Try it out
Lees hoofdstuk 1
Bedoeld leven
 
Boek kaft: Bedoeld leven

Hoofdstuk 1

Een diep verlangen naar een doel



Hebt u wel eens een van die hectische dagen meegemaakt waarop u zich afvroeg: Zouden de discipelen hun leven hebben gepland met behulp van organizers? U hebt één van de vele dingen die u nog moest doen kunnen afstrepen en u hebt al talloze telefoontjes gepleegd, maar ondertussen vraagt u zich af: is het Gods bedoeling geweest dat mijn leven zó enorm druk zou zijn?
Of misschien merkt u dat u de laatste tijd vaker aan het nadenken bent over levensvragen. U zit bijvoorbeeld in de wachtkamer van een ziekenhuis en vraagt zich af: is mijn leven iets waard geweest? Heb ik in iemands leven een rol van betekenis gespeeld? Deze twee uitersten (teveel activiteit en te weinig betekenis) hebben bij veel vrouwen een gevoel van ontevredenheid veroorzaakt. Het ene uiterste leidt de hele dag door tot een stortvloed aan drukte, terwijl het andere uiterste ertoe leidt dat ons leven doelloos voortkabbelt. Deze twee processen kunnen een diepgaand zelfonderzoek in gang zetten: waarom doe ik al deze dingen eigenlijk? Waar dient het allemaal voor? Als u zich zo voelt, dan bent u niet de enige. Ik heb voor dit boek heel veel vrouwen geïnterviewd, en zo nu en dan ben ik tijdens retraites laat opgebleven om met andere vrouwen te praten, en ik heb deze vrouwen veel verschillende vragen horen stellen over de zin van het leven. Een paar voorbeelden:
• ‘Ik vind mijn baan eigenlijk niet zo leuk, maar wat kan ik eraan doen?’
• ‘Er zijn zoveel dingen die ik zou willen doen – waar moet ik beginnen?’
• ‘Ik ben al vijftig, maar weet nog steeds niet wat ik wil worden wanneer ik groot ben.’
Neem Linda. Zij heeft in haar loopbaan bereikt wat ze wílde bereiken. Ze heeft zich opgewerkt tot hoofdverpleegkundige, en ze is goed in haar werk. Maar toch heeft ze het gevoel dat ze iets mist. Ze heeft overwogen geneeskunde te gaan studeren en arts te worden. ‘Maar toen ik erover nadacht, kwam ik tot de conclusie dat ik het alleen maar wilde om een riant huis te kunnen kopen en om meer aanzien bij de mensen te krijgen.
Alles gaat langs me heen. Ik ga naar de kerk en lees mijn bijbel, maar ik maak geen verschil uit in deze wereld. Ik voel me schuldig wanneer ik een avond heb verspild met televisie kijken terwijl ik het niet van plan was. Tuurlijk, ik ben wel zo aardig om in te vallen voor andere verpleegsters wanneer ze een ziek kind thuis hebben, maar ik loop nooit de tweede mijl zoals Jezus ons heeft opgedragen. Mijn werk is mijn werk en mijn geloof is mijn geloof. Patiënten zorgen alleen maar voor meer werk; ik zie ze niet als mensen met een ziel die God liefheeft.’
De situatie bereikte een dieptepunt toen Linda na twintig jaar een reünie van haar middelbare school bezocht. ‘Ik realiseerde me dat mijn leven langzaam aan het wegtikken was. Ik heb niet zo heel lang meer te leven. Ik wil de dingen doen waarvan ik het idee had dat ze belangrijk waren. Vind ik wat ik nu doe nog steeds belangrijk? Daar zal ik over moeten nadenken.’
