Try it out
Lees hoofdstuk 1
God vrezen met blijdschap
 
Boek kaft: God vrezen met blijdschap
1

Heerlijke waarheid
Blijdschap, wijsheid en de vrees van God


MET BLIJDSCHAP GOD VREZEN? Dat lijkt een contradictio in terminis. Een van de eerste keren dat ik deze uitdrukking gebruikte, keek de persoon tegen wie ik sprak (een christelijk leider) me verbaasd aan en zei: ‘Dat is een interessante woordcombinatie.’ Ik vermoed dat hij beleefd was en eigenlijk bedoelde te zeggen: ‘Hoe kan iemand nou genieten van vrees? Meer concreet, hoe kun je er nu van genieten God te vrezen? Christen zijn houdt in dat we een relatie hebben met God – maar hoe kun je een relatie hebben met iemand die je vreest?’
Het feit dat een christelijk leider verbaasd reageert op dit idee, zegt iets over de situatie waarin het christendom zich momenteel bevindt. Er is een tijd geweest waarin toegewijde christenen bekend stonden als godvrezende mensen. Dat was een teken van waardigheid. Maar ergens zijn we het verleerd God te vrezen. Als we al eens nadenken over het vrezen van God, dan lijkt het een soort relikwie uit het verleden. Die instelling heeft ons geen goed gedaan. De vrees van God zou voor ons nog net zo relevant moeten zijn als voor vroegere generaties.
En hoe merkwaardig het misschien ook lijkt, we kunnen met blijdschap God vrezen. De bijbel zegt dat God zich verheugt in degenen die Hem vrezen en dat Hij belooft ze te zullen zegenen. De vrees van God is dus wel degelijk een onderwerp dat onze aandacht verdient.
Maar wat is de vrees van God?
Als we hier over nadenken, dan lijkt met name één spreuk uit de bijbel van toepassing te zijn: ‘De vreze des Heren is het begin der wijsheid’. Ik weet niet hoe het komt dat deze uitspraak ons zo bijblijft, maar hij is misschien wel even bekend als ‘Gelijk gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hen evenzo’. Veel mensen kennen deze uitspraken, maar slechts weinigen proberen ze in hun dagelijks leven toe te passen.
We zullen daarom eerst Spreuken 9:10 behandelen: ‘De vreze des Heren is het begin der wijsheid’. Eerst behandelen we het vers dat hiermee samenhangt: ‘De vreze des Heren is het begin der kennis’ (Spreuken 1:7). Kennis en wijsheid betekenen niet hetzelfde, hoewel ze nauw aan elkaar verwant zijn. We zouden wijsheid kunnen omschrijven als het optimaal toepassen en gebruiken van de kennis die we hebben. We moeten dus eerst het ontstaan van kennis behandelen voordat we gaan kijken naar het ontstaan van wijsheid.


