Try it out
Lees hoofdstuk 1
Thuis bij God
 
Boek kaft: Thuis bij God

1

Het
grote huis van God
Een woning voor uw hart

Eén ding heb ik van de HERE gevraagd, dit zoek ik: te verblijven in het huis van de HERE al de dagen van mijn leven, om de liefelijkheid van de HERE te aanschouwen, en om te onderzoeken in zijn tempel
Psalm 27:4.

Ik zou het eens met u over uw huis willen hebben. Laten we door de voordeur naar binnen stappen en een beetje in dat huis rondlopen.
Het is verstandig zo nu en dan uw woning te inspecteren, te kijken of er geen lekkages in het dak zijn, of de muren geen scheuren vertonen en het fundament nog in orde is. We zullen eens kijken hoe vol uw keukenkasten zijn en wat voor boeken u in uw studeerkamer op de plank hebt staan.
Wat zegt u? U vindt het raar dat ik een kijkje in uw huis kom nemen? U dacht dat dit boek over geestelijke zaken ging? Dat laatste klopt. Neem me niet kwalijk, ik had duidelijker moeten zijn. Ik heb het niet over uw zichtbare huis van steen of beton of hout of stro, maar over het onzichtbare huis van uw gedachten en woorden en overtuigingen en toekomstverwachtingen. Ik heb het over uw geestelijke huis.
U hebt namelijk allemaal ook een geestelijk huis. Het is geen alledaags huis. Maak u een voorstelling van uw meest dierbare gedachten en dit huis gaat zelfs die nog verre te boven. Er is een groot kasteel gebouwd voor uw hart. Evenals het tastbare huis er is voor uw lichaam, zo is het geestelijke huis er voor het welzijn van uw ziel.
U hebt nog nooit zo’n solide huis gezien.
Het dak lekt nooit.
De muren scheuren nooit.
De fundamenten zakken nooit weg.
U hebt nog nooit zo’n schitterend kasteel gezien.
Het observatorium zal u boven uzelf uittillen.
De kapel zal u vernederen.
De studeerkamer zal u leiden.
En de keuken zal u voeden.
Hebt u ooit in een dergelijk huis gewoond? Het kan zijn van niet. Het kan zijn dat u nog amper hebt nagedacht over de huisvesting van uw ziel. Wij scheppen omvangrijke huizen voor onze lichamen, maar onze zielen moeten het doen met een schamele tent waar de wind iedere nacht doorheen giert en het naar binnen sijpelende regenwater ons doorweekt. Geen wonder dat er in de wereld zoveel koude harten zijn.
Het hoeft niet zo te zijn. We hoeven niet buiten te wonen. Het is niet Gods bedoeling dat uw hart als een nomade door de woestijn moet zwerven. God wil dat u de kille tent verlaat en komt wonen… bij Hem. Onder zijn dak is ruimte voor u. Zijn tafel is voor u gedekt. In zijn zitkamer staat een leunstoel voor u gereserveerd. En Hij zou graag hebben dat u in zijn huis uw intrek nam. Waarom stelt Hij zijn huis eigenlijk voor u open?
Gewoon, omdat Hij uw Vader is. Universeel.
U bent bedoeld om in het huis van uw Vader te wonen. Ieder huis dat het daar niet bij haalt, is ontoereikend. Ieder huis dat daar ver vandaan ligt, is gevaarlijk. Alleen het huis dat voor uw hart gebouwd is, kan uw hart beschermen. En uw Vader wil dat u in Hem woont.
Nee, dat hebt u niet verkeerd gelezen en dat heb ik ook niet verkeerd geschreven. Uw Vader vraagt u niet alleen om bij Hem te wonen, Hij vraagt u om in Hem te wonen. Zoals Paulus al schreef: ‘Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij’ (Handelingen 17:28).
Denk niet dat u van God gescheiden bent, dat Hij bovenaan de ladder staat en u helemaal onderaan. Verwerp iedere gedachte dat God op een andere planeet woont dan u. Omdat God Geest is (Johannes 4:23), is Hij naast u. God zelf is ons dak. God zelf is onze muur. En God zelf is ons fundament.
Mozes wist dit. Hij bad: ‘HERE, U bent ons een toevlucht geweest van geslacht tot geslacht’ (Psalm 90:1). Wat een krachtige gedachte: dat God uw woning is. Uw woning is de plaats waar u de schoenen kunt uittrekken en gewoon uw favoriete nootjes kunt eten en waar u zich niet hoeft af te vragen wat de mensen wel zullen denken wanneer ze u languit in bad zouden zien liggen. Uw woning is uw vertrouwde plek. Niemand hoeft u te vertellen hoe u de slaapkamer moet vinden, of hoe u in de keuken moet komen. Na een dag hard werken en ploeteren om uw weg in de maatschappij te vinden, is het een geruststelling om thuis te komen in een bekende omgeving. God kan net zo vertrouwd voor u zijn. Na verloop van tijd kunt u leren waar u de voeding kunt halen, waar u kunt schuilen bij gevaar, waar u leiding kunt zoeken. Evenals uw aardse huis een veilig heenkomen is, zo is ook Gods huis een plaats van vrede. Gods huis is nog nooit geplunderd. In zijn muren is nog nooit een bres geslagen.
God kan uw woning zijn.
God wil uw woning zijn. Hij heeft geen interesse als Hij alleen uw weekendhuisje of uw vakantiebungalow mag zijn. Denk niet dat u God kunt gebruiken als een caravan in de vakantie of als een tweede huis voor wanneer u met pensioen gaat. Hij wil dat u nu al bij Hem in huis komt, voor altijd. Hij wil uw postadres zijn, uw referentiepunt, uw thuis. Hoor maar wat zijn Zoon heeft beloofd: ‘Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen’ (Johannes 14:23).
