Try it out
Lees hoofdstuk 1
Schapen in wolfskleren
 
Boek kaft: Schapen in wolfskleren
Voorwoord door Leanne Payne

Met Schapen in wolfskleren heeft Valerie McIntyre ons een buitengewoon belangrijk boek in handen gegeven dat genezing kan brengen voor zowel leiders als leken. Haar inzicht in de psychologische en geestelijke kwaal die psychologen aanduiden als overdracht is baanbrekend.
De reden daarvoor is niet alleen haar technische en psychologische kennis van alle aspecten van overdracht, projectie, splitsing, enzovoort - hoewel zij voldoende inzicht heeft in deze zaken - maar haar inzichten zijn bovenal verhelderend omdat ze een pijnlijke persoonlijke ervaring van overdracht doorleefd heeft in de aanwezigheid van God, en al de roerselen van haar ziel in het volle licht van de Bijbel heeft geplaatst. In gehoorzaamheid aan God maakte zij de juiste keuzes, goddelijke keuzes die het hart van de menselijke trots raken.
Valerie verlangde ernaar God en zijn waarheid te kennen. Ze bracht zichzelf op één lijn met zijn realiteit - met hoe de dingen echt zijn - en verkreeg zo geestelijk inzicht in de roerselen van de gewonde ziel. Ze vertelt indringend en duidelijk haar verhaal en laat zien wat zij ervan geleerd heeft. En wij mogen haar dankbaar zijn om haar moed en eerlijkheid.

Toerusting voor de strijd
Een ziel die getraumatiseerd is door zijn eigen of andermans zondigheid kan zijn zonde en verwonding onderdrukken of zich ervan afsplitsen. Later wordt deze afgesplitste slechtheid geprojecteerd op anderen. Wanneer dit fenomeen correct waargenomen wordt en in het licht van de waarheid wordt geplaatst, wordt een overdracht waarin deze verziekte dingen vanuit het onbewuste naar buiten komen, ondanks de bijkomende pijn, zijn gewicht in goud waard. Als de pijnlijke herinneringen en de ontkenning daarvan behandeld worden, komt er genezing.
Maar degenen die er niet in slagen de situatie te erkennen en de onderliggende feiten onder ogen te zien, zijn niet in staat hun probleem op te lossen. Dan zien we christenen die zich gedragen als wolven temidden van Gods kudde en we ontdekken dat we strijden met schapen in wolfskleren. Helaas lijkt dit, vanwege gebroken gezinnen en het ontbreken van stabiel ouderschap, meer en meer voor te komen.
Mensen op wie gemakkelijk overdrachtsgevoelens worden geprojecteerd worden in dit boek 'zeer vatbaar voor overdracht' genoemd. Wanneer zij het object zijn van een overdracht zullen hulpbehoevende individuen hen eerst veridealiseren. Ze zullen hen zien als geheel en al goed en zonder fouten. Maar als genezing plaats begint te vinden en verdrongen herinneringen en emoties boven komen, dan projecteren ze de verziekte emoties op het object van hun overdracht, die dan als geheel en al slecht wordt waargenomen. Zo'n overdracht gaat gewoonlijk gepaard met afgunst, laster en leugens.

Wanneer we niet begrijpen wat er echt gebeurt in situaties als deze zullen de lasterlijke leugens die de ronde beginnen te doen onze eenheid en het werk van Gods vernieuwing in ons midden vernietigen. Ik heb genoeg aanleiding om te betreuren dat ik 'zeer vatbaar voor overdracht' ben en wanneer ik dit proces niet was gaan doorzien, zou ik waarschijnlijk geen bediening meer hebben. Omdat ik een moederlijke vrouw ben en in genezend gebed voor primaire verwondingen sterk op de voorgrond treed, word ik soms het object van de ergste vormen van overdracht.

Wanneer je begrijpt wat Valerie uiteenzet in dit boek, dit begrip onderscheidt en op de goede manier in verband brengt met de geestelijke oorlog die vandaag de dag woedt in het lichaam van Christus, wordt je gesterkt in ‘de gave van het strijden’. Zoals Oswald Chambers heeft gezegd: ‘We zijn niet gezonden om te strijden voor God, maar om door God gebruikt te worden in zijn gevechten.’ Ik vertrouw erop dat Schapen in wolfskleren zal voorzien in een belangrijk stuk bewapening in onze strijd, dat het ons helpt om weerstand te bieden en staande te blijven wanneer de strijd is gestreden.

