Try it out
Lees hoofdstuk 1
De veelzijdige man
 
Boek kaft: De veelzijdige man
Ten geleide

Wat zijn mannen eigenlijk? Gevaarlijke macho’s of mislukte wezens die hun weg niet kunnen vinden? Waarschijnlijk een beetje van allebei. In elk geval: zo kom je ze tegen. Juist daarin ligt de uitdaging om te zoeken naar een positieve invulling van het man-zijn. Met die zoektocht is René de Boer bezig. Zolang ik hem ken en hem vriend mag noemen, speelt deze zoektocht ergens een rol. Privé, in zijn therapeutisch werk en in zijn lezingen en workshops zoekt hij naar mogelijkheden om mannelijkheid gestalte te geven als iets wat gevierd kan worden. Hij heeft oog voor de risico’s van harde mannelijkheid, maar ook voor het gevaar van zachte mannelijkheid.
Voor mijzelf is steeds duidelijker geworden dat het voor een man belangrijk is dat er vaders, broeders en zonen om hem heen zijn. Ik bedoel dat niet biologisch, maar als een aanduiding van het soort verhouding. Vaders (of mentors in de woorden van Hicks) zijn er als steun, bemoediging en kritiek, maar dan in een verticale verhouding. Zij zijn er voor jou. Broeders zijn er voor de wederzijdsheid, en bij zonen is de zorgverantwoordelijkheid omgekeerd. Jij bent er voor hen. De combinatie van die drie relaties geeft een vervuld leven.
Ik herken dit inzicht in het boek van Hicks, zoals dat door René de Boer wordt gepresenteerd en ingebed, aangevuld voor de Nederlandse lezer. Over onderdelen valt nog heel wat door te discussiëren, maar in elk geval wordt hier een beeld van mannelijkheid aangeboden dat recht doet aan de verschillende rollen en fasen. Wat mannelijkheid is, is niet in elke levensfase op dezelfde manier te beschrijven.
Ik hoop dat dit boek veel vragen oproept. Antwoorden worden vaak te makkelijk en te snel gegeven. Aan goede vragen hebben we meer behoefte. Vragen bij onze manier van in de wereld staan. Vragen bij de beelden van mannelijkheid die ons omringen of bepalen. Vragen bij de antwoorden die gegeven worden. Het zijn die vragen die ons helpen om authentiek in het leven te staan en zo positief iets te betekenen voor onszelf en anderen.

Kampen, juli 2003, Ruard Ganzevoort


Inleiding

De man in onbalans

In de film ‘The Karate Kid’ komt een jonge jongen, Daniël laRusso, in aanraking met een oudere man van oosterse komaf, mister Miyagi. Deze man is onderhoudsmonteur, maar beheerst ook de vechtkunst. Hij heeft dit naast het vak van vissen van zijn vader geleerd. Mister Miyagi neemt de jonge, vaderloze jongen onder zijn hoede en leert hem een aantal heel belangrijke principes van de vechtkunst zoals hij die zelf geleerd heeft van zijn vader. De jongen moet leren zich te concentreren op zijn basisbewegingen en op zijn ademhaling. Ook moet hij leren in balans te blijven. De leermethode is Spartaans en vraagt gehoorzaamheid. Als oefening voor het in balans blijven, moet Daniël zichzelf staande houden in de golven en op één been blijven staan in een varend bootje, de zogenoemde kraanvogeltechniek. De relatie tussen de jongen en de man ontwikkelt zich en Daniël begrijpt uiteindelijk dat gehoorzaamheid en de juiste basishouding en -bewegingen het belangrijkst zijn in de oosterse vechtkunst. Dat maakt dat hij in duels als winnaar uit de strijd komt.

De kraanvogeltechniek komt terug in een oefening die ik veel doe in mijn lichaamsgericht therapeutisch werk met jongeren. De oefening is vrij simpel, maar toch ook wel moeilijk. Je gaat op één been staan terwijl je zo nodig met de armen probeert in balans te komen en te blijven. Belangrijk bij deze oefening is dat je je ogen richt op een punt dat niet beweegt. Vervolgens doe je dezelfde oefening met je ogen dicht. Wat er dan gebeurt, is dat je heel snel in onbalans raakt. De les die ik jongeren met deze oefening wil leren, is deze: welke focus heb jij in het leven, waar richt jij je aandacht op? Als je blindelings in balans wilt blijven, lukt dat niet, je valt snel om. Je focuspunt bepaalt je stabiliteit.

Door een aantal teksten uit de Bijbel voel ik mij gesterkt in mijn persoonlijke overtuiging dat het belangrijk is een focus te hebben, een vast punt om je op te richten. Die focus is God. Ik noem een paar teksten. In de Psalmen staat zo mooi: ‘Ik kijk omhoog naar mijn God, Die in de hemel woont’ (Psalm 123:1, Het Boek). De hoofdstukken 6 en 7 van het bijbelboek Handelingen vertellen het verhaal van een diaken in de eerste christengemeenschap. Deze man wordt na zijn vurig pleidooi voor het christelijk geloof gestenigd. In hoofdstuk 7 vers 55 staat het volgende: ‘Hij was vol van de Heilige Geest, keek omhoog en zag de schitterde heerlijkheid van God’ (Het Boek). Voor mij een sprekend voorbeeld van een man die zijn focus helder heeft. Dan als laatste illustratie het hogepriesterlijk gebed van Jezus zelf uit Johannes 17. Wanneer Hij zijn gebed aanheft, staat er: ‘[Toen] keek Hij omhoog naar de hemel en zei: ‘Vader, ’ (vers 1, Het Boek). Jezus verwacht het van de hemelen en Hij wil zich niet laten afleiden door de dingen direct om hem heen. Zijn Vader is zijn focus.

