Try it out
Lees hoofdstuk 1
Stil worden voor God
 
Boek kaft: Stil worden voor God
1

WANNEER GEBED NIET MEER ‘WERKT’

Verborgen in het donker van de avond zat ik in mijn auto. Ik was gefrustreerd over de manier waarop een man de commissievergadering waar ik zojuist vandaan kwam had verstoord. Ik zal hem ‘X’ noemen, omdat hij me zo irriteerde dat ik het liefst een grote X achter zijn naam op de lijst met commissieleden had gezet. Hij stond erop dat alles op zijn manier gebeurde en zette ons allemaal onder druk zodat onze commissie in twee kampen werd verdeeld – wij tegen X. Steeds wanneer hij met een nieuw voorstel kwam, begonnen we te steigeren en veegden we dat voorstel van tafel. We bereikten niets en dus ik was blij toen de vergadering was afgelopen.
Nu zat ik mijn auto te wachten tot mijn zoon klaar was met zíjn vergadering en ik bad voor X – als je het tenminste bidden kon noemen. Ik ging tekeer tegen God: ‘Zijn negativisme maakt de commissie kapot. Verander deze man!’
Terwijl deze woorden nog in mijn hoofd rondspookten, gebeurde er iets. Ik hoorde de werkelijke houding achter die woorden: Heer, U kunt er maar beter voor zorgen dat hij de dingen op mijn manier doet. Het was niet de eerste keer dat ik zag hoe ik-gericht ik kon zijn in mijn gebeden. Ik oordeelde X aan de hand van hoe ik me over hem voelde. Omdat ik gefrustreerd en kwaad was, had ik besloten wat de beste aanpak was. Ik vertelde God hoe Hij mijn plannen diende uit te voeren. Wow – ik hield mijn adem in. Wie denk ik wel niet dat ik ben, om deze man te oordelen, en vervolgens God te vertellen wat Hij moet doen?
Ik liet mijn frustratie met een zucht gaan en deed mijn ogen dicht. Ik moest mijn eigen gedachten tot zwijgen brengen en stil worden. Ik legde mijn handen in mijn schoot en ontspande mijn gebogen schouders. Er verdween meteen iets van de spanning. Ik wist dat ik een ander soort gebed moest bidden – onzelfzuchtig, niet bevelend.
Ik haalde een paar keer diep adem en strekte mijn handen geopend voor me uit, met de handpalmen naar boven. Hij is van U, Heer. Ik geef hem over aan U. Terwijl ik rustiger ging ademhalen, liet ik rust en kalmte in mijn ziel komen en ik herhaalde die bekende woorden uit Psalm 46: ‘Word rustig en wees u ervan bewust dat Ik God ben’ (vers 10, Het Boek).
Ik haalde diep adem en bad: Meer van Jezus. En ik ademde uit terwijl ik zei: Minder van mezelf. Ik voelde niet langer mijn hart bonzen. De avondlucht voelde verfrissend aan. Ik was veel kalmer en ik was dankbaar voor het gezelschap van God en voor de kans om na te denken over Gods wil voor X. Het idee dat God misschien wel een positief plan voor X had, vond ik nog steeds moeilijk te geloven.
Ik bracht dit soort contemplatief gebed al een aantal jaren in praktijk – het soort gebed waarin je voor God zit en eenvoudigweg van zijn aanwezigheid geniet. In alle hectiek en drukte van het dagelijks leven is het zo gemakkelijk om Gods aanwezigheid te vergeten en terug te glijden in oude, zelfgerichte gewoonten. Maar wat geeft het veel voldoening om in staat te zijn terug te keren naar die aloude gewoonte die al twee millennia door christenen wordt gebruikt. Ik kon voelen dat de orde werd hersteld en dat er vrede terugkwam in mijn ziel. Ik werd niet langer gevuld door onrustige, wraakzuchtige gevoelens, maar voelde een heilige rust en kalmte.

