Try it out
Lees hoofdstuk 1
De strijd van overgave
 
Boek kaft: De strijd van overgave

1 Conflictvermijdend gedrag

Veel mensen hebben angst voor het volwassen worden. Volwassen zijn betekent immers, dat men aangesproken kan worden op dat wat is geleerd, en dat men in staat is denken en handelen te motiveren. Voor het gebied van het kennisniveau, het verstandelijke, rationele deel in de mens, is dat in principe geen probleem. Maar wat, wanneer men wordt aangesproken op het gevoelsmatige deel, het emotionele deel?
Het bevragen en laten bevragen op een gebied, waarin men werkzaam is, levert meestal geen probleem op. Aan bedrijfstrainingen van allerlei aard wordt ruim aandacht gegeven. Rollenspellen worden toegepast, actie en reactie worden vastgelegd op de videoband en met de groep, onder deskundige leiding, geanalyseerd. Iemand die echter een beetje intelligent is, kan wel goed en geïnteresseerd meedoen, maar weet dat wat innerlijk leeft buiten schot te houden, te omzeilen. Zich kwetsbaar opstellen is gevaarlijk en wordt als bedreigend ervaren. Men komt in een gevarenzone, en men is bang zichzelf niet meer in de hand te kunnen houden. Liever op zeker spelen dan mogelijk controleverlies.
De conflicten die het werk betreffen, worden goed aangegaan, maar emotionele conflicten, die om de hoek komen kijken bij het aangaan van relaties, zijn voor velen bedreigend.
Wat gaat de ander met de verkregen informatie doen? Is de ander wel te vertrouwen?
De ander bevragen, oké. Maar jezelf bevragen of de ander je láten bevragen… dat wordt liever ontweken, want dat gaat niet zonder innerlijke strijd en conflicten. Zaken uit de weg gaan, conflicten vermijden lijkt een betere, een veiliger weg. Echter, om wezenlijke zaken over en van onszelf te weten te komen en in dieper emotioneel contact met de ander te komen, daarvoor moet een confrontatie, worden aangegaan. Pas door zelfonthulling en zelfinzicht kan dat worden geleerd (zie het schema van het Johari-venster op blz. 25 in: Als balsem in de wonden, tweede druk).
Het voortdurend zaken uit de weg gaan die een emotioneel conflict oproepen, vergt veel tot zeer veel energie. Men durft zichzelf niet te zijn. Men houdt zich groot. De uitspraak van Paulus: ‘want als ik zwak ben, dan ben ik machtig’ (2 Kor. 12:10b), gaat voor deze mensen niet op. Zelf de zaken beheersen, zelf structuur in het leven aanbrengen, lijkt de aangewezen weg. Vaak leidt dit tot verkramping en overspanning, want deze houding, dit gedrag, manifesteert zich niet alleen op de werkvloer, maar ook in het privé-leven, in het gezin, in de vriendenkring.
Dat een stevige confrontatie of een goede ruzie inzichten in zichzelf en de ander kan verhelderen en meningen verduidelijken, wordt als ongeloofwaardig afgedaan. Heel onterecht! Want door de spiegel, die men elkaar tijdens het ‘uitvechten’ van het conflict voorhoudt, wordt het zelfinzicht groter en wordt het afbakenen van grenzen geleerd; daarbij leert men ook de grenzen van de ander respecteren.
Iemand die enorme angsten heeft ontwikkeld door iedere confrontatie, ieder conflict uit de weg te gaan, is Rianne.