***

Terug naar het hier en nu, naar u en mij. Wat is de focus van ons mannen?
Er is de afgelopen decennia veel te doen geweest rondom vrouwenemancipatie, mannenemancipatie, gezamenlijke zorg, co-ouderschap, de bewuste meid die op haar toekomst was voorbereid en de verandering van de macho naar de zorgman of de meer ijdele man. Nog steeds zien veel publicaties het licht waarin de verandering van de man en de vrouw worden beschreven en bewezen aan de hand van onderzoeken en diepte-interviews. Deze thema’s gingen de kerk niet voorbij. Vanuit Amerika zijn de ‘Promise Keepers’ overgekomen. In ons land zien we de ideeën van deze mannenbeweging terug in bijvoorbeeld mannendagen, mannenontbijten, overlevingstochten voor mannen (zoals die bij ons in de kerk worden georganiseerd), mannenweekenden en mannenbidstonden.

De emancipatie van de vrouw en de man is inmiddels min of meer voltooid en de balans wordt opgemaakt. De vragen die nu maatschappelijk gesteld worden, zijn: zijn we met elkaar niet te vrouwelijk geworden? Zijn er niet te veel vrouwen in het onderwijs en de zorg terechtgekomen? Hebben mannen zich niet nog meer verschanst in hun eigen wereld: de techniek, het bedrijfsleven en de economie? Is de afstand tussen vaders en zonen niet te groot geworden? Welke focus heeft de tegenwoordige jongen?

Ondertussen heeft zich in de maatschappij het idee ontwikkeld dat iedereen jong en dynamisch moet zijn. De veertiger die zich nog eens in een motorpak hijst, is hier een mooi voorbeeld van. Vrouwen kunnen allerlei fysieke correcties ondergaan om er jonger en beter uit te zien, zoals het laten weghalen van vetrolletjes en het vergroten van borsten middels siliconen. De man kan gelukkig terugvallen op de viagrapil om te blijven presteren als een jonge kerel en brengt daarnaast bezoekjes aan het sport- of fitnesscentrum om de gevreesde ‘fietstassen’, ‘horecaspoilers’, ‘liefdesteugels’ of ‘zwembanden’ binnen de perken te houden. De focus van de moderne mens is zo steeds meer op de mens zelf komen te liggen en steeds minder op zijn Schepper. Onze focus is het geluk van het hier en nu. Terugkijken op waar je vandaan komt, is niet makkelijk, laat staan je blik richten op dat wat komen gaat, op dat wat je door wilt geven aan je kinderen, dat wat je wilt betekenen voor kerk en maatschappij.

Als je je focus kwijt bent, ben je snel in onbalans, zo heb ik vele malen gezien en beleefd met de kraanvogeloefening. En zeker met je ogen dicht val je gauw om. Een voorzichtige conclusie of vooronderstelling is dat een grote groep in de maatschappij en ook in de kerk zijn oorspronkelijke focus kwijt is, zich heeft laten verblinden en daardoor niet in balans kan blijven. De man is in onbalans.

Dit boek is bedoeld voor mannen die op zoek zijn naar de balans in hun leven. Voor mannen die hun focus helder willen hebben en meer zicht willen hebben op wat het betekent om christen en man te zijn. Zowel jonge als oudere mannen kunnen in dit boek handvatten vinden waarmee ze hun leven beter vorm kunnen geven.

Het middendeel van dit boek bestaat uit de vertaling van ‘The Masculine Journey’ van de Amerikaanse pastoraal theoloog Robert Hicks. In de hoofdstukken die voorafgaan aan en volgen op Hicks bijdragen, zet ik zijn ideeën over in de Nederlandse context en geef ik praktische aanvullingen. In tegenstelling tot de meeste boeken over mannen is dit boek geschreven vanuit een christelijke visie. Ik hoop dat velen het zullen ervaren als een welkome aanvulling op de bestaande literatuur over dit thema.

René de Boer


Door Robert Hicks



Hoofdstuk 1
Een moeizame mannenbeweging


De langste reis
is de reis naar je hart
als je je bestemming gekozen hebt.

Dag Hammarskjöld
Geciteerd in ‘Bartlett's Familiar Quotations’