Denise zorgt thuis voor drie kinderen en geniet van alle dingen die horen bij het leven van een moeder. Maar op de momenten dat ze tijd heeft om rustig na te denken, wanneer ze haar huilende peuter heen en weer wiegt, vraagt ze zich af of de sleutelkinderen verderop in de straat wel weten hoe ze met een magnetron moeten omgaan zonder zich te branden. Ze denkt aan de dakloze vrouw die bezig was om etensresten uit de container bij het restaurant te halen, en ze vraagt zich af waar de vrouw slaapt. ‘Ja,’ zegt ze, ‘ik zorg voor mijn kinderen, maar is er niet iets wat we samen zouden kunnen doen om op Jezus te lijken?’
Mary ging jaren geleden bij een bank werken. ‘Dat deed ik, omdat ik er geen zin in had om nog uren nadat ik klaar was met werken na te moeten denken over mijn baan. Ik wilde me kunnen richten op mijn man en mijn kinderen.’ Haar kinderen zijn ondertussen opgegroeid, maar wanneer ze klaar is met werken rent ze nog steeds van de ene activiteit naar de andere – ze gaat langs bij de apotheek, bezoekt bijeenkomsten van de gemeente. Ze had nog niet zoveel nagedacht over een doel in haar leven, totdat bij de zoon van een vriendin van haar de diagnose aids werd gesteld en ze ging helpen om hem te verzorgen. Nadat hij was gestorven, sloot Mary zich samen met haar vriendin aan bij een rouwverwerkingsgroep. ‘Iedereen hielp elkaar enorm – daar was ik jaloers op,’ zei Mary. ‘Ik doe goede dingen, maar heeft ook maar één iemand een beter leven door wat ik heb gedaan?’
Op een avond hadden Mary en haar man een feestje gegeven om de hoge piefen van het kantoor van haar man te vermaken. Tijdens het opruimen werd ze bijna kwaad. ‘Waar ga ik heen met mijn leven?’ vroeg ze aan haar man. ‘Ja, ik zorg voor jou en ik heb een leuke baan. Maar ik wil iets om voor te leven en te sterven, méér dan alleen een schone keuken en een auto die lekker rijdt. We zijn toch niet al die tijd bij elkaar gebleven om niets te doen, hè?’
Vrouwen van twintig tot zeventig, alleenstaand of getrouwd, zijn op zoek naar betekenis te midden van hun eindeloze bezigheden en gedraaf. Soms wordt die vraag naar betekenis aangewakkerd door bijzondere verjaardagen (bijvoorbeeld wanneer we dertig, veertig, vijftig, zestig of zeventig worden), of door een gebeurtenis als een reünie, waarbij we ons plotseling realiseren dat het leven niet één grote modeshow is. Soms komt de vraag naar boven door verlies of mislukking: een scheiding, kinderen die uit huis gaan, langdurige werkloosheid, een borstamputatie, of de dood van een ouder. Dergelijke catastrofes veroorzaken een leegte in ons leven, en we realiseren ons dat we niet meer op dezelfde hectische manier verder willen leven. Ook succes kan tot introspectie leiden. Een succesvolle, hoog opgeleide accountant die voor een groot bedrijf werkte, zei tegen me: ‘Toen ik voor dit werk koos, was ik een onzeker meisje van negentien met blond geverfd haar. De doelen die ik toen had, heb ik gerealiseerd, en achteraf gezien stelden ze niet zoveel voor. Wat moet ik nu doen?’
Een andere vrouw, van wie het laatste kind het huis uit ging, zei tegen me: ‘Zal ik ooit iets vinden dat net zo zinvol is als het opvoeden van mijn kinderen?’

