Try it out
Lees hoofdstuk 1
Hells Angel
 
Boek kaft: Hells Angel
Eerste hoofdstuk:

1

Het gevecht


Ik begon het strand over te rennen, struikelend over kiezelstenen die ik in het donker niet zag. Op de boulevard stond iemand te schreeuwen. 'Hé, Brian, schiet op! We hebben een paar skinheads.' Ik bereikte het muurtje en trok mezelf over het randje omhoog. Mijn stiletto, verborgen in mijn mouwloze spijkerjack, sloeg tegen het witte hek. Opwinding, vermengd met woede, zorgde ervoor dat de adrenaline al rijkelijk stroomde. Als voorzitter van de Leigh Park Hell's Angels had ik voorop moeten gaan en de anderen moeten aanvoeren, maar mijn waakzaamheid was eventjes verslapt.
We waren die avond met z'n dertigen op de motor van Portsmouth naar Bognor gereden en hadden gerekend op een strandbarbecue en de nodige actie. We waren rond tien uur aangekomen, maar er was geen barbecue en geen actie. Terwijl we onze motoren parkeerden, merkte ik dat iedereen nijdig was, en dat was mijn schuld. Gefrustreerd had ik de anderen op de boulevard achtergelaten en was ik naar de waterkant gelopen. En nu, tegen de tijd dat ik me bij mijn maten gevoegd had, was het vechten al begonnen. Na afloop vertelde Fat Mick, mijn luitenant en beste vriend, me hoe het gegaan was. Terwijl hij en Crazy Jim en de anderen voor mij uit naar het centrum waren gelopen, waarbij ze iedereen die hun in de weg liep een grote bek gaven, kwamen er uit de zijingang van een café drie skinheads naar buiten. Bij het zien van onze bende dook een van hen terug naar binnen. Binnen enkele seconden stroomde er een groep skinheads naar buiten, de straat op. Het duurde niet lang voor onze aantallen ongeveer gelijk waren. Hell¹s Angels en skinheads begonnen op elkaar in te slaan, toevallige voorbijgangers maakten dat ze wegkwamen. Zodra we elkaar zagen begonnen we te vechten.
Tegen de tijd dat ik op het slagveld aankwam, vlogen de vuisten, de stenen en de fietskettingen in het rond. En uit de pub kwamen steeds meer skinheads tevoorschijn. Het leek wel een omgekeerde trechter. Ze waren allemaal voorbereid op een gevecht. Sommigen waren zelfs gewapend met crickethamers. Een van hen, groter en zelfs nog lelijker dan de rest, met oren als rabarberbladeren, had een knuppel bij zich. Later gebruikte hij die om mijn neus te breken. Al snel waren we in de minderheid. Na afloop van het gevecht ontdekte ik dat dit hun hoofdkwartier was. Op de avond dat wij in het stadje waren, waren er tweehonderd skinheads aanwezig.
Het bloed begon te vloeien. We waren niet in staat hen van het lijf te houden, dus we begonnen ons terug te trekken. Crazy Jim strompelde voorbij. Zijn wang was opengereten door een steen. Bloed uit de relatief kleine, maar diepe snee bedekte de zijkant van zijn gezicht. Toen ik dat zag knapte er iets in mij. Ik ramde mijn vuist in het gezicht van de jongen die achter Jim aan zat. Hij sloeg tegen de grond. Jim en ik liepen samen terug. Achter me werd iemands vriendin te grazen genomen door zes skinheads.
Al mijn angst was inmiddels verdwenen. Ik dacht eigenlijk nergens meer over na en voelde geen pijn. Ik sprong in de vechtende menigte, waarbij ik de grootste van de belagers met mijn beide voeten in het gezicht trapte. Het meisje krabbelde overeind en ging ervandoor. Net als ik.
We vonden het geen van allen prettig om ons uit een gevecht terug te trekken. Daarvoor hadden we er in het verleden te veel gewonnen. Maar deze keer hadden we geen keus. Voor elke Hell¹s Angel waren er wel vijf of zes skinheads en dat was zelfs voor Leigh Park Hell's Angels te veel van het goede. Wie bleef hangen zou zeker vermoord worden. Om in veiligheid te komen, moesten we onze motoren zien te bereiken. De andere jongens reden op gewone motoren en hadden die een paar honderd meter verderop geparkeerd, langs de stoeprand. Maar ik had een motor met zijspan, een Panther 600 die ik net de week daarvoor gekocht had. Dus ik had mijn motor op een parkeerterrein gezet, op enige afstand van de andere. Dat was een grote vergissing.
