Try it out
Lees hoofdstuk 1
Het keizerrijk K'Schan
 
Boek kaft: Het keizerrijk K'Schan
Het Keizerrijk K’Schan

1

Zware regenwolken slierden over het land zodat alles er somber en grauw uitzag in het uitgestrekte keizerrijk K’Schan. Het leek wel of de zon geen kracht bezat om het dichte wolkendek met zijn intensieve stralen te doorboren, zodat de hevige slagregens met kracht konden neerdalen op het doorweekte land. Met een mistroostig gezicht zat de keizer op zijn zetel aan het hoofd van een lange, zware eikenhouten tafel.
In de diepe nissen van de halfduistere vensters waren kaarsen geplaatst die walmend brandden; en aan de zware balken van het hoge plafond slingerden enkele olielampen zachtjes heen en weer in de tochtige trekwind, die als een vochtige kilte door de enorme zaal sloop.
Achter de zetel van de keizer stonden enkele edellieden van lagere klasse met terneergeslagen ogen. Ze wiebelden ongemakkelijk op hun voeten, terwijl zij zachtjes met hun tong klakten alsof zij het ook niet meer wisten.
Rond de tafel zaten de vertrouwelingen van de heerser van K’Schan, tezamen met zijn bojaren en leden van de hogere adel.
Zij staarden naar het plafond of daar hulp uit te voorschijn kon komen en anderen schikten hun mantels en keken tersluiks naar de keizer.
Het was stil in de zaal; niemand had de moed iets te zeggen.
De keizer keek op, zijn ogen schitterden vervaarlijk. Hij hief zijn vuist op en deed deze met een daverende klap neerkomen op de eeuwenoude tafel, zodat de met wijn gevulde bokalen rinkelden.
‘Dus niemand kan mij een oplossing aan de hand doen. Geen een van dit hooggeplaatst gezelschap heeft de moed om zelfs een poging te wagen om deze moeilijkheden op te lossen? Moet dit rijk ten onder gaan aan onbekwaamheid en ongeschiktheid inzake het raad geven voor juiste beslissingen?’
Een van zijn oudste vertrouwelingen kuchte en zag de keizer recht in de ogen. ‘De enige oplossing is het leger mobiliseren en ten strijde trekken.’
‘Dat is het laatste wat ik zal doen’, antwoordde de keizer gedecideerd.
Een jonge page achter de stoel van de keizer vroeg zachtjes, achter zijn hand sprekend, aan een corpulente edelman die naast hem stond: ‘Waar is Salin Schiran; hij behoort toch ook in dit gezelschap aanwezig te zijn?’
‘Ja, wie kan mij vertellen waar Salin Schiran is?’ vroeg de keizer, die op zo’n moment scherpe oren had.
Een van de edelen, een man met een wantrouwende mond en een permanent afkeurende blik in de ogen, antwoordde: ‘Ik vrees dat heer Schiran het niet de moeite vindt om in ons gezelschap de keizer raad te geven. Volgens hem is hij druk met belangrijker zaken.’
De keizer fronste zijn zware wenkbrauwen. ‘Haal hem onmiddellijk hier’, gebood hij.

