Try it out
Lees hoofdstuk 1
Gaandeweg genoteerd
 
Boek kaft: Gaandeweg genoteerd
Woord vooraf

‘Als iemand verre reizen doet, dan kan hij veel verhalen, daarom nam hij stok en hoed en ging hij aan het dwalen.’ Bij zijn thuiskomst vond hij steeds een aandachtig gehoor dat hem toeriep: ‘Vertel verder, heer Jurriaan, vertel verder.’ Het is een oud liedje dat beschrijft hoe anderen profijt kunnen hebben van de belevenissen van hun medemens. Het is namelijk een indirecte manier om verrijkt te worden door de ervaringen van een ander.

Hoewel de televisie met een druk op de knop de schoonheid van verre landen en exotische oorden binnen ons bereik brengt, herinneren we ons ongetwijfeld ook nog de vreugde bij het zien van reisbeelden van vrienden of bekenden. Er kwamen dan dikke fotoboeken op tafel of er werden dia- of videobeelden vertoond en zo genoten we van wat anderen hadden gezien en beleefd, onder het genot van een drankje en wat knabbelnootjes. Het waren vaak niet alleen de beelden die werden vertoond die ons boeiden, maar ook de achterliggende verhalen die verteld werden.
Zelf herinner ik me zo’n fotosessie die een onuitwisbare indruk op me maakte. Het was in de tijd voordat Israël als trekpleister van een land van zee, zon en strand werd aangeprezen. Reisorganisaties probeerden aarzelend hun eerste reizen op dat land te richten. De deelnemers waren vooral christenen die al jarenlang hun bijbel lazen en nu verlangden om het land en zijn bewoners in werkelijkheid te zien en te beleven. Vrienden van mij maakten deze reis en ik beleefde die met hen mee. Zo stond ik met hen bij het graf van Abraham te Hebron. Boven de spelonk waarin hij werd begraven staat nu een moskee waarin christenen, joden en moslims de vader van alle gelovigen herdenken. Natuurlijk geloofden wij altijd al dat Abraham geleefd had, maar dat hier zo feitelijk bevestigd te zien was nog wat anders. Zo liepen we samen over de weg naar Damascus, dezelfde straat waarop Saulus van Tarsus zich tweeduizend jaar geleden haastte om de christenen in die stad uit te moorden. We waren diep onder de indruk en stonden zonder een woord te zeggen in de Hof van Getsemane waar Jezus zijn hemelse Vader smeekte of de vreselijke dag van het lijden voorbij mocht gaan. Daarna jubelden we in de graftuin bij het lege graf en herhaalden de woorden van de discipelen: ‘De Heer is waarlijk opgestaan.’ Het is de groet waarmee oosterse christenen elkaar met Pasen nog begroeten. We zaten samen in een open bootje op het meer van Galilea dat rimpelloos lag te blaken in de zomerzon. Was dit het water dat zo onstuimig kon zijn dat zelfs Jezus’ discipelen vreesden dat ze daarin de dood zouden vinden?

Na die beeldenrapportage heb ik die reis zelf ook verschillende keren gemaakt, maar die eerste indruk blijft na al die jaren onuitwisbaar. Ik zag niet alleen de plaatjes maar was diep onder de indruk van de gedachten die deze bij ons opriepen.

Gaandeweg genoteerd, het boekje dat u in handen heeft, is ook het verslag van een reis. Een reis, niet van enkele weken door een land maar door een heel leven. Het omvat de hoogte- en dieptepunten van driekwart eeuw uit mijn leven.

Ik doorleefde deze jaren opnieuw en hoop van harte dat mijn ervaringen u zullen boeien. In dat geval wens ik u een goede reis.