Introductie

Vandaag de dag hebben veel predikanten de hoop op liefdevolle, zuivere relaties met mensen in hun gemeenten opgegeven. In plaats daarvan hebben ze genoegen genomen met alleen maar te overleven. Ze durven zich niet meer te verheugen in de manier waarop het Koninkrijk van God voortgang vindt als zij hand in hand met hun kudde de grote Herder volgen, maar zijn in plaats daarvan gaan verwachten dat hun kerken verward zijn in kleinzielige ruzies of zelfs boosaardige conflicten.
Temidden van deze pijn en verwarring hebben veel voorgangers geprobeerd lering te trekken uit de teleurstellingen die ze hebben ervaren. Sommigen hebben ervoor gekozen de bediening te verlaten. Anderen hebben hun verwachtingen naar beneden toe bijgesteld. Nog weer anderen hebben zichzelf prijsgegeven en zijn marionetten geworden van de twistzieke groepen die in vele kerken de dienst uitmaken.
Veel van de conflicten die kerken verdelen en die geestelijk leiders uit de bediening wegdrukken hebben te maken met de niet herkende dynamiek van overdracht. Deze term, die verwant is aan de wereld van hulpverleners, psychologen en artsen, verwijst naar de manier waarop ervaringen, herinneringen en andere factoren uit iemands verleden overgedragen kunnen worden naar het heden op een manier die grote verwarring veroorzaakt. Maar de rol die dit proces in kerkelijke conflicten speelt wordt over het algemeen niet begrepen. En zo, met de woorden van de profeet Hosea, ‘gaat Gods volk te gronde door het gebrek aan kennis’ (Hosea 4:6).
Niet alleen in kerken vindt overdracht plaats: het komt voor tussen de ene vriend en de andere, tussen een werknemer en zijn werkgever, tussen een persoon en haar geestelijke mentor. Vooral leiders zijn vaak het doelwit van overdracht.
Maar hoe de situatie ook is, iedereen lijdt wanneer overdracht niet wordt herkend. Onopgeloste zaken uit het verleden blijven hun stempel op het heden drukken en tasten in het bijzonder de persoon in kwestie aan en in steeds grotere mate diegenen met wie hij of zij in contact komt.
Wanneer overdracht destructief wordt voor predikanten blijven onschuldige toeschouwers achter zonder herder of met een herder die te bang is om effectief te kunnen leiden. Voorgangers en hun gezinnen kunnen diep gekwetst zijn. De kerk wordt in verwarring gebracht en komt zelfs terecht in roddel, boosaardigheid en misleiding.
Verdrietig genoeg zoeken degenen die het middelpunt van de problemen vormen en te maken hebben met overdracht niet de hulp die ze nodig hebben. Die schapen in wolfskleren worden nooit ontdaan van hun walglijke harige kledingstukken. Zij blijven verpakt in hun zonden en pijn.
Maar er is goed nieuws: het licht van inzicht kan schijnen in deze situaties zodra de overdracht als zodanig geïdentificeerd is. En iedereen die erbij betrokken is kan Gods genezing ontvangen door zich de centrale realiteit van ons geloof, de dood en opstanding van Christus toe te eigenen. Door de belijdenis van zonde, de kracht van vergeving en de genezende kracht van de Heilige Geest, kunnen degenen die het doelwit zijn van overdracht hersteld worden tot vreugde. Hierdoor kunnen ook degenen die lijden aan overdracht geholpen worden met het afleggen van hun wolfshuiden en het aantrekken van hun ware identiteit als zonen en dochters van God.
We gaan kijken naar het proces van overdracht en hoe het mensen binnen en buiten de kerk beïnvloedt. In deel 1 onderzoeken we het begrip overdracht zelf, beginnend met mijn eigen verhaal in hoofdstuk 1. In hoofdstuk 2 gaan we verder met definities van overdracht en de daarmee verbonden termen, en in hoofdstuk 3 gaan we naar de dynamiek van steeds opnieuw terugkerende herinneringen. We gaan verder met het onderzoeken van de babytijd en de kindertijd in hoofdstuk 4. En in hoofdstuk 5 zullen we kijken naar de relatie tussen verdringing, trots en zelfmisleiding. In deel 2 richten we ons op de kenmerken van overdracht in de kerk.
De hoofdstukken 6, 7 en 8 verkennen elk een paar specifieke soorten van overdracht: respectievelijk openlijke twistzucht, heimelijke tweedracht en plaatsvervangende overdracht. Deze soorten overdracht worden allemaal beïnvloed door geestelijke strijd, het onderwerp van hoofdstuk 9. Deel 3 behandelt de oplossing voor overdracht. In hoofdstuk 10 onderzoeken we verschillende maatregelen die genomen moeten worden wanneer we te maken hebben met overdracht en hoofdstuk 11 gaat in op bepaalde te vermijden valkuilen. Hoofdstuk 12 is geschreven voor hen die vermoeden dat ze zelf met overdracht te kampen hebben; het wijst de weg naar genezende bevrijding. We besluiten gelukkig positief, want God heeft ons de middelen gegeven waardoor we vrij kunnen zijn van de pijn en de verwarring die veroorzaakt worden door overdracht.