Ik verdwaal nogal vaak ... erg vaak, eigenlijk. In de buurt waar ik woon, zijn de meeste wegen al meer dan tweehonderd jaar oud, en je kunt absoluut geen logische verklaring geven waarom ze zo zijn aangelegd. Ik ben van Dallas-Fort Worth verhuisd naar deze streek in de buurt van de historische Forge-vallei. In mijn vorige woonplaats liepen de wegen gewoon recht en voorspelbaar. Blijkbaar is dat soort steden ontworpen door stedenbouwkundigen. Maar hier is dat dus niet het geval. Als je je als nieuwkomer in deze stad wilt oriënteren en de weg wilt vinden, kan dat eigenlijk alleen maar met een plattegrond. Maar om de een of andere reden heb ik een hekel aan een plattegrond. Zo'n ding haalt heel de spanning uit het leven! Je zou natuurlijk ook de weg kunnen vragen. Maar daardoor wordt het wel een stuk minder avontuurlijk om je bestemming te bereiken. Bovendien, als ik ergens stop om de weg te vragen, kijken de meeste mensen me een beetje vreemd aan en zeggen iets in de trant van: ‘Ik woon hier ook niet.’ Dus probeer ik de weg zelf te vinden, en dus verdwaal ik.
Ik heb door de jaren heen geleerd, dat dit een essentieel onderdeel is van de ontdekkingsreis van de man. We vragen niet graag om aanwijzingen. Maar we hebben ze eigenlijk hard nodig! Zonder de weg te weten, verdwalen we gegarandeerd. Of we nu een tiener zijn die zich nog moet ontwikkelen, of een man in de kracht van zijn leven, of een oudere man die jongeren met raad en daad terzijde staat, we hebben als man allemaal een soort kaart nodig waarop de ontwikkeling van de man wordt uitgezet - een kaart waarop je kunt zien wat er in de toekomst staat te gebeuren, en hoe we van het ene punt naar het andere kunnen komen. ‘De veelzijdige man’ probeert deze ontdekkingsreis van de man in kaart te brengen, en advies te geven over de praktische uitwerking in ons leven, zodat we niet verdwalen als we onderweg zijn. In die zin is dit boek een vervolg op mijn vorige boeken voor mannen.
Sinds de publicatie van mijn boek ‘Uneasy Manhood’ is er veel gebeurd in de mannenbeweging. Eigenlijk was ik me er niet eens van bewust dat er een beweging wás terwijl ik dat boek schreef. Ik vertelde vanuit mijn eigen ervaringen als man, en over de gesprekken die ik heb gehad met mannen die ik kende. Tegen de tijd dat het boek uitkwam, had al bijna elk groot tijdschrift artikelen gepubliceerd en iedere talkshow op televisie discussies uitgezonden over de groeiende belangstelling voor onderwerpen die met mannen te maken hebben. De toon van de discussies was vaak ironisch, en de mannenbeweging werd niet echt serieus genomen. Zelfs Murphy Brown wees minachtend de man af, die het oerwoud introk, roffelend op zijn trommel, om dichter bij de natuur en zijn ware ik te komen.
Ondanks deze negatieve bejegening door de pers zijn mannen openlijk gaan lezen en praten over mannenzaken, op zoek naar iets wat voor hun gevoel verloren gegaan is. Sam Keen moedigt ons aan het ‘Vuur in ‘t lijf’[1] te zoeken; Robert Bly wil dat we op zoek gaan naar ‘De wildeman in ons’.[2] Psychologen die Jung aanhangen, betogen dat we de primitieve ‘oer-man’ moeten zoeken of proberen te herontdekken. Robert Johnson stuurt ons op zoek naar de verdwenen ‘vrouwelijke kant in ons’[3], en Sam Osherson spoort ons aan ons opnieuw verbonden te voelen met onze verdwenen voorvaderen.[4] Deborah Tannen heeft ons verteld dat mannen en vrouwen verschillende talen spreken en horen[5], en Warren Farrel maakt het wel erg bont: hij zegt dat wij, ondanks al het gepraat over de emancipatie van man en vrouw, allemaal nog steeds vastzitten in onze oorspronkelijke fantasieën.[6]
Voor de meeste mannen klinkt deze discussie nogal hoogdravend en theoretisch. Wat ze echt willen weten, is: wat betekent het om man te zijn? En de vrouwen met wie ze leven, willen dat ook weten! In feite lijkt het erop, alsof hedendaagse vrouwen net zo in verwarring zijn over die zogenaamde mannelijkheid, als de mannen zelf. Veel vrouwen beweren, dat ze een gevoelige man willen, maar als ze zich omdraaien, zeggen ze weer iets anders: een gevoelige en zorgzame man is maar een slappeling. Mannen hebben van binnen een knagend besef, dat wat vrouwen eigenlijk in mannen willen zien, niet meer is dan het oude, vertrouwde liedje: ze willen dat we sterk, agressief, en vooral succesvol zijn!
Als een schrijver een boek publiceert, weet hij niet, welke deuren daardoor geopend zullen worden. Dat was in mijn geval zeker zo. De respons op mijn boek ‘Uneasy Manhood’ gaf mij, als schrijver, bijzonder veel voldoening. Ik kwam daardoor in het circuit terecht van de talkshows op radio en televisie. Sinds het boek in 1991 verschenen is, heb ik meegewerkt aan meer dan 150 interviews op radio en televisie, over mijn boek of over mannenzaken. Door deze ervaring heb ik geleerd waar mijn denkbeelden zwakke plekken vertoonden. In ‘Uneasy Manhood’ was mijn voornaamste doel de onbehaaglijkheid te bestuderen, die veel mannen ervaren. Ik ging uit van de veronderstelling, dat het in het algemeen niet zo best gesteld is met de mannen in onze Amerikaanse maatschappij. Mannen doen het allemaal niet zo goed als vrouwen menen. Omdat mannen meestal niet door middel van gevoelens communiceren, denken de meeste vrouwen dat gewoon alles in orde is met hen, of, erger nog, dat mannen helemaal geen gevoelens hebben!
Echter, in het wereldje van de talkshows moet je direct reageren, terwijl het publiek naar je kijkt. Je kunt hen niet met een kluitje in het riet sturen. Ze trekken in twijfel wat je zegt en wijzen je meedogenloos op zaken waar je niet diep genoeg over hebt doorgedacht. Zo ging het ook bij een televisieprogramma dat in het hele land werd uitgezonden. Ik meende redelijk goed mijn best gedaan te hebben om de onbehaaglijkheid van de man uit te leggen aan de televisiepresentatrice. Zoals gebruikelijk bij deze tv-shows, kan de gastspreker na afloop een videoband van het programma ontvangen, althans tegen betaling. Toen ik mijn band ontvangen had, ging ik er voor zitten om naar mezelf te kijken. Wat ik zag, verontrustte me! Op een bepaald moment in het gesprek vroeg de gastvrouw me: ‘Dus wat is een man?’ Toen ik opnieuw hoorde, hoe ik haar vraag beantwoordde, werd het volkomen duidelijk voor mij (hopelijk niet voor de kijkers) dat ik geen idee had wat het antwoord was! Ik zag mezelf terugkrabbelen, andere schrijvers citeren, omtrekkende bewegingen maken, om geen definitief standpunt te hoeven neerzetten, dat misschien als ‘politiek niet correct’ beschouwd zou kunnen worden door onze feministisch gekleurde maatschappij. Kortom: ik realiseerde me dat ik een heel boek had geschreven over mannenzaken, zonder het onderwerp aan te pakken dat het zwaarst weegt bij zowel mannen als vrouwen: wat is een man?
