIn één adem gelezen. Myers weet op voortreffelijke wijze het evangelie te verkondigen. Op de ongelovigen onder ons zal dit boek beslist een indruk achterlaten en ze tot nadenken stemmen. Zo was Jezus niet, maar zo IS Hij. KIPPEVEL!
NaamHenriëtte
Rapportcijfer10
RecensieWAUW!!!
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584