Zijn activiteiten buitenshuis het antwoord?



Met name sinds het ontstaan van de vrouwenbeweging hebben vrouwen barrières en discriminatie overwonnen. Toen ik jong was, kregen meisjes die bij de NASA informeerden naar de vereisten om astronaut te worden, te horen dat het voor meisjes geen zin had om zich aan te melden. In de decennia daarna heeft NASA tegen vrouwen gezegd: ‘Meld je alsjeblieft aan!’ Als het inderdaad zo is dat er barrières zijn verdwenen, hoe komt het dan dat het gevoel van ontevredenheid niet minder is geworden?
Het heil buitenshuis zoeken is niet de absolute garantie voor volledige voldoening, omdat een vrouw nog steeds niet zeker weet dat ze zinvol werk krijgt wanneer ze het huis verlaat. In een onderzoek dat werd gepubliceerd in het Journal of Organizational Behavior werd de opvatting bevestigd dat vrouwen vaker van baan wisselen dan mannen. Een onderzoek onder bijna zeshonderd mannelijke en vrouwelijke leidinggevenden, managers en hoogopgeleiden liet zien dat vrouwen twee keer zoveel kans liepen hun baan binnen twee jaar op te zeggen dan mannen (22,2 procent van de vrouwen tegenover 12,2 procent van de mannen).
Hoe komt het dat vrouwen zo vaak van baan veranderen of stoppen met werken? In het onderzoek werd gekeken naar oorzaken als loon, arbeidsvoorwaarden, privileges, werkomstandigheden, baangarantie en vakantiegeld. Toen ik het onderzoek ging bestuderen, ging ik ervan uit dat vrouwen hun baan vaarwel zeiden om discriminatie te vermijden, om thuis voor hun kinderen te zorgen of omdat ze ongemerkt in de ‘mama-route’ terecht kwamen (minder uren werken of een minder veeleisende baan kiezen). Ik had het mis. Volgens het onderzoek was de voornaamste reden waarom vrouwen hun baan de rug toekeerden dat de baan hun te weinig voldoening gaf. Dit onderzoek, dat wordt beschreven in een artikel met de passende titel Ain’t Got No Satisfaction: Working Women (‘Ik vind geen voldoening: werkende vrouwen’), laat zien dat vrouwen vaak geen voldoening vinden in hun werk en dat dat aan hen knaagt. Hoewel inkomen belangrijk is, is het loonstrookje voor veel vrouwen niet voldoende om hen aan een bepaalde baan te laten vasthouden.
Sterker nog, de trend dat vrouwen gaan werken is aan het omkeren. De auteur Leith Anderson beschreef in het tijdschrift Christianity Today het verschijnsel dat steeds meer vrouwen de arbeidsmarkt achter zich laten, en hij vertelde daarbij het volgende verhaal:
Karol Emmerich (45) werd door het blad Working Woman genoemd als een van de 73 vrouwelijke leidinggevenden die ‘klaar waren om ondernemend Amerika te leiden’. Als vice-president, conservator en hoofd boekhouding van de Dayton Hudson Corporation, werd ze de vrouw met de hoogste positie binnen het bedrijf, dat een omzet had van 18 miljard dollar. In mei 1993 nam ze ontslag, om zich te gaan toeleggen op dienstverleningsprojecten en om haar kennis in dienst te stellen van christelijke organisaties. Zelf zei Emmerich daarover: ‘Ik besef dat carrièreverbetering niet in al de behoeften in mijn leven zal voorzien.’ Ze zegt dat ze een ‘meer gebalanceerd leven’ nastreeft, waarin ze zich kan richten op ‘het onderhouden van relaties – met God, met mijn gezin, met oude en nieuwe vrienden’.


Zelfs bij een baan op het allerhoogste niveau missen vrouwen dingen die ze in het leven belangrijk vinden: een betekenisvolle bijdrage leveren aan Gods doelen, zich verbonden voelen met andere mensen, een verschil uitmaken in deze wereld. Betere banen en meer aanzien hebben hun niet gebracht wat we zij wilden. Integendeel, zij hebben ontdekt dat materialisme ontevredenheid veroorzaakt, dat het streven om een soort supervrouw te worden leidt tot fragmentatie, en dat werken in een kantoor met mensen die zichzelf heel wat vinden (zelfs wanneer het gaat om werk binnen een christelijke instelling) teleurstelling veroorzaakt.
Deze zoektocht naar betekenis komt zóveel voor dat volgens U.S. News & World Report in 1996 de legacy coaches degenen waren die het vaakst om advies werden gevraagd. Een legacy coach is een combinatie van een coach, mentor, motivator, zakelijk adviseur en therapeut. Onder de mensen die zo’n coach in de arm nemen, bevinden zich ook vrouwen die niet alleen de behoefte hebben aan loopbaanadvies, maar ook aan richting en betekenis in hun leven. Amy Watson van Coach University (een ‘klaslokaal zonder muren’ in Houston, opgericht in 1992) vertelt over een vrouwelijke professor die werd overweldigd door de eisen die het leven stelde, met name door de verantwoordelijkheden die het lesgeven en publiceren met zich meebrachten. Ze nam een legacy coach in de arm om te bekijken welke projecten ze het belangrijkst vond en welke ze zou kunnen afstoten, welke taken ze aan collega’s zou kunnen overdragen, en hoe ze om kon gaan met haar werkbelasting. Net als zij proberen velen van ons te ontdekken wat we het belangrijkst vinden en hoe we ervoor kunnen zorgen dat ons leven om die dingen draait.
Vrouwen die thuis blijven bij hun kinderen hebben met soortgelijke worstelingen te maken. Zij weten dat een van hun levensdoelen is om te zorgen voor de kinderen, maar hoe het plaatje er voor de lange termijn uitziet is onduidelijk. Luiers verschonen en rommel opruimen is heel belangrijk werk wanneer het met liefde wordt gedaan. Toch verlangen deze vrouwen ernaar om te doen wat vrouwen door de eeuwen heen hebben gedaan: om moeder te zijn en Gods opdracht te gehoorzamen om op de een of andere manier een licht te zijn in zijn wereld (Matteüs 28:19-20; 1 Timoteüs 4:10-11).
Recensies uit de krant
20-1-2009NBD/Biblion
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584