Voor velen is dit een nieuwe gedachte. Wij denken aan God als een godheid om over te discussiëren, niet als een plaats om te wonen. Wij denken aan God als een mysterieuze Wonderdoener, niet als een huis om in te leven. Wij denken aan God als een Schepper om aan te roepen, niet als een huis om in te verblijven. Maar onze Vader wil veel meer zijn. Hij wil degene zijn ‘in wie wij leven, in wie wij ons bewegen en in wie wij zijn’ (Handelingen 17:28). Toen de HERE God de Israëlieten door de woestijn leidde, verscheen Hij niet maar eventjes één keer per dag om hen daarna weer aan hun lot over te laten. De vuurkolom was de hele nacht aanwezig. De wolk was de hele dag aanwezig. Onze God verlaat ons nooit. ‘Ik zal met u zijn, al de dagen…’ Dat heeft Hij beloofd (Matteüs 28:20). Ons geloof zet een gigantische stap voorwaarts wanneer wij de onophoudelijke aanwezigheid van de Vader beseffen. Onze HERE God is het vuur van onze nacht en de wolk van onze dag. Hij verlaat ons nooit.
De hemel kent geen verschil tussen zondagochtend en woensdagmiddag. God verlangt ernaar om op de werkplek net zo duidelijk tot ons te spreken als in het heiligdom. Hij verlangt ernaar dat we Hem aanbidden terwijl we aan tafel zitten en niet alleen wanneer wij in de kerk deelne-men aan het avondmaal. Het kan zijn dat u dagen lang niet één keer aan Hem denkt, maar er is nooit een moment waarop Hij niet aan u denkt.
Wanneer we dit weten, begrijpen we ook de rigoureuze doelstelling van Paulus: ‘Wij brengen elk bedenksel als krijgsgevangene onder de gehoorzaamheid aan Christus’ (2 Korintiërs 10:5). Dan kunnen wij doorgronden waarom hij ons aanspoort ‘zonder ophouden te bidden’ (1 Tessalonicenzen 5:17), om ‘te volharden in het gebed’ (Romeinen 12:12), om ‘bij elke gelegenheid aanhoudend te bidden en te smeken in de Geest’ (Efeziërs 6:18). Om ‘voortdurend een lofoffer aan God te brengen’ (Hebreeën 13:15) en ‘te denken aan de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn’ (Kolossenzen 3:2).
David, de man naar Gods hart, zei: ‘Eén ding heb ik van de HERE gevraagd, dit zoek ik: te verblijven in het huis van de HERE al de dagen van mijn leven, om de liefelijkheid van de HERE te aanschouwen, en om te onderzoeken in zijn tempel. Want Hij bergt mij in zijn hut op de dag des kwaads, Hij verbergt mij in het verborgene van zijn tent, Hij plaatst mij hoog op een rots’ (Psalm 27:4-5).
Wat is dat huis van God waarin David zo graag wilde verblijven? Beschrijft hij hier een tastbaar bouwsel? Verlangt hij naar een gebouw met vier muren en een deur waardoor hij kan binnentreden maar nooit naar buiten kan gaan? Nee. ‘De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt’ (Handeling 17:24). Wanneer David zegt: ‘ik zal in het huis van de HERE verblijven tot in lengte van dagen’ (Psalm 23:6), zegt hij niet dat hij bij de mensen vandaan wil. Hij zegt dat hij er naar hunkert om daar waar hij op dat moment is, in de aanwezigheid van God te zijn. David verlangt ernaar om in Gods huis te verblijven.
Ik weet wat u denkt: Dat kun je nu wel zeggen, Max, maar dat was David. Hij was een dichter, een vorst, een reuzendoder. Hij had niet te stellen met files en luiers en een baas die je als een vuurspuwende draak voortdurend overdondert met zijn deadlines. Ook ik zou dolgraag in Gods huis willen wonen, maar vooralsnog zit ik behoorlijk vast in de werkelijke wereld.
Neem me niet kwalijk, maar ik denk daar toch anders over. U zit niet vast in de werkelijke wereld. Integendeel, u bevindt zich maar één stap van het huis van God vandaan. Waar u ook bent. Hoe laat het ook is. Of u nu op donderdagmiddag achter uw bureau zit of op zaterdagochtend in een voetbalwedstrijd meespeelt, u bent altijd maar één beslissing van de aanwezigheid van uw hemelse Vader vandaan. U hoeft het huis van God nooit te verlaten. U hoeft nooit van postcode of van woonwijk te veranderen. Het enige wat u hoeft te doen, is uw zicht op de werkelijkheid veranderen.
Wanneer u vast zit in het verkeer, kunt u zo de kapel binnenstappen. Wanneer de gloed van de verzoeking u uit uw evenwicht brengt, mag u zomaar achter de muur van zijn kracht gaan staan. Wanneer uw collega’s u kleineren, ga dan even in het prieel in de tuin naast uw Vader zitten. Hij zal u troosten. Let wel, dit is geen huis van steen. U zult het op geen enkele kaart aantreffen. U zult het bij geen enkele makelaar tegenkomen.
Maar u zult het vinden in uw bijbel. U hebt de blauwdruk al eerder gezien. U hebt de namen van de kamers al gelezen en de plattegrond al doorgenomen. Het ontwerp is u niet vreemd. Maar de kans bestaat dat het nog nooit bij u is opgekomen dat dit een tekening van een huis is. U hebt deze verzen altijd gezien als een gebed.
Dat zijn ze ook. Het Onze Vader. Het zal moeilijk zijn om iemand te vinden die nog nooit dit gebed heeft gelezen of gehoord of meegepreveld.