’s-Gravenhage, voorjaar 2006
Gien Karssen



1. Mijn uitgestelde beslissing

Het gebeurde bijna tweeduizend jaar geleden, terwijl Jezus met zijn discipelen door het Joodse land trok. Een zwaar beproefd ouderpaar smeekte Hem in hun huis te komen waar hun enige dochter zojuist was overleden. Jezus passeerde de groep betaalde klaagvrouwen die misbaar maakten alsof hun eigen kind was heengegaan en nu wilden dat de hele omgeving in de smart van deze ouders deelde. Met de ouders en drie van zijn discipelen betrad Jezus het vertrek waar het ontzielde lichaam van het meisje lag en riep haar met enige korte woorden terug in het leven. Tot verwondering van de omstanders opende het meisje haar ogen, stond op en at wat haar werd voorgezet. Het werk van de klaagvrouwen was hiermee ten einde gekomen. Natuurlijk bracht deze gebeurtenis grote opschudding teweeg in brede omgeving. De arts Lucas verifieerde de gebeurtenis nauwgezet en noteerde die in zijn boek dat Het Evangelie volgens Lucas wordt genoemd. Iedere keer wanneer er een nieuwe bijbelvertaling uitkomt of wanneer in een bepaalde taal een herdruk plaatsvindt, kunnen de mensen met het wonder dat Jezus verrichtte kennismaken. De naam van het meisje weten we niet. Ze wordt eenvoudig geregistreerd als het dochtertje van Jaïrus. Ze was twaalf jaar en werd dus op de drempel van haar vrouw-zijn door de Heiland aan het leven teruggegeven. Bijna driekwart eeuw geleden en wel in september 1932 bezocht Hij een ander meisje. Dit gebeurde in alle stilte en bestond alleen in de communicatie van zijn hart naar het hare. Opnieuw verrichtte Hij een groot wonder. Toch weten we op grond van de Bijbel dat er groot feest was onder de engelen in de hemel. Dat doen ze immers steeds wanneer een mensenkind op aarde zich tot God bekeerd. In de stilte van die avond klopte de Here Jezus aan haar hart, wat we het beste kunnen verklaren met wat er geschreven staat in Openbaring 3:20: ‘Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.’

Het was niet de eerste keer dat de Here Jezus aan de deur van mijn hart klopte (dat meisje was ik, evenals het dochtertje van Jaïrus ook twaalf jaar oud). Hij had dat al vele keren gedaan maar ik had de deur van mijn hart nooit echt opengezet. Mijn ouders waren diepgelovige mensen, die hun geloof praktisch beleefden. Ze hadden ons, kinderen, duidelijk gemaakt dat wij niet op het geloof van onze ouders konden meesurfen naar de hemel. Van ieder mens werd een persoonlijke en zelfstandige keuze verwacht om Jezus in zijn of haar hart binnen te laten. Een van de dingen die hen bezighield en waarover zij ook met vrienden spraken was de spoedige wederkomst van Jezus Christus. Daarover werd in die tijd niet zoveel gesproken als nu omdat de tekenen thans zoveel duidelijker zijn. In mijn kinderlijke voorstellingsvermogen koppelde ik die wederkomst aan het onweer. In mijn gedachten zou Jezus in een forse onweersbui verschijnen en net als een magneet de gelovigen tot zich trekken en mee naar de hemel nemen. Ik zou daar niet bij zijn, dat wist ik zeker en dus werd iedere opkomende onweersbui een dreigend probleem voor mij. Met grote angst zag ik steeds weer de lucht betrekken en beloofde God dan haastig allerlei dingen, maar mijn hart echt openzetten deed ik niet. Tot die avond in september. Zijn tegenwoordigheid was zo indrukwekkend en overtuigend dat ik wist dat ik geen nee kon en ook niet wilde zeggen. Onderhuids was er ook steeds weer de angst geweest dat ik misschien geen nieuwe kans zou krijgen.

Stond er niet ergens in de Bijbel dat God soms één of twee keer tot een mens spreekt en daarna, hoewel die mens blijft leven, niet meer? Die angst was nu voorgoed verdwenen. Ik vouwde eenvoudigweg mijn handen en vroeg de Here Jezus of Hij in mijn hart en leven wilde komen. De rust en de vrede die daarop mijn jonge hart overspoelde waren zo overtuigend dat ik die nooit meer ben kwijtgeraakt.

Intussen zijn er vele jaren verstreken. Er waren zoals in ieder leven vaak goede en soms ook slechte tijden. Maar de persoonlijke ontmoeting met Christus van die avond lang geleden heeft een blijvend stempel op mijn leven gedrukt.

Recensies uit de krant
22-12-2006NBD Biblion
31-1-2007Opwekking
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584