De vraag is eigenlijk eenvoudig. Maar het antwoord is, vooral in het hedendaagse spoor van de feministische gelijkheid, niet alleen bijzonder moeilijk, maar praktisch onmogelijk! Toen ik begon na te denken over mijn studie en mijn praktijkonderzoek naar dit onderwerp, was ik niet tevreden met de definities van de meeste ‘experts’. De schrijvers en counselors die Jung aanhangen, zeggen het zo: wil je een echte man zijn in deze tijd, dan moet je je vrouwelijke wezen (anima), dat sluimerend in ons aanwezig is, zien te vinden. Dit is in goede aarde gevallen bij feministen, omdat het de nadruk legt op de zachtere kant in de man en op de verzorgende kwaliteiten. Nu ben ik er zeker niet op tegen, dat mannen meer verzorgend worden, maar ik verzet me tegen de vooronderstelling in de theorie.
Deze vooronderstelling dook op tijdens een verhelderende paneldiscussie bij een universiteit in het oosten van het land. Er was een panel samengesteld door de afdeling vrouwenstudies. Het panel bestond uit drie vrouwen en mijzelf, de enige vertegenwoordiger van het mannelijk geslacht. Het onderwerp van de discussie zou zijn: ‘Mannen en vrouwen in relaties’. Ik merkte echter al snel, dat het programma veel meer op vrouwen gericht was dan op mannen. Een van de panelleden was een psychotherapeute uit de school van Jung. Zij zette de theoretische basis voor relaties tussen mannen en vrouwen uiteen volgens de opvatting van Carl Jung, die de animus/anima-wisselwerking tussen mannen en vrouwen beschrijft. Ze concludeerde: ‘De enige hoop voor de man om zich verder te ontwikkelen dan zijn oorspronkelijke gewelddadige en agressieve persoon, is het vrouwelijke wezen in zichzelf te ontdekken.’
Ik kon niet langer mijn mond houden. Zo vriendelijk mogelijk (op zulke momenten moet men fijngevoelig zijn!), vroeg ik: ‘Hoe weet u zo zeker dat er een vrouwelijke kant in iedere man is?’ Ik meende dat dit toch een eenvoudige vraag moest zijn voor een Jung-onderzoeker. Ik wilde eigenlijk proberen uit te vinden, of er voldoende wetenschappelijke grondslag was, vanuit de praktijk of vanuit theoretische studies, om zo'n conclusie te trekken. Terwijl ik toekeek hoe het hele publiek (voornamelijk vrouwelijk) haar ogen en hoofd naar de andere kant van de tafel richtte, zag ik, dat mijn medepanellid een beetje verbijsterd keek. Uiteindelijk gaf ze toe: ‘Ik geloof, dat ik daar nog nooit over nagedacht heb!’ Ik antwoordde daarop: ‘Vóór we mannen of vrouwen onderwerpen aan een zoektocht naar iets, moeten we wél zeker weten, dat dit iets in hen te vinden is.’ Ik heb mannen gezien, die op weg waren gegaan naar de ‘psychische vrouw binnenin hen’, om vervolgens te ontdekken dat dit nergens toe leidde, behalve tot iets wat ze al wisten - dat ze een man waren!
Dus Jungs definitie van een man werkt niet bij mij. Maar wat moeten we dan?
Nou, Robert Bly wendt zich tot de mythologie. De titel van zijn boek is ontleend aan zijn hoofdpersoon, IJzeren Hans, die uit de sprookjes van de gebroeders Grimm komt. IJzeren Hans is een harige man, die op de bodem van een meertje woont, en mentor wordt van een kleine jongen die op zoek is naar zijn man-zijn. Uiteraard is het doel van het man-worden om de IJzeren Hans diep binnenin ons te vinden - de wildeman die in het oerwoud van ons leven woont. Praktisch gezien moet ik eerlijk toegeven, dat ik meer van de wildeman in mezelf ontdek dan van de vrouwelijke kant. Daarom vind ik IJzeren Hans aantrekkelijker dan het zoeken naar de Heilige Graal van mijn anima (vrouwelijke kant). Toch heb ik er nog wat moeite mee dat een hele theorie van het man-zijn gebaseerd wordt op sprookjes. Ik begrijp weliswaar dat er door de jaren heen in de primitieve literatuur telkens weer thema's of oertypes van de man verschenen zijn, maar dit wil niet zeggen dat ze betrouwbaar genoeg zijn om een hele theorie over de mens of over de man op te baseren.
Naast deze recentere niet-christelijke pogingen om het man-zijn te definiëren, verdienen de perioden vóór en na het feminisme onze aandacht. De vijftiger jaren, vóór het feminisme, zagen de echte man als een John Wayne, het type sterke, zwijgende man. In de periode na het feminisme werd meer de nadruk gelegd op het type Alan Alda, de gevoelige, verzorgende man. En midden in dit politiek correcte tijdperk van de gevoelige man, was er plotseling die interessante ommekeer, terug naar het sterke zwijgertype van John Wayne. Wat kunnen anders de Sly Stallones, Arnold Schwarzeneggers, Norman Schwarzkopfs en Steven Seagals betekenen? Voeg daar nog Donald Trump, Ted Turner en Ross Perot aan toe, en je ziet een interessante tegenstelling tussen het type man uit de literatuur, en de personen die we vereren met ons geld, onze tijd en onze verbeelding. Het lijkt dus dat er vele antwoorden zijn op mijn vraag hoe je een man moet definiëren. Is de ware man diegene die zijn vrouwelijke kant of zijn ‘wildeman’ gevonden heeft? Is hij de sterke man, de gevoelige man, of degene die succes heeft op de zaak? Of is de echte man gewoon een filmheld, en bestaat die niet werkelijk, behalve misschien in onze verbeelding?
