Try it out
Lees hoofdstuk 1
Belangrijke vragen over de hel
 
Boek kaft: Belangrijke vragen over de hel

1

De hel in opspraak

Ik heb christenen vaak horen zeggen dat ze zich niet kunnen herinneren wanneer ze voor het laatst een preek over de hel gehoord hebben. De Amerikaanse theoloog Donald Bloesch zei eens: ‘Als er iets is wat uit het moderne denken verdwenen is, dan is dat wel het geloof in een bovennatuurlijke hemel en hel.’1 In 1986 beweerde slechts 23% van alle Europeanen in het bestaan van een hel te geloven.

Een historisch perspectief

Achter het verdwijnen van de hel gaat een lange geschiedenis schuil. Een van de eerste grote verschuivingen in het christelijke denken over de hel deed zich voor bij de eeuwwisseling van de tweede naar de derde eeuw, in de Egyptische stad Alexandrië. Een beroemde christelijke leraar, Clemens van Alexandrië, leerde dat Gods louterende tuchtiging van de mensheid ook na dit leven doorgaat.
Een leerling van Clemens, Origenes, verkreeg nog meer invloed dan zijn leraar. Hij had moeite met de ideeën van de verdoemenis en de toorn van God. Door middel van zijn beroemde allegorische methode om de Schrift uit te leggen, probeerde hij de bijbelse aanwijzingen voor de straf weg te verklaren. Uiteindelijk meende hij dat straf een zegen van God is. De hel werd een plaats waar de onrechtvaardigen getuchtigd zullen worden. Tenslotte zal iedereen berouw hebben en gered worden. Dat is de leer van het universalisme.
Een invloedrijke theoloog uit de vierde eeuw, Gregorius van Nyssa, leerde ook het universalisme en tegen de vijfde eeuw was het wijdverbreid in de kerk. Door het tweede concilie van Constantinopel in het jaar 553 na Christus werd het veroordeeld als een ketterse leer. Daar dit concilie de gehele kerk van die tijd vertegenwoordigde, had deze veroordeling tot gevolg dat het universalisme niet verder verspreid werd. In de periode daarna, die bekend staat als de Middeleeuwen, stak het universalisme maar zelden de kop op.
De bekendste universalist van deze periode was de Ierse filosoof uit de negende eeuw, Johannes Scotus Eriugena. De tijd vlak voor en na de reformatie van de zestiende eeuw was een tijd van grote verschuivingen in het denken van het westen. Toch won het universalisme nauwelijks aan invloed in de kerk. Het leek slechts aanwezig te zijn aan de rand van de anabaptistische beweging.
Gedurende de negentiende en twintigste eeuw trad er een enorme verandering op. Een sleutelfiguur daarbij was de Duitse theoloog Friedrich Schleiermacher (1768-1834), die wel de vader van de moderne theologie is genoemd. Hij was sterk overtuigd van de predestinatie, maar hij weigerde deze uitverkiezing te beperken tot slechts enkele individuen. Hij geloofde dat het, uitgaande van de eenheid van het menselijk ras, onwaarschijnlijk was dat God bepaalde mensen anders zou behandelen dan anderen, en hij hoopte op een universele verlossing.
Rond het begin van de negentiende eeuw hoopten velen in stilte op het universalisme. Sommigen echter verkondigden het als een duidelijk leerstuk. John Murray (1741-1815) richtte in Amerika het universalistische kerkgenootschap op, waarvan het universalisme het fundamentele leerstuk was. Hij en Hosea Ballou (1771-1852) schreven uitgebreid ter verdediging van deze leer. Dit genootschap ging later samen met de unitariërs, waarmee het samen de Unitarisch-Universalistische Kerk vormde.