Deel I Overdracht begrijpen

Hoofdstuk 1 Mijn verhaal


Een aantal jaren geleden genoot ik van een perfecte vriendschap. Althans, dat dacht ik. Cindy was de eerste vrouwelijke leeftijdsgenoot met wie ik me volledig identificeerde, een echte 'soulmate'. Ik ontmoette haar op Wheaton College in een buitenwijk van Chicago, toen we beiden binnen hetzelfde leidersteam van een levendige studentenbeweging werkten.
We brachten veel tijd samen door, niet alleen binnen het leidersteam, maar ook buiten school. Cindy heette me welkom in het huis van haar grootouders en ook binnen haar kerkelijke gemeenschap tijdens verschillende weekendbezoeken. Maar na een maand of acht begon onze relatie te verzuren.
Achteraf zie ik elementen in de vriendschap die duidden op emotionele afhankelijkheid. Ik herinner me bijvoorbeeld levendig een gesprek dat Cindy en ik op een avond hadden nadat we samen hadden gebeden. Ze merkte op: 'Als we samen bidden, ben ik er soms niet zeker van of ik mezelf ben of dat ik jou ben.'
Ik bekende dat ik ook deze vreemde afwezigheid van persoonlijke grenzen voelde. Die nacht lag ik uren wakker, verward door mijn tegenstrijdige gevoelens. Ik verlangde naar dit soort 'eenheid', maar tegelijkertijd voelde ik me gealarmeerd; ik wist zeker dat er iets vreselijk mis was.
Maar emotionele afhankelijkheid was niet het enige probleem, want ik benijdde Cindy. Ik was in het bijzonder jaloers op haar verbazingwekkende vermogen om volledig te leven - een staat van zijn die ik miste. Cindy werd niet gehinderd door remmingen en kon haar gedachten en gevoelens, toewijding aan God, en haar liefde voor dieren, kinderen en haar vrienden vrij uiten. Het ene moment had ik bewondering voor deze vrijheid en het volgende moment kon ik veranderen en haar er heel subtiel om kleineren.

Veranderende waarnemingen
Middenin het voorjaarssemester besloot Cindy nogal abrupt te stoppen met Wheaton College en naar huis terug te keren om daar haar graad aan een lokale universiteit te voltooien. Ik was er niet zeker van of dit wel de juiste beslissing van haar was en dat begon een obsessie voor me te worden. Mijn emotionele reactie op haar keuze was totaal buiten proporties in verhouding tot de situatie en ik voelde me enorm afgewezen, boos en verdrietig. Wanneer ik bij Cindy was, deed ik enorm mijn best deze emoties te verbergen.
Via de post, telefoon en zo af en toe een bezoek zette onze vriendschap zich het daaropvolgende jaar voort. Maar mijn gevoelens van boosheid, afgunst en jaloezie namen toe in intensiteit. De meeste tijd was ik nogal depressief en ik kon niet stoppen met denken over Cindy's besluit om Wheaton verlaten. Door deze constante mentale obsessie vond ik mijn studie behoorlijk zwaar.
De manier waarop ik tegen Cindy aankeek, was tijdens deze periode veranderd. Voor haar verhuizing had ik haar geestelijke gevoeligheid en begaafdheid bewonderd, maar nu stelde ik me voor dat haar relatie met God aan het verslechteren was en dat haar andere vriendschappen ongezond waren. Niettemin was ik erg jaloers op deze vriendschappen en gefrustreerd en ongelukkig, tenzij ik haar onverdeelde aandacht had.
Ik begon Cindy ook heel erg te vergelijken met mijn moeder. Toen een vriend me vroeg wat de overeenkomst was, kon ik niet objectief antwoorden. Ik was toen niet in staat het te zien, maar in werkelijkheid lijkt ze totaal niet op mijn moeder. Ze heeft sterke eigenschappen en talenten die mijn moeder niet heeft.
Vreemd genoeg verdwenen deze gedachten en gevoelens helemaal wanneer ik echt bij Cindy was. Wanneer we bij elkaar waren, genoot ik echt van haar vriendschap. Maar de gevoelens kwamen terug vlak voor we afscheid namen, of de volgende dag.