Op het slecht verlichte parkeerterrein stonden slechts twee auto¹s en mijn motor. Het plein was aan drie kanten omgeven door een hoge stenen muur, nauwelijks zichtbaar in de duisternis. Aan de voorzijde stond een witgeverfd hek. Ik rende door de enige ingang en kwam slippend tot stilstand op het gravel waar ik mijn motor geparkeerd had. Terwijl ik op de motor sprong en 'm aantrapte, schoot hij naar voren en sloeg af. Ik was vergeten dat ik hem in de versnelling had laten staan. Het schakelpedaal bleef steken en ik probeerde het uit alle macht los te trappen. Ik was daar zo op geconcentreerd dat ik niet merkte dat ik gevolgd was.
Knal! De knuppel raakte me vol in mijn gezicht, waardoor mijn neus brak en het bloed over mijn gezicht gutste en mijn shirt en mijn openstaande jas doorweekte. Terwijl ik mijn evenwicht hervond en mijn zicht weer helder werd, zag ik dat ik omringd werd door skinheads. Hoeveel het er waren weet ik niet, maar mijn enige ontsnappingsroute, door de poort van het parkeerterrein, was geblokkeerd.
De jongen met de knuppel haalde uit om me opnieuw te slaan. De pijn in mijn gezicht maakte me waanzinnig. Er was geen ontkomen aan. Ik moest iemand doden, of ik zou zelf gedood worden. In een fractie van een seconde knipte ik met mijn rechterhand de twintig centimeter lange, vlijmscherpe stiletto die ik in mijn jack verstopt had open. Het foedraal was in de linkerzijde van mijn jasje genaaid. Het handvat van het mes wees schuin omlaag, in de richting van de gesp van mijn riem.
In één beweging greep ik het mes vast, trok het uit het foedraal en zwaaide het omlaag. Het mes verdween moeiteloos in de buik van de jongen met de knuppel, zonder geluid te maken. En hij zakte in elkaar, al net zo stil, zonder te kreunen of te schreeuwen. Hij moest onmiddellijk zijn flauwgevallen van de pijn.
'Daar ga je!', schreeuwde ik. Een van zijn maten stapte naar voren, zich er niet van bewust dat ik de jongen neergestoken had. Hij spuugde in zijn handen, klaar om te vechten. Mijn mes ging opnieuw omlaag. Deze keer stak ik rechtstreeks in zijn buik en de tweede jongen zakte al net zo stilletjes in elkaar als de eerste. Ik dacht nog maar aan één ding: hen allemaal van kant maken. 'Kom maar op, dan vermoord ik jullie allemaal!'
Terwijl ik daar op mijn voetsteunen stond, braakte ik alle vuile taal uit die ik maar kon bedenken. Inmiddels hadden de andere skinheads het mes echter gezien en zich gerealiseerd wat er gebeurd was. Ze begonnen achteruit te lopen. Ik sprong van mijn motor en zwaaide met het mes in het rond. Terwijl de jongens terugdeinsden, opende zich een weg naar de uitgang. Ik rende tussen hen door naar de boulevard, langs een ambulance die waarschijnlijk gebeld was zodra we waren begonnen met vechten en langs een politiewagen met daarin drie agenten die er meer uitzagen als toeschouwers dan als vredestichters. Ik rende naar voren, naar de plek waar mijn vrienden stonden te wachten.
'Vlug!', schreeuwde ik. 'Verstop deze!'
Tiny, die allesbehalve klein was, pakte het mes aan en propte het in de ruimte tussen het zadel en de benzinetank van zijn Super 6 Suzuki. 'Die ruim ik later wel op', was alles wat hij zei. Toen, zonder me werkelijk te realiseren wat ik van hem vroeg, riep ik tegen Fat Mick: 'Ga mijn motor halen.'
Ik wist dat hij niet zou durven weigeren. Voor hij naar het parkeerterrein ging, gaf hij mij zijn jack. Op elk ander moment zou hij deze jas, met het kleurige, netjes geborduurde clubembleem, vol trots gedragen hebben. Het embleem was het kenmerk van een echte Hell¹s Angel. Maar deze keer was het anders. Hij keerde al snel terug, met de motor en met een brede grijns op zijn gezicht. De skinheads hadden het te druk met hun stervende vrienden om zich iets van hem aan te trekken.
Het was alsof ze ons vergeten waren.
De klap waarmee mijn neus gebroken was, had al mijn zintuigen verdoofd; ik was me alleen nog maar bewust van de pijn. Trillerig stak ik een sigaret op, zette de motor in z'n versnelling en reed langs de rij wachtende motoren naar voren. Met mij aan het hoofd kwam de bende in beweging en reden we over de boulevard richting huis. Niemand probeerde ons tegen te houden.
Recensies uit de krant
13-1-2007EO Visie
6-3-2007NBD Biblion
23-3-2007De Oogst
Recensies van lezers
Naamremmelt mastebroek
Rapportcijfer8
RecensieEen schitterend boek. Leest als 'een speer'. Komt veel dichter bij als 'Kruis in de asfaltjungle'.
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584