De huidige situatie

Tegenwoordig is het universalisme een wijdverbreide leer. Het neemt verschillende vormen aan, en de voorstanders ervan dragen er verschillende argumenten voor aan. Sommigen zeggen dat de Schrift het leert, of minstens impliceert. Gerespecteerde bijbelgeleerden zoals C.H. Dodd uit Engeland en Ethelbert Stauffer uit Duitsland, die een betrekkelijk orthodoxe kijk op de Schrift hadden, meenden dat Paulus een universele ‘thuiskomst’ aan het eind van de tijd leerde, wanneer de gehele mensheid zich tot God zal wenden om verlost te worden. De geliefde Schotse bijbelcommentator William Barclay verklaarde in zijn geestelijke autobiografie, die kort voor zijn dood verscheen, dat hij een overtuigd universalist was. Hij baseerde zijn visie voor een deel op een volgens zijn zeggen bijbelse kijk op straf als iets wat tijdelijk is en tot herstel leidt.
Anderen, zoals John A.T. Robinson en John Hick uit Engeland, en Nels Ferré uit Amerika, benaderden de zaak vanuit een meer theologisch of filosofisch uitgangspunt. Deze benadering van het idee van straf kunnen we zo samenvatten: sommigen menen dat God te goed is om mensen naar een eeuwige hel te sturen, terwijl anderen beweren dat de mensheid te goed of te onbetekenend is om op zo’n manier veroordeeld te worden.
Er zijn ook theologen die menen dat, omdat Christus gekomen is om de wereld te redden, iedereen in de wereld gered zal worden. In deze richting dacht de Zwitserse theoloog Karl Barth. Hoewel Barth zelf zich niet expliciet voor het universalisme uitsprak, waren er anderen die zijn lijn doortrokken en beweerden dat door het werk van Christus iedereen gered is, ook al ervaart niet iedereen in dit leven al de ‘weldaden van de verlossing’.
Veel theologen van nu kiezen er net als Barth voor om zich niet over een antwoord op deze vragen uit te laten. Ze zeggen het antwoord op de vraag of allen uiteindelijk gered zullen worden gewoon niet te weten. Hiervoor worden verschillende redenen gegeven. Karl Barth zei dat God soeverein is, en dat wij stervelingen niet kunnen, en niet mogen besluiten wat God uiteindelijk zal doen. De Britse bijbelgeleerde C. Ryder Smith vond dat er in de Bijbel twee tradities te zien zijn omtrent de uiteindelijk bestemming van de mensheid. De ene spreekt van eeuwige straf en de andere van universeel herstel. Daar ze in de Bijbel naast elkaar zijn blijven staan, en er een bepaalde spanning blijft bestaan tussen de twee tradities, moeten ook wij ze naast elkaar laten staan zonder dogmatische uitspraken te doen in de ene of de andere richting.
Vele mensen in de kerk van vandaag hopen eenvoudigweg dat het universalisme waar is. Al verkondigen ze het niet als een vaststaand leerstuk, ze sluiten de mogelijkheid ook niet uit dat uiteindelijk iedereen gered zal worden. Dezen kunnen we ‘wens-universalisten’ noemen.
In de afgelopen paar maanden is mij keer op keer verteld dat er in de evangelicale kerken veel ‘kamer-universalisten’ zijn. Dat zijn mensen die geloven dat allen gered zullen worden, maar die dit niet hardop durven zeggen, omdat het in de orthodoxe christelijke kringen als een ketterij beschouwd wordt, en ook omdat door het idee dat iedereen gered zal worden de geestelijke apathie, waar onze generatie toch al aan lijdt, alleen maar versterkt zou worden.
Een positie van evangelicalen die hiermee verband houdt, is die van hen die zich schamen voor de hel. Ze houden vast aan alles wat de Bijbel leert, en dus geloven ze in een eeuwige hel. Maar ze zouden wensen dat ze er niet in hoefden te geloven. Wanneer ze erover praten, wat ze niet vaak doen, dan is het met een soort schaamtegevoel, alsof het iets heel onrechtvaardigs is, en dan zeggen ze voortdurend dat ze wilden dat het niet waar was.
Een andere recente ontwikkeling in evangelicale kringen is de groeiende populariteit van de gedachte van de annihilatio, de totale vernietiging. De annihilationisten geloven dat de straf voor iemand die verloren gaat bestaat uit totale vernietiging, zodat die persoon eenvoudig ophoudt te bestaan. De adventisten en sekten als de Jehova’s getuigen hebben lange tijd een visie aangehangen die hierop lijkt, de zogenaamde voorwaardelijke onsterfelijkheid.