Het monster in mijn verbeelding
Het duurde niet lang of ik begon mijn relatie met Cindy te bekijken alsof het een 'conflict' was dat opgelost en verzoend moest worden. Gebaseerd op Matteüs 18:15-17 begon ik me een confrontatie voor te stellen waarin ik naar haar toe zou ‘gaan en haar, onder vier ogen, op haar fouten zou wijzen'. Ik zou haar ter verantwoording roepen voor alle manieren waarop ze bijbels gezien gefaald had en mij had verwond. Wat ik het meest van alles wilde, was dat ze haar aandeel in het 'conflict' zou erkennen en zich zou verontschuldigen.
Uiteindelijk schreef ik een brief in mijn poging Cindy te confronteren. Ik vertelde haar dat ik niet verwachtte dat ze volmaakt zou zijn; ik wilde alleen maar dat ze haar 'fouten' en de manieren waarop ze mij 'pijn had gedaan' zou toegeven. Maar haar reactie, kort nadat ze mijn brief had ontvangen was niet wat ik verwacht en gehoopt had.
Cindy belde me op en deelde me mee dat ze niet met mij naar het huwelijk van een gezamenlijke vriendin zou gaan. Toen ik dit hoorde, werd ik ontzettend boos, zo boos dat het me beangstigde. Nooit eerder had ik zo'n woede tegenover een ander persoon gevoeld. Al mijn eerder verborgen negatieve gevoelens ten opzichte van Cindy kwamen aan het licht.
Ze verdroeg mijn boze uitbarsting en reageerde toen op mijn brief door terecht aan te geven dat 'wij' geen conflict hadden; het bestond alleen in mijn beleving. Ze vertelde me ook dat mijn verwachtingen van haar en de vriendschap onrealistisch en ongezond waren en dat mijn beschuldigingen gewoon onwaar waren.
Toen ik niet de verontschuldigende reactie kreeg die ik van Cindy wilde, werden mijn gevoelens van boosheid en pijn heviger. In mijn verbeelding werd ze meer en meer een monster.
Ik raakte steeds gefrustreerder over haar en besprak regelmatig mijn gevoelens met mijn kamergenote en het leiderschapsteam waar Cindy deel van had uitgemaakt. In de manier waarop ik mijn argumenten tegen haar presenteerde, moet ik nogal overtuigend geweest zijn, want onze gemeenschappelijke vrienden namen mijn visie over. In feite hadden ze meer waardering voor mij omdat ik voor iemand die zo moeilijk was zo'n trouwe vriendin was. Dat was precies hoe ik de situatie zag en om zeker te zijn van de solidariteit van mijn vrienden nam ik mijn toevlucht tot roddel en laster.

'Kies nederigheid'
Maar een week na het telefoongesprek, toen ik mijn hart echt stil maakte voor God, wist ik dat Cindy gelijk had. Gedurende die tijd schreef ik in een gedeelte van mijn dagboek Spreuken 22:4 over: 'Het loon van ootmoed - vreze des Heren - is rijkdom, eer en leven.' Door dit gedeelte van de Schrift vroeg de Heer me de weg van nederigheid te kiezen. Terwijl Hij me waarschuwde dat mijn trots me in groot gevaar bracht, beloofde Hij ook me te zegenen als ik me zou vernederen.
Uiteindelijk begon ik mijn verwarring te erkennen en mijn zonden te belijden, terwijl ik God vroeg om zijn inzicht en reiniging. Zelfs zonder mijn situatie volledig te begrijpen, voelde ik iets van het grote geestelijke en psychologische gevaar waarin ik verkeerde. Gelukkig had ik lang genoeg met de Heer gewandeld om te weten dat ik erop kon vertrouwen dat Hij zou ingrijpen.
Tijdens een bezoek aan mijn geboorteplaats ging ik naar de enige persoon van wie ik hoopte dat ze me kon helpen. Ze was echter niet beschikbaar. Ik bleef alleen worstelen met de Heer en toen kreeg ik een brief van Cindy. Voor haar eigen veiligheid, zo schreef ze, moest ze de vriendschap voor onbepaalde tijd verbreken. Ze vroeg me op geen enkele manier contact met haar te zoeken.
Als reactie op Cindy's brief voelde ik zelfmedelijden en frustratie; mijn aanvankelijke berouw had de relatie niet 'in orde gemaakt'. Later besefte ik nederig dat zelfs mijn berouw ten dele een poging was om zowel Cindy als God te manipuleren deze vriendschap te behouden. Ik klampte me aan Cindy - of mijn idee van Cindy - vast alsof ik niet zonder haar zou kunnen leven.