Onze Vader die in de hemelen is.
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
Vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
Amen.
Matteüs 6:9-13

Kinderen leren het uit het hoofd. Gemeenteleden bidden het hardop mee. Studenten bestuderen het… Maar ik wil u uitdagen er iets anders mee te doen. Ik zou willen dat u erin gaat wonen… Dat u het gaat beschouwen als de plattegrond van ons geestelijke huis. In deze verzen biedt Christus ons meer dan een gebedsmodel, dit is zijn levensmodel. Deze woorden zeggen ons veel meer dan wat wij tegen God moeten zeggen, zij vertellen ons hoe wij met God mogen leven. Deze woorden beschrijven een groot huis dat bedoeld is voor Gods kinderen om er in te wonen… met Hem, voor eeuwig.
Zou u er een kijkje willen nemen? Ik ook. Ik weet waar u het beste kunt beginnen. In de zitkamer hangt een schilderij boven de schoorsteenmantel. De eigenaar van het huis koestert het. Hij nodigt iedereen die binnenkomt, uit om hun rondgang door het huis te beginnen bij dit schilderij, om ernaar te kijken en zodoende de waarheid over de Vader te leren.

Recensies van lezers
NaamC.A. van der Kruijt
Rapportcijfer10
RecensieEen uitstekend en verfrissend boek. Het geeft mij een heldere kijk op het Onze Vader en tegelijk laat het Gods genade zien in elk van de onderdelen van dit gebed. Zeer lezenswaardig voor mensen die naar een echte groei van hun geloof; ook voor tieners! Wij gebruiken delen van dit boek als weeksluiting met onze kinderen en spreken daar dan over door.
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584