RIANNE
Rianne zoekt ambulante, individuele psychotherapie, nadat zij ruim drie maanden opgenomen is geweest in een psychiatrische kliniek. Het was een vrijwillige opname met als klachten: niet meer eten, niet meer slapen en angst. Rianne lag meer op bed dan dat zij er uit was en haar gedachten werden beheerst door: ‘hoe kom ik uit dit leven vol angsten en waar komen deze angsten vandaan.’
Af en toe speelden gedachten aan zelfdoding door haar hoofd. Toch zou zij dat nooit hebben gedaan, want direct daarna kwam de gedachte: ‘en daarna...’?
Voorafgaand aan de opname strijdt Rianne al zo’n anderhalf jaar tegen haar angsten en depressieve gevoelens. De liefde voor haar man is ver te zoeken.
De medicatie in de kliniek slaat wel aan, maar Rianne voelt dat er gesprekstechnisch meer moet gebeuren.
Een vriendin geeft Rianne het advies om het gebed meer centraal te stellen in haar genezingsproces. Deze vriendin van Rianne bidt al regelmatig met haar, maar zij stuit op de behoefte aan een stuk professionele begeleiding. Bij het eerste gesprek komen Rianne en haar vriendin samen, zodat zij gerichter samen kunnen bidden voor alles wat het denken en functioneren van Rianne zo belemmert.
Daarna komt Rianne’s man mee om haar extra te ondersteunen nadat haar vader overlijdt. Het blijkt al snel, dat hij enorm omhoog zit met de thuissituatie en zijn rol daarin. Rianne en haar man hebben twee jonge dochters en de drie maanden die Rianne opgenomen is geweest, hebben hem onder een behoorlijke druk gezet.
Hij heeft Rianne vanaf het begin van hun huwelijk willen steunen, omdat zij zo’n enorm nare jeugd heeft gehad. Hij heeft op alle fronten de omstandigheden zo zacht en soepel mogelijk proberen te houden.
Na de opname wil hij echter dat Rianne zelfstandiger in het leven gaat staan. Hij wil dat zij niet meer zo op hem leunt, want: ‘Ik trek een kar met vierkante wielen en mijn uithoudingsvermogen is tot nul gedaald.’
Rianne, komend uit een gezin waarin zij nauwelijks is bevestigd, heeft echter zo’n negatief zelfbeeld en is zo faalangstig, dat zij het gevoel heeft dat haar man haar in het diepe gooit zonder dat zij kan zwemmen (zie De weg van heling blz 39 e.v.).
Rianne voelt het meer losgelaten worden door haar man als afwijzing. ‘Hij laat mij in de steek’, is haar conclusie.
Ze wil ook absoluut niet meer door haar man worden aangeraakt, wat hem ook nog eens behoorlijk voor het blok zet. Ook Rianne komt zelf in de knoop met haar gemis aan gevoelens van liefde voor haar man, want zij vindt dat zij haar man tekort doet. Scheiden wil Rianne niet, want zij kan niet alleen zijn en zij zou ook niet weten hoe het dan met de kinderen geregeld zou moeten worden.
Rianne heeft nog drie dagdelen therapie, wanneer zij bij de dagbehandeling in de kliniek ook gesprekken wil op christelijke, bijbelse grondslag. In de kliniek wordt er geen bezwaar tegen gemaakt en zo wordt Rianne co-therapeutisch behandeld.
Rianne komt uit een gezin waar zeker geen rust, harmonie, onderling respect en een luisterend oor voor elkaar centraal staan. Er wordt niet met elkaar gepraat, laat staan dat er gevoelens worden benoemd, en regelmatig wordt Rianne geplaatst tussen ruziënde ouders, die haar gebruiken als contactpersoon.
Haar ouders hebben een slecht huwelijk. Zij wordt van de een naar de ander gestuurd met boodschappen en mededelingen. Zo kan het voorkomen dat Rianne door haar moeder naar haar vader wordt gestuurd om te zeggen dat hij vriendelijker tegen haar moeder moet zijn, omdat deze zich niet goed voelt. Rianne’s vader berispt dan weer boos zijn dochter, omdat zij zich door haar moeder naar hem heeft laten toesturen.
Rianne’s moeder gebruikt haar dochter als praatpaal voor van alles en nog wat en doet bij haar voortdurend haar beklag over haar vader.
In de kerk leert Rianne al jong ‘dat de mens onbekwaam is tot enig goed’. Ook dit werkt negatief mee in de vorming van haar zelfbeeld. Steeds vaker dringt de gedachte zich bij haar op: ‘Ik doe nooit iets goed en faal voortdurend’.
Toch herinnert Rianne zich dat zij tot haar zesde jaar een vrolijk kind was. Dan krijgt zij tbc en ligt zes weken in isolement. Zij huilt en huilt van eenzaamheid en het gaatje in haar longen wordt er nog groter door. Wanneer zij na verloop van tijd op zaal komt, wordt zij enorm gepest door de andere kinderen. Later hoort zij van haar moeder, dat daar ook op seksueel gebied het één en ander is gebeurd. Zelf kan ze zich dat niet herinneren.
Na anderhalf jaar opname is Rianne een gesloten en in zichzelf gekeerd kind geworden.
Thuis is er een aaneenschakeling van ruzie. Rianne zit vaak angstig boven aan de trap om te luisteren of haar ouders ruzie maken. Een keer gooien haar ouders tijdens het eten met borden naar elkaar. Zij ziet ook dat haar vader haar moeder van de trap wil gooien.
Door de jaren heen spelen de angsten, de onrust en de gevoelens van falen en afwijzing in Rianne’s functioneren een steeds grotere rol. Alles maakt haar onzeker.
Beslissingen durft zij niet te nemen.
Het huwelijk geeft Rianne het begrip en de geborgenheid waar zij zo naar heeft verlangd. Doordat haar man het na een aantal jaren niet meer kan opbrengen om voor twee mensen te denken en te handelen en dit tegen haar zegt, knapt er wat bij Rianne. Zij blijft ’s morgens veel langer op bed liggen en wordt depressief.
Na jarenlang de zorg voor zijn vrouw op zich te hebben genomen, wordt dat teveel voor Rianne’s man. De angsten nemen toe bij Rianne en in bed voelt zij zich nog het veiligst. Wel probeert zij het huishouden te doen en te blijven zorgen voor de kinderen.
De geconsulteerde psychiater raadt een opname aan. Rianne heeft het even moeilijk met die suggestie, maar vindt het goed in de hoop dat zij wat meer innerlijke rust zal krijgen en haar angsten zullen verminderen.
Rianne is in haar functioneren behoorlijk afhankelijk van wat anderen van haar vinden. In de dagelijkse kleine zaken durft zij wel zelfstandig te beslissen, maar in de grotere zaken niet. Iemand de waarheid vertellen of nee tegen iemand zeggen, durft ze niet.
Onbewust voelt Rianne zich verantwoordelijk voor het welbevinden van haar moeder en geeft deze daardoor volledig vrij spel om non-stop bij haar te klagen. Rianne’s moeder belt haar soms een aantal keren per dag om haar eigen problemen en kwalen met haar te bespreken. Rianne luistert, maar ondertussen is zij woedend op haar moeder, want voor haar heeft haar moeder nooit belangstelling. Nooit een welgemeende vraag: ‘En hoe is het nu met jou’? Met haar gevoelens van woede doet Rianne echter niets.
Uit angst voor afwijzing, houdt ze haar mond. Zo treedt haar moeder dag in dag uit buiten haar grenzen.
Rianne’s man krijgt de woede, die de telefoontjes van haar moeder bij haar oproepen, wel te horen. Hij krijgt er genoeg van en verbiedt haar nog te bellen met haar moeder. De telefoonrekening is inmiddels ook niet mis…

Recensies uit de krant
4-1-1999Waarheidsvriend
21-4-1999Onbekend
20-8-1999Stichting Nederlandse bibliotheek dienst
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584