Troostrijke vermaning
Bijna wanhopig nam ik mijn bijbel, gebedsdagboek en gitaar en keerde terug naar Chicago om met vakantiewerk te beginnen bij een opvangcentrum. Ik kende daar niemand en voelde me kwetsbaar en eenzaam. Mijn dagen bracht ik door in de gaarkeuken en onder de daklozen, van wie de meesten chronisch geestelijk ziek waren. Ironisch genoeg verschafte het werken onder hen me een gezonde positie waardoor ik, temidden van mijn innerlijk lijden, verder kon kijken dan mezelf.
Tijdens de avonden en in de weekenden riep ik met mijn hele hart uit tot God. Ik begon de Bijbel te onderzoeken, God te aanbidden en naar Hem te luisteren en Hij gaf me de specifieke inzichten die ik nodig had.
Door mijn biddend bestuderen van de Bijbel begon ik de principes achter mijn ervaring van overdracht te begrijpen, hoewel het begrip van de term me toentertijd ontbrak.1 Door het heldere onderwijs van de Schrift over afgodendienst ging ik inzien dat ik van Cindy een afgod gemaakt had en dat ik daarmee moest stoppen. Op dezelfde manier vermaande Gods Woord mij om verantwoordelijkheid te nemen voor mijn eigen zonden en Gods vergeving te zoeken. En in de troostende profetie van Jesaja vond ik de verzekering dat de Heer wachtte om mijn lijden op zich te nemen.2 Ik begon in te zien dat de pijn die ik voelde niets met Cindy te maken had en dat al mijn geobsedeerde denken en bidden over haar moest stoppen. Dit bleek een hele moeilijke oefening te zijn en op sommige dagen was ik meer succesvol dan op andere.
Maar de meest onverwachte motivatie om mijn ongezonde gedachtepatronen te overwinnen werd me gegeven door mijn gesprekken met de geestelijk zieke mensen in het opvangcentrum. Het was verbazingwekkend en tegelijkertijd beangstigend om me te realiseren hoeveel van deze mensen vastzaten in soortgelijke manieren van geobsedeerd denken. Er waren tijden dat ik me zeer verwant met hen voelde.