In ‘Uneasy Manhood’ ben ik in het laatste hoofdstuk het dichtst in de buurt van de definitie van het man-zijn gekomen. Omdat ik schreef vanuit mijn functie van pastoraal theoloog in de evangelische traditie, stelde ik Jezus als het voorbeeld van mannelijkheid, waarnaar mannen zouden moeten streven. Wat wij in Jezus' leven kunnen zien is een uniek samenspel van kracht en gevoeligheid. Veel mannen van onze generatie zijn óf alleen kracht óf alleen gevoeligheid. Beide soorten mannen zijn incompleet. De macho moet gevoeligheid ontwikkelen. De gevoelige man moet zijn kracht ontdekken. Hij moet de wildeman in zichzelf en het vuur in zijn binnenste vinden! Ik vind het voorbeeld van Jezus een heel goed hulpmiddel voor mannen, die zijn leven in zijn geheel willen bestuderen, zonder de moderne stereotypes die vaak aan de bijbelse verklaringen worden opgedrongen. Hoe moeilijk is het, de verhalen over Jezus in de evangeliën voor zichzelf te laten spreken! Sommige mensen willen alles uit de verhalen schrappen wat niet in de hedendaagse cultuur past. Feministen doen dit als ze alleen maar praten over de gevoeligheid van Jezus. Anderen zien helemaal geen nut in Jezus als voorbeeld van mannelijkheid. Zelfs Bly ziet Jezus als een heel slappe man, die alleen passiviteit uitstraalde. Hij heeft liever Johannes de Doper, een harige wildeman, dan Jezus.[7]
Toen ik de man presenteerde in ‘Uneasy Manhood’, heb ik niet tot in detail uitgewerkt hoe het voorbeeld van Jezus gebruikt kan worden gedurende de lange levenscyclus van de man. De functies van zowel kracht als gevoeligheid veranderen naarmate de man ouder wordt. Toen ik mezelf bekeek op de video van die talkshow, realiseerde ik me, dat ik niet duidelijk genoeg was over de steeds veranderende definitie van mannelijkheid gedurende de levenscyclus. Ik was verontrust door wat ik zag.
Een paar weken later vloog ik van Philadelphia naar Memphis voor een spreekbeurt op een mannenconferentie. Ik was gevraagd voor een seminar over de onderwerpen die ik in mijn boek had behandeld. Toen ik in het vliegtuig mijn aantekeningen doorkeek, moest ik de conclusie trekken, dat ik mijn aanpak niet goed vond. Ik werd achtervolgd door de beelden van het televisie-interview. ‘Wat is een man?’ De vraag bleef maar in mijn hoofd rondspoken. Ik moest denken aan de literatuur over mannen, aan mijn boek, aan de mannen die ik kende, en ook aan de spanningen die ik, als man van middelbare leeftijd, in mijn eigen leven had.
Toen herinnerde ik me een boek over mannen, dat ik jaren geleden gelezen had, vóórdat de mannenbeweging in trek was. Naar mijn mening was het nog steeds een kritisch boek dat een uitstekende basis vormde voor onderzoek, en dat klopte met de realiteit die ik als man had ervaren. Het was Daniel Levinsons boek ‘The Seasons of a Man’s Life’.[8] Levinson doet een grondige studie naar het leven van veertig mannen, en ontwerpt naar aanleiding van dit onderzoek een theoretisch ontwikkelingsmodel, dat gebruikt kan worden om te begrijpen waar het om gaat bij het man-zijn. Zijn conclusies waren simpel: het man-zijn wordt gedurende de volwassen levenscyclus steeds verschillend weergegeven. Er bestaan vastliggende en voorspelbare fasen in het leven van de man.[9] Deze structuur sprak me wel aan, vanwege mijn eigen ervaring, en ook vanwege die van vele andere mannen, maar ik had nog meer bewijs nodig om overtuigd te raken.
Als theoloog, die getraind is om steeds de Bijbel te gebruiken, vroeg ik me af: ‘Heeft de Bijbel op dit gebied iets toe te voegen?’ Ik pakte een pen uit mijn binnenzak, draaide mijn servet om, en begon, temidden van de resten van een vliegtuigmaaltijd, wat onleesbare aantekeningen op het servet te krabbelen. Zes woorden uit de klassieke oudheid, die ik in mijn opleiding had bestudeerd, kwamen in mijn herinnering terug. Ik fluisterde een zacht: ‘Dank U, Heer, voor, nota bene, de eerste Hebreeuwse les!’ Mijn professor Hebreeuws had me namelijk verteld dat ik deze zes woorden op een goede dag zou kunnen gebruiken!
Zes woorden voor ‘man’, die ik jaren geleden bij de Hebreeuwse les geleerd had, verschaften nu het inzicht dat ik nodig had om te spreken voor de mannen op het weekend. Dit inzicht had ik ook willen hebben op die dag van de talkshow. De woorden die in het Hebreeuws op het servet geschreven waren (achterstevoren, vergeleken met het Nederlands) en eigenlijk meer op hanenpoten leken, gaven me een bijbels kader, dat ruimte liet voor de al lang bestaande mannelijke ervaring door de eeuwen heen, en dat ook geldt voor de hedendaagse literatuur. De zes woorden leken ook dezelfde aspecten weer te geven van seizoenen en ontwikkelingen, die aangetoond zijn in zo veel recente mannenstudies. Ze verschaften een methode om de ervaringen van de man te definiëren en in detail in kaart te brengen. Een kaart wijst ons de weg, geeft aan waar de weg ons zal brengen, en probeert ons te beschermen tegen verdwalen. Vele mannen zijn al verdwaald in het doolhof van het leven, eenvoudigweg omdat ze geen adequate hulp hebben gehad.
Wat dit boek probeert te presenteren aan de man, is een bepaalde visie op de reis van de man. In die zin is het boek beschrijvend, en wil het niet bepaald de wet voorschrijven.
Het is altijd verleidelijk om bij een observatie de volgende stap te zetten naar een vermaning: van hoe het is, naar hoe het zou moeten zijn. Dit is een op zich logische denkfout, maar wel ronduit gevaarlijk. De tocht die ik probeer te definiëren is afgeleid van deze zes belangrijke Hebreeuwse woorden, die de levensweg van de man omlijsten. Ik beweer niet dat ik taalkundige ben, en al helemaal geen kenner van de Semitische taal. Desondanks heb ik geprobeerd in de aantekeningen aan het eind van ieder hoofdstuk uitgebreid te verduidelijken, hoe de woorden in de praktijk gebruikt kunnen worden en hoe ze afgeleid zijn van de oorspronkelijke betekenis.
Voor de kritische lezers onder u, die willen weten of ik mijn argumenten kan bewijzen, zullen hopelijk de referenties genoeg informatie geven om de bronnen na te gaan. Ik heb ook advies gevraagd aan mijn vriend en collega, de professor dr. John Worgul (gepromoveerd in Semitische studies aan het Dropsie-College) over de details van de betekenis van de bijbelse woorden. Als een man, die bekend staat om zijn thematische benadering van de theologie, heeft hij me bijzonder aangemoedigd die woorden opzichzelfstaand te gebruiken. In het zinsverband kan de betekenis veranderen, zodat de door mij gebruikte woordvertaling niet altijd opgaat. Echter, zoals ik deze woorden gebruik, zeggen ze op een heel beeldende en ook bindende manier iets over de ervaring van de man, en dat zal ons vervolgens helpen om de betekenis van het man-zijn beter te doorgronden.