FUNDERING VOOR JUISTE PERSPECTIEVEN

Spreuken 1:7 luidt volledig: ‘De vreze des Heren is het begin der kennis; de dwazen verachten wijsheid en tucht.’ Kennis houdt hier meer in dan een opeenhoping van informatie. Hier heeft kennis betrekking op het vermogen om informatie vanuit het juiste perspectief te bekijken en met het juiste doel te gebruiken. Zo heeft Paulus het zowel over een kennis die ‘opgeblazen’ maakt (1 Korintiërs 8:1) als over een kennis ‘die naar de godsvrucht is’ (Titus 1:1). Alleen bij die laatste vorm van kennis is sprake van het juiste perspectief en het juiste doel.
Twee mensen kunnen ongeveer dezelfde kennis bezitten, in die zin dat ze dezelfde feiten kennen. De ene persoon ziet en gebruikt die kennis als een middel om een goede baan, macht of bezittingen te verkrijgen. De andere persoon ziet die kennis als een gave van God en beschouwt haar als iets waarmee God kan worden gediend.
Stelt u zich eens twee artsen voor, die allebei dezelfde opleiding hebben gedaan en die allebei even begaafd zijn. De ene arts vreest God en probeert met zijn kennis God te dienen door anderen te helpen. De andere arts vreest God niet en gebruikt zijn talenten om abortussen uit te voeren. Beide artsen beschikken over dezelfde informatie, maar niet over dezelfde kennis. Alleen de arts die God vreest heeft het juiste perspectief, en dat perspectief brengt hem ertoe de informatie die hij heeft voor het juiste doel te gebruiken.
Salomo zegt dat kennis niet ontstaat door het leren van een bepaalde hoeveelheid gegevens of door het verwerven van bepaalde vaardigheden, maar door de vrees van de Heer. Hij zegt dat de vrees van God de fundering moet zijn waarop kennis wordt gebouwd. Het is de vrees van de Heer die ons het juiste perspectief biedt en die ons ertoe aanspoort die kennis met het juiste doel te gebruiken. Onze visie op het leven moet worden bepaald door de vrees van de Heer.
Ons belangrijkste levensdoel moet het verheerlijken van God zijn. Dat is het ultieme doel waarop alle kennis moet zijn gericht. Hoe nuttig bepaalde kennis voor de samenleving ook mag zijn, als het uiteindelijke doel ervan niet de verheerlijking van God is, dan blijft die kennis gebrekkig. Ze is dan niet volledig en in zekere mate misvormd. Zulke kennis is te vergelijken met een gebouw zonder fundament, of met een plant zonder wortels.
Natuurlijk zal onze vrees van God altijd ontoereikend zijn, en daardoor zal onze kennis altijd gebrekkig en onvolledig zijn. Dat is niet alleen theoretisch zo, maar ook in de praktijk. Iemand die God niet vreest, heeft echter niet eens de juiste fundering om op te bouwen. Hij kan best een fatsoenlijk persoon zijn en een nuttige bijdrage leveren aan de samenleving, maar uiteindelijk zal hij tekortschieten omdat hij God niet kent en niet vreest. Ik zal u een voorbeeld geven.
Enkele jaren geleden las ik Evolution: A Theory in Crisis van Michael Denton, een Australische arts die onderzoek doet op het gebied van microbiologie. Ik beschouw dit boek als een van de briljantste en meest vernietigende kritieken op de evolutietheorie. Denton heeft zijn huiswerk goed gedaan. Vanuit verschillende perspectieven voert hij een overtuigend pleidooi. Daarin stelt hij dat het niet anders kan dan dat het dierenleven zoals we dat vandaag de dag kennen, en met name het menselijk lichaam en het menselijke brein, doelbewust is ontworpen door een oneindig intelligente ontwerper, en dat het niet slechts het gevolg kan zijn van tijd en toeval.
Als u het boek van Denton leest, zult u tevergeefs wachten op het moment dat Denton de ogenschijnlijk voor de hand liggende uitspraak doet dat deze intelligente ontwerper God is. In plaats daarvan eindigt het boek met deze opvallende zin: ‘Het ‘mysterie der mysteries’ (het ontstaan van nieuwe wezens op aarde) is nog net zo ondoorgrondelijk en onoplosbaar als toen Darwin wegvoer met de Beagle.’ Denton heeft de theorie van Darwin grondig aan de kaak gesteld en volledig ontmaskerd, en vervolgens geeft hij zich gewonnen. Eigenlijk zegt hij: ‘We weten het antwoord niet. We wisten het niet voordat Charles Darwin zijn waarnemingen van planten en dieren deed, en vandaag de dag weten we het nog steeds niet.’
Hoe komt het dat zo’n briljant wetenschapper tot een dergelijke conclusie komt? Het antwoord op die vraag kan worden gevonden in de uitspraak van Salomo dat de vrees voor de Heer het begin van kennis is. Denton heeft een enorme hoeveelheid gegevens verzameld en voert een krachtig pleidooi tegen de evolutietheorie, maar hij is niet in staat zijn redenering in een conclusie te laten uitmonden, aangezien zijn kennis onvolledig is. Hij houdt namelijk geen rekening met God.
Ik vond Dentons boek erg fascinerend. In zijn streven om de dwaling van de evolutietheorie aan te tonen, biedt hij ons onbewust een boek waardoor we ons kunnen verwonderen over de onmeetbare wijsheid van God, die Hij door zijn schepping laat zien. Ik ben herhaaldelijk met lezen gestopt om God te aanbidden. Ik bedacht hoe jammer het is dat Denton, die duizend keer zoveel over dit onderwerp weet als ik, zijn kennis niet kon gebruiken om God te verheerlijken, omdat hij Degene over wie hij schreef niet kende en niet vreesde.
Mensen die God vrezen kunnen hun kennis niet alleen gebruiken om God te verheerlijken, maar ook om van Hem te genieten. Ik zat eens in de wachtkamer van een KNO-arts. Aan de muur tegenover me hing een tekening van een vele malen uitvergrote dwarsdoorsnede van het menselijk oor. Terwijl ik keek naar de kleine botjes die de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel vormen, verwonderde ik me over de volmaaktheid van het menselijk oor en over het ingenieuze ontwerp dat God had gemaakt. Ik aanbad God terwijl ik daar zat te wachten, en een alledaags doktersbezoek veranderde in een heerlijk samenzijn met God. Ik weet erg weinig van het oor, maar ik kan bijzonder genieten van de kennis die ik ervan heb, omdat ze is gebouwd op het fundament van vrees van de Degene die het menselijk oor heeft gemaakt.
De ervaring die ik had zou iedereen op elk gebied van kennis moeten hebben. Een geschiedenisstudent kan veel meer van een bepaald vak genieten als hij of zij gelooft dat geschiedenis niet slechts een ‘verhaal’ is, maar veel meer de uitwerking van Gods soevereine plan en doel voor deze wereld. Een christelijke astronoom zou God moeten aanbidden wanneer hij door zijn telescoop het enorme, geweldige werk ziet dat God in de hemelen heeft vervaardigd. Een godvrezende boer is bij de oogst blij dat hij zijn talent om het land te bewerken uiteindelijk van God heeft gekregen, want in Jesaja leest hij: ‘En zijn God onderricht hem over de juiste wijze en onderwijst hem’ (28:26). Als gelovige zou u elk soort kennis waar u mee te maken hebt (elk aspect van uw alledaagse omgeving) moeten beschouwen als een bron van verwondering en aanbidding. Die kennis zou u moeten gebruiken als middel om God te verheerlijken. En dat zal ook het geval zijn wanneer u God met blijdschap vreest.
Ten slotte dienen we na te denken over de meest belangrijke kennis die er is. Jezus zei: ‘Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt’ (Johannes 17:3). Hier begint in feite werkelijke kennis. De persoon die God kent en vreest, bezit iets wat waardevoller is dan alle filosofische en wetenschappelijke kennis bij elkaar. Wetenschappers en filosofen kunnen manieren ontdekken om het leven te verbeteren, maar een christen heeft de weg naar het eeuwige leven ontdekt. Dat de christelijke kennis waardevoller is, werd bevestigd door Jezus toen Hij zei: ‘Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden? Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven?’ (Marcus 8:36-37).
Recensies uit de krant
20-1-2009NBD/Biblion
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584