Een man en zijn paard
Eén man in het bijzonder zorgde ervoor dat de waarheid van deze realiteit echt bodem vond. Het was een Afrikaanse Amerikaan van middelbare leeftijd die al verscheidene jaren op straat en in opvanghuizen woonde. Om verschillende redenen viel hij op tussen de menigte thuisloze mannen. Ten eerste stak hij met zijn 1.98 meter lengte met kop en schouders boven de rest uit. Hij besteedde ook buitengewone aandacht aan zijn uiterlijk door zich elke dag te scheren en een pak met stropdas te dragen. Maar omdat zijn pakken krijgertjes waren, waren ze allemaal van gedateerd polyester en pasten ze hem nooit goed. Typerend was dat de lengte van zijn mouwen en broekspijpen ongeveer tien centimeter te kort waren.
Naast zijn verschijning was hij ook anders dan de anderen door zijn gedrag. Een eenzame cowboy. Hij stond vaak in een hoek tegen zichzelf te mompelen en het leek alsof hij in gesprek was met een denkbeeldig persoon. Hij gebruikte demonstratief zijn handen terwijl hij sprak, werd af en toe boos op zijn metgezel of begon hard te lachen. Onder de werkers van het opvanghuis had hij de reputatie vriendelijk en pijnlijk verlegen te zijn. Nadat ik hem een week geobserveerd had, waagde ik me naar zijn hoek. Ik stelde mezelf voor en vroeg hem naar zijn naam. Hij leek niet te willen praten en weigerde zijn naam te noemen. Ik begreep zijn hints en ging terug om de etensborden af te wassen.
Later, terwijl ik koffie schonk en donuts uitdeelde, kwam hij naar me toe en riep me bij de naam: 'Hoi, Valerie! Mijn naam is Will Rogers en dit is mijn paard', zei hij, terwijl hij gebaarde naar zijn onzichtbare metgezel. 'Hij houdt niet van koffie, maar hij zou erg blij zijn met een of twee van die donuts.' Ik lachte en deed hem een plezier met vier donuts. Toen hij me bedankte, opende zijn gezicht zich in een buitengewone glimlach die zijn hele lichaam leek te verlichten. Een poosje later zag ik hem alleen aan een tafel zitten, terwijl hij net deed alsof hij op zijn stapel donuts schoot met een denkbeeldig pistool en ze toen aanbood aan zijn paard. Hij haalde zijn schouders op, schudde zijn hoofd en at ze uiteindelijk zelf op. Later vernam ik dat 'Will' een echte naam had: Lee.
Na die avond deed ik mijn best om met Lee in gesprek te komen. En terwijl de weken voorbijgingen, vertelde hij me veel van zijn levensverhaal en vertelde ik hem wat van het mijne. Al gauw hoorde ik dat Lee van God hield en zijn best deed om met Hem om te gaan, zelfs in zijn onechte wereld van cowboys en indianen.
In een van onze gesprekken, toen ik heel veel zelfmedelijden had en boos was op Cindy, vertelde ik Lee over de moeilijkheden die ik had. Met ogen vol sympathie keek hij me aan, schudde in afschuw zijn hoofd en zei: 'Valerie, ik weet precies waar je doorheen gaat. Mijn vrienden doen precies hetzelfde met mij.'
Toen stak hij van wal met een lange tirade over zijn misgelopen relaties. Aan het eind van het gesprek zag ik duidelijk hoe het verwarde denkpatroon dat ik mezelf toestond met betrekking tot Cindy maar al teveel leek op zijn geestelijke ziekte. Ik realiseerde me ook dat de consequenties ernstig zouden zijn als ik er niet in slaagde de realiteit in deze situatie onder ogen te zien. Jezus gebruikte deze kostbare, meelijwekkende man om mij te motiveren het uit te roepen naar God met mijn hele hart en te bidden om de genezing die ik nodig had.

Gezonde discipline
De zomer was al een paar weken oud toen ik een zeer nuttige brief ontving van een vrouw die een leiderschapspositie had in Cindy’s kerk en die we beiden respecteerden. Haar woorden waren duidelijk maar vriendelijk toen ze me eenvoudig op Jezus wees als de Enige die mijn ziel zou kunnen herstellen. Ze toonde op geen enkele manier begrip voor mijn zonde en probeerde mijn probleem niet psychologisch te verklaren.
Door deze brief wist ik dat Cindy de steun had van haar kerkelijke leiders en dat ze achter haar zouden staan als ik tegen haar wens contact met haar zou proberen op te nemen. De autoriteit van de kerk stond achter de grenzen die ze tussen ons had getrokken, grenzen die hielpen mijn aandacht van haar af te wenden naar de diepere kwesties die ik onder ogen moest gaan zien.
Voortdurend onderwierp ik mijn gedachten in gebed aan God en vroeg Hem om mijn gedachten met zijn waarheid en vrede te vullen. Al snel begonnen mijn verstandelijke vermogens weer normaal te worden, hoewel ik me emotioneel niet beter voelde. In feite leek het alsof het onder controle brengen van mijn gedachten de emotionele en lichamelijke dwang versterkte. Later begreep ik dat mijn obsessieve gedachtepatroon een afweermechanisme was geweest, om de echte pijn die opkwam in mijn ziel en lichaam maar niet onder ogen te hoeven zien. Door mijn gedachten onder controle te brengen en ze te onderwerpen aan de Heer, werd deze verdediging ontmanteld.
Ik verloor mijn eetlust volledig en voelde me steeds een beetje misselijk. Die zomer viel ik ongeveer veertien kilo af, de meeste van die kilo's was ik aangekomen tijdens de afgelopen twaalf maanden toen ik licht depressief was. Het kostte anderhalf jaar voor mijn eetlust weer normaal was. Ik voelde ook veel lichamelijke stress en spanning in mijn hele lichaam, maar speciaal laag in mijn rug, heupen, schouders en kaken. Alhoewel ik een aantal momenten van ontspanning ervaarde, was dit lichamelijke ongemak er toen eigenlijk voortdurend en is het daarna nog af en toe teruggekeerd.
Op sommige dagen, wanneer ik mezelf tot stilte bracht in de aanwezigheid van de Heer, kwam er een ondraaglijke hoeveelheid emotionele pijn naar boven. Ik herinner me dat ik vroeg: 'Heer, is hier ooit iemand aan doodgegaan?' Wanneer ik pijn leed, merkte ik dat ik in de verleiding kwam terug te keren naar mijn oude obsessieve gedachtepatroon in plaats van de pijn onder ogen te zien.
Maar opnieuw was het alsof ik een keuze moest maken: 'Wat ga je doen met je zonde en je verdriet?'
Wanneer ik ervoor koos eerlijk te lijden voor God, alleen maar te kijken naar Jezus die aan het kruis hangt om mijn zonden en verdriet te dragen, merkte ik dat Hij die mate van pijn van me af nam en in zichzelf opnam. Soms had ik de zintuiglijke ervaring van Gods aanwezigheid; ik voelde me omarmd in een warme, liefdevolle omhelzing of hoorde wiegeliedjes.