De ontwikkelingstocht
Het leven van de volwassene is geen statische situatie. De belangrijke verdienste van het werk van Levinson is de toepassing van dit gegeven op mannen. Het leven is een reis, en terwijl je op reis bent, verandert het landschap voortdurend. Deze realiteit schijnt voor veel mannen nog steeds een verrassing te zijn. We gaan ervan uit, dat ons werk, ons huwelijk en zelfs ons geloof niet verandert, terwijl we ouder worden. Als we een verandering opmerken, menen we, dat er iets goed fout is, en beseffen we niet dat dit een normaal onderdeel van de reis is. Als je op reis bent, betekent dat altijd een nieuwe start maken, en oude vrienden achterlaten. Het eindstation, weer opnieuw beginnen, een omweg, het tempo verhogen of vertragen, dat hoort allemaal bij een reis. En zo gaat het ook met het leven van een volwassene. Onderweg zijn betekent ook dat iedere nieuwe ontmoeting op een of andere manier een passende reactie of een aanpassing vereist. Als je van Zuid-Amerika naar de meer noordelijke gebieden reist, moet je je kleding aanpassen, en ook je verwachtingen van de mensen bijstellen. Nashville is geen Philadelphia, en New York is geen Dallas! En zo is ook het westen van Pennsylvania niet als het oosten. Hiermee bedoel ik niet dat de ene plaats beter is dan de andere. Ze zijn gewoon verschillend, en dit gegeven vraagt om aanpassing.
Zo is het ook als we de ontwikkeling van de volwassen man willen begrijpen. Het is niet zo, dat één bepaalde fase van de mannelijke reis de enige goede plaats voor de man is. Iedere fase geeft iets weer van wat het betekent om in dit stadium van je leven een man te zijn. Wat een twintiger karakteriseert en bepaalt, gaat niet op voor een veertiger. Maar beide perioden zijn fasen van het leven als man, en het is dus belangrijk om te weten wat bij die fasen past. Wat een man ervaart, en hoe hij geworden is, als hij veertiger is, dát hoort bij het man-zijn. Samen vormen deze fasen een verzameling noodzakelijke mannelijke ervaringen.
Ik weet dat sommige lezers zich zullen verzetten tegen het gebruik van zo'n bindende uitdrukking. Sommigen hebben ons doen geloven, dat er op het gebied van mannen en vrouwen geen enkel maatgevend gedrag meer is. Ik heb echter in dit boek, en ook in mijn vorige boek, geprobeerd aan te tonen, dat dit idee slechts een modern verzinsel is. Er bestaan cruciale verschillen tussen mannen en vrouwen op bijna alle gebieden die je maar kunt bedenken.[10] Maar omdat er in onze cultuur zo weinig vaders en oudere mannen een voorbeeld voor ons willen zijn, en ook omdat de definities die de feministen van mannen hebben gemaakt en de verwachtingen die er van mannen zijn, de boventoon voeren, is het sociaal en politiek niet juist om over de normatieve man te spreken. Toch geloof ik dat er een normatieve man is, die op de volgende bladzijden geschilderd zal worden, en geïllustreerd wordt door de zes Hebreeuwse woorden, die we zullen bestuderen, en die bevestigd is door het hedendaagse onderzoek naar mannelijkheid.
Als je deze zes stadia als een reis beschouwt, zul je er ook vanuit gaan, dat je bij iedere nieuwe situatie waarmee je geconfronteerd wordt, ook te maken zult krijgen met afscheid van het verleden, het starten met iets nieuws, de overgang van de ene situatie naar de andere, en de tijdelijke verwarring die daarbij optreedt. We moeten erop bedacht zijn, dat deze vier begrippen heel belangrijk zullen worden in de loop van het boek. Bij ieder stadium van ons leven moeten we door deze ervaringen heen om ons verder te kunnen ontwikkelen, om door te kunnen gaan met de reis, zonder te verdwalen of vast te komen zitten in de ontwikkelingsmodder! Soms kiezen we zelf en is het effect voorspelbaar, en moeten we er vrijwillig doorheen.
Als een man trouwt, kiest hij opzettelijk voor een situatie waarin hij zich zal moeten aanpassen en verandering moet accepteren. In die zin is de overgangsperiode te voorspellen. Het losmaken van zijn ouders en de vrijgezellentijd, en het beginnen van zijn leven als getrouwd man zullen enige tijd wat verwarring scheppen - dit is normaal en volkomen voorspelbaar. Maar als dezelfde jonge man in het eerste jaar van zijn huwelijk zijn baan verliest, wordt hij geconfronteerd met een ander soort losmaking, een andere soort nieuwe start, een andere overgangsperiode en meer verwarring. En deze situatie is onverwacht, onvoorspelbaar en lijkt ook niet te passen in het stadium waarin hij zit. Daarom zal deze aanpassings- en overgangsperiode misschien moeilijker en langer zijn, maar dit soort ervaring hoort evenzeer bij het man-zijn. Dit stadium van verwonding loopt weliswaar misschien niet synchroon met de verwachting van de jonge man, maar vormt desalniettemin een geweldige bijdrage aan zijn ervaring als mán, waardoor hij waarschijnlijk heel veel over zichzelf en zijn mannelijkheid zal leren.
Waardoor was deze aanpak met de zes Hebreeuwse woorden in mijn gedachten gekomen, tijdens die vliegreis? Terwijl de stewardess koffie voor me inschonk, schoot een bekende spreuk me te binnen: ‘Der jongelingen sieraad is hun kracht, en der ouden glorie is de grijsheid’ (Spreuken 20:29). Ik had er nooit over nagedacht wat de diepere betekenis van deze spreuk was. Maar nu stond het me helder en duidelijk voor ogen - hét antwoord voor de presentatrice van de talkshow!
Een man is afhankelijk van het seizoen waar hij in zit. Het hangt ervan af waar hij zich bevindt op de kaart van het man-zijn. Dit klinkt misschien ontwijkend, maar het is werkelijk een antwoord op de vraag, en wel op grond van zeer betrouwbare ervaring van deskundigen. Het is niet hetzelfde een jonge man te zijn als een oudere.
Ik kon bijna niet wachten tot ik weer thuis was, en de Hebreeuwse woorden op kon zoeken, die in Spreuken 20 gebruikt werden voor ‘man’. Toen ik dat gedaan had, kon ik bevestigen wat ik op tien kilometer hoogte op dat servet gekrabbeld had. Jonge mannen worden gekarakteriseerd door hun strijdkracht, en ouderen door hun wijsheid. We verwachten geen strijdkracht van oudere mannen, en maar zelden zien we veel wijsheid bij jonge mannen! Maar beide eigenschappen passen bij hun seizoen. Zelfs bij geloofszaken lijkt het erop, dat je op een verschillende geestelijke leeftijd ook verschillende geestelijke uitdagingen ontmoet en verschillende hulpbronnen nodig hebt. Kinderen moeten leren dat hun zonden vergeven zijn; jonge mannen moeten leren hun neiging het verkeerde te doen te overwinnen; en oudere mannen moeten volharden en waarde blijven hechten aan hun geestelijke volharding (1 Johannes 2:12-14).