Ondanks de zware regenval was Salin Schiran druk doende met een van zijn geliefkoosde bezigheden.
Hij had de steel van een regenscherm met een brede riem vastgebonden op zijn rug zodat hij droog bleef en plaatste zorgvuldig een pijl op het koord van zijn boog om, zoals voor hem gebruikelijk, een onberispelijk schot af te vuren.
Vanuit zijn ooghoeken zag hij iemand naderen.
Onverstoorbaar gebaarde Salin Schiran zijn schildknaap, die op vijftig meter afstand stond, een dun bord van aardewerk de lucht in te werpen. Ogenschijnlijk zonder enige moeite richtte Salin zijn pijl op het bord en op hetzelfde ogenblik spatte het getroffen aardewerk in duizend stukken uiteen.
‘Een meesterlijk schot, heer Schiran’, hoorde Salin achter zich roepen.
Zonder zich om te wenden, terwijl hij zijn schildknaap een teken gaf naderbij te komen, zei Salin als terloops: ‘Kom je om complimenten en vleierijen te strooien of heeft de keizer het moeilijk met je aanwezigheid, Viran Farant?’
Een wrang lachje plooide zich om de toch al wantrouwende mond van de edelman.
‘De keizer laat weten dat hij je aanwezigheid niet zo zeer op prijs stelt, als wel dat hij mij het bevel heeft gegeven jou voor hem te geleiden.’
Met een boosaardige blik monsterde Viran Farant de houding van Salin Schiran, die echter uitbundig begon te lachen.
‘Dus de keizer heeft mij nodig’, was de gevolgtrekking van Salin. ‘Zeg hem maar dat ik er aan kom’, besloot hij edelmoedig.
Hij wenkte zijn schildknaap hem te volgen, floot zijn paard en was een ogenblik later op weg naar het paleis; zonder zich om Viran Farant te bekommeren die hem nat, gemelijk en ongelukkig volgde.
Bij de verblijfplaats van de keizer aangekomen, liep hij met ferme passen naar binnen en bleef onbevangen staan voor de zetel van de heerser van K’Schan.
‘U hebt mij geroepen, Sire?’ Onbeschroomd keek Salin de keizer aan. Deze knikte slechts en wees over de tafel naar zijn vertrouwelingen.
‘Deze raadslieden zijn onbekwaam mij het juiste advies te geven. Ik zal je uitleggen wat er aan de hand is.’
De keizer verschoof op zijn zetel en ging wat gemakkelijker zitten.
‘Er komen steeds meer geruchten binnen dat aan de grens van mijn rijk een horde kannibalen K’Schan komt binnenvallen om het mijn onderdanen danig lastig te maken. Deze onbehouwen lieden hebben de gewoonte hele dorpen leeg te roven en de bevolking mee te voeren naar hun eigen verblijfplaats, om hen daar vervolgens te gaan nuttigen. Een onmogelijk vraagstuk dat de uiterste zorgvuldigheid vereist.’
Hij maakte een gebaar over de tafel. ‘Deze edellieden willen het leger eropaf sturen om met geweld een einde aan deze bezwaarlijke toestand te maken.’ ‘Of om te worden opgepeuzeld door die menseneters’, merkte een van ‘s keizers bojaren somber op.
‘Ach, iedereen wil wel eens wat te eten hebben’, mompelde Salin zacht; en toen wat krachtiger: ‘Als ik nu eens naar ze toestap en hen overhaal tot het nuttigen van een boterham?’
Hij keek de zaal rond, maar kreeg slechts afkeurende blikken en een misnoegd gemopper steeg op.
‘Dit is een ernstige kwestie, heer Schiran’, zei de keizer en gebaarde om stilte.
‘Het is nog slechts een gerucht’, vervolgde hij, ‘maar als ik één of meerdere van mijn raadslieden eropaf stuur om deze opschudding te onderzoeken, is de kans niet klein dat ook zij worden meegenomen als maaltijd. Geen van mijn edellieden blijkt hiertoe bereid.’
Op dat ogenblik stond Viran Farant half op uit zijn stoel en wees met een door de regen nog vochtige maar beschuldigende vinger naar Salin. ‘Deze emotionele edelman met onopgeloste levensproblemen zegt dat hij de meest dappere en onverschrokken edele is in uw keizerrijk, Sire.’
‘Dat is ook zo,’ antwoordde Salin Schiran eenvoudig.
‘De gevolgtrekking die ik hieruit moet maken is...,’ zei de keizer, die zijn zin niet af wilde maken.
‘Dat ik de meest geschikte persoon ben om deze geruchten te onderzoeken,’ vulde Salin zelf aan. ‘Maar als ik, om de woorden van de keizer te mogen gebruiken, als maaltijd of, zo ik niet hoop, als toespijs word meegevoerd, wie zal er dan voor mijn vrouw zorg dragen?’
Gretig antwoordde een van de pages achter de zetel van de keizer voor zijn beurt: ‘Ik zal haar ten huwelijk vragen; zo’n prachtvolle edelvrouw.’ Zijn mond klapte dicht toen Salin Schiran zich omwendde en hem vernietigend aanstaarde.
‘Dit alles is niet bezwaarlijk,’ meende de keizer. ‘Er zal voor haar worden gezorgd op het hoogste niveau.’
‘Nog slechts één opmerking, Sire,’ zei Salin Schiran. ‘Mijn beloning voor mijn niet onaanzienlijke inzet.’
De nogal gierige keizer begon zuinig te kijken.
‘Mijn verzoek is, Sire, om aangesteld te worden als Opperraadsman; het hoofd van uw raadslieden dus.’
Een gemompel van afkeuring steeg op van de tafel.
De keizer wuifde dit resoluut weg en antwoordde kort: ‘Akkoord,’ opgelucht dat zijn schatkist geen gevaar liep. ‘Mocht heer Schiran terugkeren, dan is hij Opperraadsman van K’Schan.’
De keizer aarzelde even, greep toen een stuk perkament, krabbelde er snel iets op met zijn persoonlijke ganzenveer en rolde het op, na het nog verzegeld te hebben met zijn keizerlijke ring.
Terwijl hij de perkamenten rol aan Salin overhandigde zei hij, hem een strenge blik toewerpend: ‘Ga naar de tempel, smeek Brashmin een zegen af over deze onderneming en offer Sihwan een handvol wierook om hem gunstig te stemmen. Buig diep voor hen zodat zij u geen onheil zullen toebrengen.’
Een ogenblik trok Salin zijn wenkbrauw in afkeuring omhoog. Toen grinnikte hij de keizer beminnelijk toe en stak de rol in zijn zak.
Met een lichte buiging verliet hij met forse stappen de zaal.

Recensies uit de krant
17-5-2002Stichting Nederlandse bibliotheek dienst
4-12-2002Frontaal
4-12-2002Perspectief
Recensies van lezers
NaamRene
Rapportcijfer8
RecensieWat mij het meest opvalt in dit boek dat wie ze ook tegen komen allemaal gelijk in de taalgebruik zijn. Iedereen wordt in zijn waarde gelaten. Verder kreeg ik pas, na de helft van het boek gelezen te hebben, echt in de gaten dat het een SF boek is. Een mooi boek en hoe verder je komt hoe meer je de neiging hebt om het uit te lezen.
NaamMariska Vedder
Rapportcijfer9
RecensieHet keizerrijk K'Schan is een prachtig boek, waarin niet alleen spanning, avontuur en liefde centraal staan, maar ook de zoektocht naar de waarheid. Chris Rockan (een nederlander!!!) heeft een goed debuut gemaakt, en ik wacht vol spanning op deel 2!
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584