Staan in waarheid
Tijdens mijn gebedstijden begonnen er allerlei verziekte gedachten, gevoelens en beelden vanuit mijn onderbewustzijn naar boven te komen. Terwijl ik deze gedachten en gevoelens opschreef, luisterde ik naar God die zijn objectieve waarheid tot mij liet spreken door de Schrift. Met alle kracht die in me was, stond ik in de waarheid die ik hoorde.
Nog steeds kon ik soms niet uitvinden wat waar was en wat niet. Op die momenten leek het alsof er een duistere aanwezigheid bij me was, één die erop uit was me allerlei onwaarheden over mezelf, anderen en God als feit te laten accepteren. Mijn gedachten werden geheel in beslag genomen door lasterlijke beschuldigingen, in het bijzonder tegen Cindy.
Ik was er zeker van dat ik in zekere mate gedemoniseerd was of ernstig onderdrukt werd en ik smeekte God me te helpen deze strijd te winnen. In antwoord op mijn gebed ontving ik twee belangrijke inzichten. Ten eerste werd het glashelder dat de onderdrukking ten dele kwam omdat ik Cindy in mijn hart de plaats van een afgod had gegeven. Mijn verafgoding van haar was al vroeg in onze relatie ontstaan. Ik idealiseerde niet alleen haar deugden en haar geestelijkheid, maar het was ook verkeerd dat ik naar haar keek, in plaats van naar God, om te voorzien in de diepe emotionele noden van mijn leven.
Deze zondige manier van omgaan met Cindy had de deur opengedaan voor demonische onderdrukking.3 Deze onderdrukking kwam in de vorm van storingen in mijn gedachten, namelijk lasterlijke beschuldigingen tegen Cindy en ze versterkten mijn eigen verwarde gevoelens over haar. Terwijl de demonische valse informatie over Cindy zich vermengde met mijn eigen verziekte gevoelens, vormden zich in mijn verbeelding afschuwelijke karikaturen van haar en mijn perceptie van haar raakte steeds verder verwijderd van de werkelijkheid. Op het moment dat ik me realiseerde wat er aan de hand was, werd ik door God geleid om de afgoden van mijn hart te verwerpen, om in feite vooral de afgod 'Cindy' te verwerpen.
Het tweede inzicht dat ik ontving was dat ik mijn zonden bij name moest noemen en er berouw over moest hebben om vrij te komen van de onderdrukking. Hoewel ik oprecht hield van Cindy als vriendin, voelde ik ook een intense haat naar haar. Ik begon de manieren te zien waarop ik tegen haar had gezondigd. Ik had er immers voor gekozen zowel mijn irrationele waarnemingen van Cindy en de duistere demonische leugens te geloven en ze hardop uit te spreken in roddel en laster tegen anderen.
Toen ik Cindy verder confronteerde met mijn valse beschuldigingen en haar vroeg 'haar aandeel in het probleem te erkennen', vroeg ik haar deze leugens te geloven, zoals ik zelf had gedaan. En ik had anderen om me heen misleid door mijn vleselijke woede te verstoppen onder een slachtofferig masker. Zo had ik anderen meegetrokken in mijn zonde tegen haar.
Toen ik mijn zonden beleed en mijn afgoderij afwees, verdween de onderdrukking. De verwarring in mijn gedachten tussen mijn moeder en Cindy begon ook helder te worden en ik begon hen beiden objectief te zien.
Als ik deze strijd om de waarheid had verloren en in plaats daarvan de leugens en verdraaiingen die mijn gedachten bombardeerden was gaan geloven, zou ik in een neerwaartse spiraal van geestelijke gestoordheid terecht zijn gekomen. Waarschijnlijk zou ik mijn geloof verloren hebben en daarmee de hoop om de persoon te worden zoals God die bedoeld had. En ik zou niet in staat geweest zijn verder te gaan met alles wat God me te doen gegeven had.
Aan het einde van die zomer was ik zekerder van Gods liefde voor mij dan ooit tevoren en ik was me bovendien angstig bewust van mijn eigen vermogen tot zonde en slechtheid. Gedurende enkele maanden was ik bang om met iemand om te gaan. Ik geloofde dat het gevaarlijk was om mij als vriendin te hebben.
Een van de meest ongewone consequenties van deze intense zomer was de verandering in mijn uiterlijk. Een paar dagen na mijn terugkeer op Wheaton voor het nieuwe semester werd mijn schoolfoto voor het laatste jaar genomen. Toen deze per post arriveerde, dacht ik echt dat de fotograaf me per ongeluk de foto van iemand anders had gestuurd. De vrouwelijkheid van mijn gelaatstrekken shockeerden me letterlijk.
Toen het herfstsemester een paar weken oud was, kreeg ik een andere verrassing: een telefoontje van Cindy. Omdat ik geloofde dat ik de vriendschap grondig had vernietigd, had ik elke hoop opgegeven ooit nog weer met haar te spreken. In dit eerste telefoontje was ik erg aarzelend om te praten over wat er was gebeurd uit angst dat ik weer terug zou vallen in verziekte gedachtepatronen. In plaats daarvan vertelde ik Cindy eenvoudig dat ik op ontelbare manieren tegen haar gezondigd had, waarvan ik sommige niet duidelijk onder woorden kon brengen, zelfs niet als ik het probeerde. Ze was volledig bereid me te vergeven. Over een periode van een aantal jaren werd het vertrouwen hersteld en het geschenk van onze vriendschap bleef bewaard.