De stadia van de reis
Wat zijn nu die zes Hebreeuwse woorden die de koers uitzetten voor onze reis als man? In de grondtekst van de Bijbel is het eerste Hebreeuwse woord voor man adam, en dit kan zowel man als mens betekenen. Dit is de enige aanduiding die we delen met onze vrouwelijke tegenhangers. Zo drukt het woord het algemene begrip ‘mensheid’ uit, die zowel uit mannen als vrouwen bestaat. Van mannen zeggen we, dat ze eerst en vooral geschapen wezens zijn. We komen niet voort uit onszelf, en ook leven we niet alleen voor onszelf, maar uiteindelijk is het de bedoeling, dat we een afspiegeling zijn van onze Schepper. Als geschapen mannelijke wezens zijn we gemaakt van vlees en bloed, stoffelijke wezens - die op een dag zullen weerkeren naar wat we werkelijk zijn: stof. Het feit dat we geschapen wezens zijn, betekent dat we eervolle en unieke capaciteiten hebben. Maar het betekent ook, dat we in staat zijn om onze talenten te misbruiken voor de meest verschrikkelijke doelen, en met verkeerde middelen. We mogen nooit vergeten wie we als man zijn: in staat om zeer goede daden te verrichten, en tegelijkertijd geneigd om afschuwelijk, vernietigend kwaad te doen.
Het tweede woord omschrijft de man in zijn meest basale, anatomische aspect. Het Hebreeuwse woord zakar is het woord voor ‘man’ in de zin ‘God schiep de mens [adam], man [zakar] en vrouw’ (Genesis 1:27). Hebreeuwse woordenboeken omschrijven de oorspronkelijke betekenis van dit woord als ‘het mannelijke uitsteeksel, de penis’. Daarom wordt met dit woord de ‘penisman’, of, netter, de ‘fallische man’ bedoeld, in zijn duidelijk seksuele betekenis. Door de man te omschrijven als een fallisch, seksueel wezen, erken je dat een belangrijk aspect van het man-zijn de natuurlijke gerichtheid op zijn penis is, die in onze cultuur óf verloochend wordt, óf geminacht, óf misbruikt. In de grond van ons wezen zijn we seksueel. De Bijbel heeft ons nooit willen doen geloven dat het anders ligt. De Bijbel plaatst en beschrijft ons waar we zijn en waar onze leefwereld is. Wie man is, zal ook een seksuele man zijn, en als man moeten we ons daar nooit voor excuseren, of laten kleineren door vrouwen (of ook door botte mannen).
Sommige vrouwen uit de vrouwenbeweging hebben niet alleen Christus onzijdig gemaakt, maar zouden ook nog wel willen dat alle mannen gecastreerd werden, onder het mom van het voorkómen van verkrachting. De seksuele man is degene over wie het meest geschreven is, maar die het minst begrepen wordt, ook door mannen. Sommige mannen zijn zich erg bewust van hun seksualiteit, maar zijn blijven steken in het fallische stadium van hun ontwikkeling. Op hun reis als man zijn ze gestopt bij Fallusië, hebben een seksobject gevonden, en hebben hun hele leven daaromheen gebouwd. Ik heb met mannen gesproken, die vijftigers of zestigers waren, en nog steeds hun verstand onder de gordel hadden. Ze zijn nooit volwassen geworden, en nooit verder gegaan met hun ontwikkeling. Ze hebben nooit geleerd dat seksuele energie op een constructieve manier in banen geleid moet worden. De volgende halte op de reis, is die van de veelbesproken strijder. Veel schrijvers, van Robert Bly tot Sam Keen, maken zich zorgen over het gebrek aan echte strijders in onze maatschappij. Het Hebreeuwse woord gibbor beschrijft deze man met zijn gevechtskracht. Jonge mannen voeren strijd op het sportveld, op school, op hun werk, overal. Ze strijden om de beste te zijn, de grootste, de meest onbuigzame, de rijkste, de slimste, degene die het meest gepubliceerd heeft en daardoor het bekendste is. Ze maken de tegenstander af, halen tegenovergestelde meningen onderuit, slachten hun aartsvijanden af, en verwoesten soms ook hun eigen huwelijk en gezin.
Dit competitieve strijden hoort ook bij het man-zijn. Maar de strijder, evenals het strijden zelf, is gedevalueerd in onze maatschappij. De strijder is een moordenaar - zeggen veel vrouwen, en ook mannen, die door vrouwen beïnvloed zijn. Hij is gewelddadig, onnadenkend, onverschillig, en uit op misbruik. Maar een volk zonder zijn strijders is in een twijfelachtige positie, zoals de Koeweiti's nu beseffen. De vraag is niet, of soldaten op zich belangrijk zijn, maar of ze in geval van oorlog voor de goede zaak vechten. Kracht, vechten en competitie zijn mannelijke eigenschappen. Als wij, zowel mannen als vrouwen, deze eigenschappen niet herontdekken en herwaarderen, heeft onze maatschappij een groot probleem.