Een aloude gewoonte
In mijn leven als christen zijn mijn gebeden jarenlang gekenmerkt door wat ik wilde. Nooit had ik in het onderwijs en de training die ik als bijbelgetrouw christen ontving ook maar iets geleerd over contemplatief gebed – ook al hebben de eerste christenen, de kerkvaders en de heiligen door de eeuwen heen (zowel vooraanstaande als onbekende) contemplatie in praktijk gebracht.
In zijn meest eenvoudige vorm is contemplatief gebed een vorm van gebed waarin we onze gedachten en gevoelens tot zwijgen brengen en ons richten op God Zelf. Dat maakt dat we beter in staat zijn om ons bewust te zijn van Gods aanwezigheid en het helpt ons om beter Gods stem te horen die ons corrigeert en leidt en stuurt. We komen niet langer voor God met een lijst met dingen die Hij moet doen, maar we komen voor Hem zonder onze eigen plannen of verzoeken. Het basale idee is eenvoudigweg om te genieten van het gezelschap van God, om onze eigen gedachten tot zwijgen te brengen zodat we kunnen luisteren als God ervoor kiest om te spreken. Om die reden wordt contemplatief gebed ook wel het ‘gebed van de stilte’ genoemd.
Toen ik op deze manier leerde bidden, kwam ik tot de ontdekking dat ik gebed fijn vond! Als ik gefrustreerd, afgeleid of verward was kon ik weer in contact komen met God. Dan kon ik vrede en kracht vinden. Ik zat niet langer vast in een beperkte kijk op een persoon of een situatie, maar stond open voor een hogere visie die me in staat stelde te antwoorden met geduldige wijsheid in plaats van te reageren vanuit mijn gevoelens. Langzaam maar zeker ging ik begrijpen waarom de innerlijke transformatie plaatsvond. Vroeger begon ik mijn tijd van contemplatie door me te richten op mijn verlangens, eisen en behoeften – door te zeggen: ik wil. Maar door me te richten op de God die van me hield, veranderde er iets. Ik liet mensen, omstandigheden, mezelf en mijn gevoelens los en was daardoor vrij om me te kunnen richten op eeuwige dingen. Al snel zei ik: God, U kennen is voor mij genoeg. De verandering die zich voordeed was verbazend. Ik voelde de ‘vrede die alle verstand te boven gaat.’ Die vrede was me veelal ontgaan.

God en meneer X
Toen ik op die avond waarop de commissievergadering had plaatsgevonden weer tot bedaren kwam, stelde ik God tijdens de stilte een vraag: Wat moet ik weten over X?
Wanneer ik God op deze manier vragen stel, komen er soms ideeën bij me op. Andere keren gebeurt er niets nieuws, maar het besef dat ik opnieuw verbonden ben met God is meer dan voldoende voor me.
Meteen kwam er een ademhalingsgebed in me op: ‘Laat me het hart van deze man zien.’ (Ik kon het niet laten om daar aan toe te voegen: ‘Als hij er één heeft.’) Een paar minuten lang ontspande ik me en liet ik dat gebed in me rusten.
Toen sprong mijn zoon Jeff de auto in. Hij zei dat hij even naar de drogist moest. Terwijl we daarheen reden, bracht ik X ter sprake. Jeff zei dat X verhalen had verteld over zijn tijd als soldaat in Vietnam. ‘Hij zei dat hij zich hulpeloos had gevoeld en dat hij zijn leven niet in de hand had,’ vertelde Jeff. ‘Soms moest hij bevelen gehoorzamen die hij vreselijk vond.’ Toen Jeff de drogisterij inliep, was ik weer alleen met God. Ik herinnerde me dat deze man ook was ontslagen door een groot bedrijf waar hij hoofd van de computerafdeling was geweest. En ik dacht aan zijn zoon – een prima jongen, maar niet erg meegaand.
Ik deed mijn ogen dicht en vroeg God opnieuw: Wat moet ik weten? In de stilte besefte ik iets waar ik nog nooit eerder over had nagedacht. Deze man heeft zoveel dingen uit zijn handen zien glippen – zijn verleden, zijn carrière, zijn zoon. Verklaarde dat waarom hij zo vastbesloten was om op dit punt in zijn leven dingen in de hand te hebben, inclusief de commissie?
Jeff stapte weer in en tegen de tijd dat we thuis waren was er een compromis met betrekking tot het commissievraagstuk bij me opgekomen: Geef hem de zeggenschap over een klein deel van het project en laat de commissie de rest leiden. Ik belde de voorzitter, die het idee wel zag zitten. Uiteindelijk verliep alles tot ieders tevredenheid. Enige tijd later realiseerde ik me dat ik niet alleen vrede had ervaren maar dat ik, als gevolg daarvan, een vredestichter was geweest – zonder dat ik me daarvan bewust was geweest. Dit intrigeerde me omdat mijn aanpak, ondanks het feit dat ik een wedergeboren christen ben, meestal geen vreedzame oplossing teweegbrengt. Meestal ga ik op mijn strepen staan om te krijgen wat ik wil. Ik denk dat dit ontstaan is toen ik van de kamer van mijn oudste zus een troep had gemaakt en vervolgens de volwassenen van me af moest schudden: ‘Oh... zijn haar spullen door elkaar gegooid? Heeft een van haar vriendinnen dat misschien gedaan?’ Ik heb altijd grote bewondering gehad voor mensen die een conflict op een kalme, rustige manier kunnen oplossen. Ik heb geprobeerd een vredestichter te zijn, maar dat lukte niet. Dit keer had ik daadwerkelijk vrede voortgebracht!
Wat ik echter belangrijker vond, was mijn hartsgesteldheid. Ik was belangrijk gaan vinden wat God wilde, in plaats van eenvoudigweg te klagen. Ik wilde niet langer de andere kant oplopen toen ik deze man zag, zoals ik zo vaak had gedaan. In vergaderingen die daarna plaatsvonden, voelde ik bewogenheid voor hem omdat ik zijn hart had gezien. Het was een nieuwe stap in het groeiproces van het lijken op Christus, een stap waar ik naar had verlangd.
Recensies uit de krant
20-1-2009NBD/Biblion
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584