De culturele onaanvaardbaarheid van de hel

Om een veelheid aan redenen is de hel cultureel vervreemd van het denken van de meeste mensen in de moderne samenleving.
We leven in een tijd van pluralisme. Dit pluralisme vormt een bevestiging van de gedachte dat verschillende gezichtspunten naast elkaar moeten kunnen bestaan. Het doel is om mensen van verschillende overtuigingen bij elkaar te brengen. De leer van de hel daarentegen beweert dat er een onherroepelijke scheiding door de mensheid loopt, die daardoor in twee groepen uiteenvalt: zij die gered worden en zij die verloren gaan.
De opkomst van het pluralisme in onze tijd was wellicht onvermijdelijk. In de tijd van de slavernij en het kolonialisme beschouwde de ene groep mensen zich als superieur aan de andere groep. Veel conservatieve christenen, die zichzelf als de hoeders van de orthodoxie zagen, onderschreven de ketterij van de superioriteit van hun ras. Nog steeds zit ik soms met kromme tenen als ik bepaalde evangelicale broeders allerlei vooroordelen hoor uiten, die je aan het eind van de twintigste eeuw niet voor mogelijk zou houden. Voor fijngevoelige christenen is dit denken vanuit vooroordelen weerzinwekkend. En de leer van de hel doet hun denken aan deze onrechtvaardige, discriminerende gedachtegang.
Wanneer mensen die zich hieraan stoten geen visie op de Schrift hebben die van hen verlangt dat ze alles wat erin staat geloven, dan komen ze er al snel toe om, tegelijk met de leer van de superioriteit van het ras, ook de leer van de hel overboord te gooien.
We leven ook in een tijd waarin de mogelijkheden van de mens opgeld doen. Zelfs predikanten worden hierdoor beïnvloed. Ze verkondigen dat de mens goed is, en belangrijk, en in staat tot grootse dingen als hij maar positief over zichzelf denkt. In zo’n sfeer past het helemaal niet om de mensen te zeggen dat ze zondig zijn, en dat ze tot een eeuwige straf gedoemd zijn als ze geen berouw hebben en zich tot God wenden. Dat zou een wel heel koude douche zijn over een feestje ter ere van de schoonheid van de mensheid! In onze tijd draait het er ook allemaal om dat je ‘je lekker voelt’. Van praten over de hel krijgen de mensen geen fijn gevoel. Veel predikanten praten er daarom maar zo weinig mogelijk over. Ze zijn er bang voor dat als ze over zulke onplezierige dingen beginnen, de mensen niet meer naar hun kerk zullen komen. Daarom benadrukken ze de liefde van God, en wat Hij doet in het leven van zijn kinderen. Een populaire evangelist werd eens voor de tv gevraagd waarom hij een bepaalde zonde veroordeelde. Hij antwoordde dat hij in zijn prediking geen zonden veroordeelt. Hij preekt over de liefde van God, en niet over zonde en hel of andere van zulke negatieve onderwerpen.
Vervolgens zijn we tegenwoordig getuige van de groei van oosterse religieuze bewegingen, niet alleen in het oosten, maar ook in het westen. In het Westen winnen het boeddhisme en het hindoeïsme, en vooral de New Age beweging - die sterk beïnvloed wordt door boeddhisme en hindoeïsme - in rap tempo aan populariteit. Deze religies leren de reïncarnatie, die voor velen een aantrekkelijk alternatief is voor de ‘onplezierige’ leer van de hel.
Gordon Kaufman, een theoloog van Harvard Divinity School, zegt, na het vier eeuwen lange verval van de leer van hemel en hel nagetrokken te hebben, dat het enige wat nu er nog van over is, een intellectueel leeg stuk bagage is. Hij verklaart: ‘Het komt me voor dat we onherroepelijke veranderingen hebben doorgemaakt. Ik denk niet dat hemel en hel nog een toekomst hebben.’2
Gezien al deze dingen is het niet echt een verrassing dat de hel vandaag de dag geen populair onderwerp is. Op basis van zijn gesprekken met evangelische theologen over een periode van een aantal jaren, stelt Peter Toon dat er ‘in conservatieve kringen schijnbaar een zekere terughoudendheid is om in het openbaar een leer van de hel te verkondigen, en waar dat nog wel gebeurt is er schijnbaar de neiging om de hel uit te leggen als een totale vernietiging.’3
In dit milieu van vijandigheid, verwarring en stilzwijgen met betrekking tot het onderwerp, zitten christenen met vragen over de hel waarop velen geen adequate antwoorden kunnen of willen geven. Dit boek is een poging om iets aan deze situatie te doen.

Noten

  1. Evangelical Theology 2 (San Francisco: Harper & Row, 1978), p. 211.
  2. Uit een verslag in Newsweek, 3 April 1989, p. 44.
  3. Heaven and Hell (Nashville: Thomas Nelson, 1986), p. 174.
Recensies uit de krant
1-10-1998‘Vis-à-vis’
3-1-2000CV Koers
7-3-2000Stichting Nederlandse Bibliotheekdienst
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584