Het verkrijgen van objectiviteit
Ik begrijp nu dat ik gedurende deze periode van achttien maanden een overdracht meemaakte die gerelateerd was aan het gemis in mijn vroege babytijd en kindertijd. Hoewel ik zo af en toe nog de oude angst ervaar, die ik ben gaan begrijpen als een vroege scheidingsangst, heb ik er nooit meer zo hevig onder geleden. Gedachten en gevoelens die geworteld zijn in gemis in de vroege kinderjaren en die dan geprojecteerd of overgedragen worden naar anderen hebben een eigenaardig kenmerk en zijn daarom nu makkelijker te onderscheiden. Hiervoor ben ik God heel erg dankbaar. Ik heb ook geleerd te bidden voor mijn overdrachtsgevoelens richting anderen. Telkens wanneer ik het vermoeden heb dat ik onverwerkte emoties projecteer, breng ik de zaak in gebed voor God. Eerst vraag ik zijn hulp om precies te benoemen wat ik voel. Daarna vraag ik of ik mag inzien waarom ik de tegenwoordige situatie associeer met iets uit mijn verleden. Ik heb ook geleerd dat het helpt om de zaak door te praten en te bidden met een christenvriend die ik vertrouw.
Deze discipline om mijn emoties te objectiveren, in plaats van mezelf eraan over te geven, is van vitaal belang in het overwinnen van vernietigende patronen van overdracht. Zodra ik ze geobjectiveerd heb, kan ik mijn gevoelens verwerken zoals ze echt zijn: gevoelens van het verleden.
Nu ben ik in staat om mensen te leren kennen zoals ze echt zijn in plaats van hen te zien door de vertroebelde lens van het verleden. Mijn onechte gevoelens, of ze nou positief zijn of negatief, verzachten uiteindelijk of vallen weg als mijn relatie met een persoon groeit. Groeiende kennis van wie de ander echt is nemen de plaats in van de kronkels in mijn gedachten en er ontwikkelt zich vertrouwen.
Ik heb ook geleerd dat het belangrijk is te erkennen dat er overdracht optreedt. Want die ervaring kan een brug vormen die me in staat stelt om in aanraking te komen met gebieden in mijn ziel die anders onbereikbaar zijn. Het resultaat is een diepere ervaring van Gods genade en zijn herscheppende liefde.
Het heeft me ongeveer acht jaar gekost om volledig te begrijpen wat er gedurende de periode die ik zojuist heb beschreven gebeurde. Wat ik ervaarde was een klassiek voorbeeld van overdracht die gerelateerd was aan de vroege relatie met mijn moeder. We gaan verder met het definiëren van dit fenomeen.
Recensies uit de krant
21-1-2009NBD/Biblion
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584