Try it out
Lees hoofdstuk 1
De Heilige Geest in de gemeente
 
Boek kaft: De Heilige Geest in de gemeente

Inleiding

Een uitnodiging om Paulus met nieuwe ogen te lezen

Voor Paulus was de aanwezigheid van de Geest als een aan den lijve ervaren en levende werkelijkheid, van begin tot eind de beslissende factor in een christenleven. Wie dat niet onderkent, begrijpt zijn brieven niet goed.

De hedendaagse christenen hebben alle reden om bezorgd te zijn. In een steeds meer geseculariseerde, individualistische en relativistische maatschappij – in de zestiger jaren aangeduid als postchristelijk, tegenwoordig als postmodern – wordt de kerk op haar best beschouwd als irrelevant en op zijn slechtst als een fossiel uit de oudheid. Eerlijk gezegd ligt de schuld daarvan deels bij de kerk zelf, met name bij die kerkleden die er prat op gaan recht in de leer te zijn als het om de historiciteit van het geloof gaat. Maar al te vaak wordt onze rechtzinnigheid hetzij geschaad door een te veel samengaan met een bepaalde politieke richting, hetzij verzwakt door een wettische of relativistische ethiek die ver af staat van God, of krachteloos is geworden door het overheersende rationalisme in een steeds irrationalistischer wereld.
Maar er is ook reden tot hoop: onze postmoderne maatschappij lijkt op de cultuur van de Grieks-Romeinse wereld waarin het evangelie tweeduizend jaar geleden opkwam. Het geheim van het succes dat het vroege christendom in die cultuur had, lag in de eerste plaats in het goede nieuws van het leven, de dood en de opstanding van Jezus. Immanuël was gekomen en Hij openbaarde zowel het karakter van God (‘Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien’, Joh 14:9) als de verlossing uit onze zondige staat (‘Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden’, Mt 1:21). Maar hun succes was ook te danken aan hun ervaring van de Geest, die van het werk van Christus een werkzame realiteit maakte in hun levens, waardoor zij in hun cultuur een radicaal alternatief konden worden.
Hoe anders lijkt dat vaak bij ons. Terwijl we (terecht) een centrale plaats inruimen voor Jezus Christus, zijn we minder zeker over de Heilige Geest. Ondanks de mooie woorden in onze geloofsbelijdenissen en gezangen, en de lippendienst die in onze dagelijkse gesprekken vaak aan de Geest wordt bewezen, is de rol van de Geest zowel in theologische kring als in de kerk als geloofsgemeenschap marginaal geworden.
Ik bedoel niet dat de Heilige Geest niet aanwezig zou zijn. Dat is Hij wel – of we zijn geen christenen. Maar de nadruk ligt wat de activiteit van de Geest betreft op zijn stille, bijna onmerkbare aanwezigheid. Dat beeld is voor een groot deel gebaseerd op Elia’s ontmoeting met God op de Horeb, waar de Heer niet verscheen in een storm, aardbeving of vuur, maar tot Elia kwam ‘in het suizen van een zachte koelte’ (1 Kon 19:11-13). Dit beeld is ook te vinden in het Nieuwe Testament, in de nadruk die Paulus legt op de ‘vrucht van de Geest’ (Gal 5:22-23), waarbij hij suggereert dat de ‘gaven des Geestes’ in 1 Korintiërs 12-14 alleen bestemd waren voor de apostolische periode. Deze stille aanwezigheid heeft echter ook lusteloosheid opgeleverd, niet alleen op kerkelijk, maar ook op individueel niveau. Dat is alleen al te zien aan de vele manieren waarop individuele gelovigen zoeken naar een duidelijker besef van Gods aanwezigheid in hun levens.
Dit ‘ontbreken’ van de Geest als een aan den lijve ervaren en stimulerende werkelijkheid is historisch vaak gecorrigeerd door een veelheid aan charismatische bewegingen, zoals in deze eeuw bijvoorbeeld de pinksterbeweging. De nadruk bij deze bewegingen lag op ‘wind, aardbeving en vuur’ en de voor hen belangrijke bijbelteksten komen uit Handelingen en 1 Korintiërs. Deze bewegingen hadden en hebben de neiging om de nadruk te leggen op het persoonlijke geloofsleven, zodat de aanwezigheid van de Geest vaak vooral gevonden wordt in de ervaring. Deze vorm van vroomheid ontbrak het vaak aan een gezonde exegetische basis en voldoende theologische onderbouwing.
Het resultaat was van beide kanten een beperkte visie op de Geest, en ook op de rol van de Geest bij Paulus. Voor Paulus betekende het leven in of naar de Geest het aanvaarden van zowel de vrucht als de gave; en dat met overgave. Dit is wat ik noem: leven in het radicale midden. De Geest als een aan den lijve ervaren en krachtgevende aanwezigheid had voor Paulus en zijn gemeenten een sleutelrol in het christelijke leven, van het begin tot het eind. De Geest bestreek het hele spectrum: levenskracht, groei, vrucht, gaven, gebed, getuigenis en al het andere.
Maar terwijl de krachtgevende, aan den lijve ervaren dimensie van het leven in de Geest aan de ene kant vaak ontbreekt, ontbreken aan beide kanten vaak twee zaken die voor Paulus in het hart van het geloof liggen. Ten eerste: de Geest als persoon, de beloofde terugkeer van Gods eigen aanwezigheid naar zijn volk; ten tweede: de Geest als eschatologische vervulling (zie hoofdstuk 5) die zowel Gods volk opnieuw opricht als ons de kracht geeft om het leven van de toekomst te leiden in ons bestaan tussen twee tijden: de tijden van Christus’ eerste en tweede komst.
Als de kerk werkzaam wil zijn in onze postmoderne maatschappij moeten we ermee ophouden alleen lippendienst te bewijzen aan de Geest en het perspectief van Paulus ook tot het onze maken: dat de Geest de aan den lijve ervaren, krachtgevende terugkeer is van Gods persoonlijke aanwezigheid in en rondom ons. De Geest maakt het ons mogelijk te leven als waarlijk eschatologische mensen in de huidige wereld, terwijl we in afwachting zijn van de voleinding. Al het andere, ook de vrucht en de gaven (ethisch leven en charismatische uitingen in de eredienst), dient dat doel.
Ik nodig u uit Paulus met nieuwe ogen te lezen, om te zien hoe cruciaal de rol van de Geest is in zijn leven en denken, en in dat van zijn gemeenten. Deze manier van lezen zal exegetisch van aard zijn, vandaar dat er vaak verwezen wordt naar de exegese zoals die in GEP te vinden is, maar ook theologisch, wanneer we zien hoe de Geest past in het bredere beeld van de paulinische theologie. Deze nieuwe manier van lezen zal duidelijk maken dat voor Paulus de aanwezigheid van de Geest, als een aan den lijve ondervonden en levende werkelijkheid, de kern is van het christelijke leven, van het begin tot het einde. Omdat dit een theologische bewering is, moeten in hoofdstuk 1 eerst een aantal theologische kwesties worden behandeld. Ik wil de lezer op het hart drukken niet te blijven steken in dit hoofdstuk. Het is noodzakelijk als referentiekader voor de rest van het boek.

Recensies uit de krant
18-2-1999Stichting Nederlandse bibliotheek dienst
29-9-2007NBD Biblion
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584