De strijder is vaak teveel bejubeld. Hij is als een held vereerd. Maar er is een realiteit achter het oorlog voeren, die vaak over het hoofd wordt gezien. Geen militair die een leger op de been brengt, zal het in zijn hoofd halen (tenminste, in vredestijd) om te verklappen, dat een soldaat het risico loopt gewond te raken of zelfs gedood te worden, als die soldaatbij de beëdiging zweert, dat hij de bevelen van zijn officier en de commandant zal gehoorzamen. Dat doet het tegenwoordig niet zo goed meer. Zelfs in de Tweede Wereldoorlog waren er, voor zover ik weet, geen posters te zien met de tekst: ‘Uncle Sam heeft u nodig ... om te sterven voor de V.S.’ Maar bij iedere oorlog is de realiteit overduidelijk. Sommige strijders raken gewond. Sommigen sterven jong.
Het vierde Hebreeuwse woord voor man is het woord enosh. Dit woord beschrijft de man in zijn zwakheid, zijn kwetsbaarheid en zijn gewond-zijn ... de gewonde strijder, de gewonde man. Er wordt vandaag de dag veel geschreven over de gewonde man. Hij is verwond door een vader, die hem misbruikt heeft of nooit aanwezig was; door een overheersende moeder of leraar; door het schoolsysteem; door een overname van zijn bedrijf, waardoor de werksituatie ernstig verslechtert; door een periode van werkeloosheid; door mislukking, maar ook door succes; door alcoholgebruik; door een echtscheiding; door gebrek aan vrienden; door armoede en rijkdom. Het doet er niet toe waardoor het gebeurd is; hij is nu gewond, en hij bloedt! Hij heeft hulp nodig, en vaak beseft hij het niet eens.
De verwonde man wordt wel de metafoor van de negentiger jaren genoemd. Ik ben in verzorgingstehuizen geweest, en heb gesproken met verwonde mannen boven de tachtig. Ze hebben ooit de promotie, waarop ze hoopten, niet gekregen, en ze zijn daardoor voor de rest van hun leven verwond geraakt. Ze hebben het nooit kunnen verwerken. Ze zijn verdwaald in een enorm zwart gat op de reis van de man ... het zwarte gat dat verwonding heet. Voor ons mannen is het niet zo moeilijk om ons hele leven gewond te blijven. Het verwond zijn is een belangrijk onderdeel van de ervaring als man. Het is niet abnormaal, maar een voorspelbare ervaring op de reis van de man, en iets waarop maar weinig mannen voorbereid zijn. Maar je kunt het overleven, en het kan ook een verfrissende ervaring zijn voor de man.
Het algemene beeld van de man dat je in Amerika ziet, is waarschijnlijk de eenzame man op een paard, die precies weet wie hij is, en die nee gezegd heeft tegen vele andere invloeden in zijn leven. In de film ‘City Slickers’ speelt Jack Palance de oude, verweerde mentor van de jongere ‘City Slickers’ (van wie Billy Crystal de hoofdrol speelt). Hij is bevoegd als mentor, omdat hij al heeft bewezen dat hij de belangrijke zaken kan scheiden van de onbelangrijke, en omdat hij de eenzame man geworden is, die niet langer luistert naar de invloeden van cultuur en vrouwen. (De enige vrouwen waar hij wel van hield, heeft hij zelf in de steek gelaten!)
De vijfde Hebreeuwse term beschrijft deze man, die zich onderscheiden heeft, en die heerst over zijn eigen geest. Het woord ish geeft de man weer als de heerser over zijn eigen ziel, die onafhankelijk is van overwegingen van buitenaf. Dit is de man die zich heeft onderscheiden - iemand die zichzelf is, die weet wie hij is en wat hij kan, los van alle anderen. In die zin wordt de heersende man bepaald door zijn eigen karakter. Maar in tegenstelling tot Jack Palance in ‘City Slickers’, is de ish-man niet alleen.
De heersende man wordt ook getoond in zijn relaties. Dit woord omschrijft het beste zijn relaties, vooral die met vrouwen. Het verband is duidelijk. Een man kan pas heersen over zijn eigen ziel en oprecht zijn in zijn relaties, als hij verwond is geweest en daar doorheen gekomen is. Alleen die man, die verwondingen doorstaan heeft, kan met meer wijsheid gaan regeren. Hij wordt niet afgeleid door iedere stem die hem vraagt om iets anders te doen. De seksuele man en de strijder vallen heel gemakkelijk ten prooi aan deze fout. Maar door verwondingen te doorstaan kan een man een nieuw verworven perspectief op het leven aannemen. Hij wordt niet meer zo aangetrokken of afgeleid door alles wat er langskomt. Hij kan beter naar Gods stem luisteren, en zijn leven inrichten naar zijn eigen geweten en normen. Hij kan zijn weg doelgerichter uitstippelen, omdat hij een heldere visie op het leven heeft en duidelijker ziet hoe je kunt leven in overeenstemming met bijbelse waarheden. Hij is niet bang meer om een individualist te zijn, om tegen de stroom in te gaan, en om te doen wat hij echt wil doen, of om te doen wat hij gelooft dat God wil dat hij doet. Hij zit in de fase om zich te vereenzelvigen met zijn essentiële waarden, en zich daaraan toe te wijden. Dit is een belangrijk onderdeel van de ervaring van de man. Sommige mannen geven zich eraan, maar velen niet. Voor diegenen, die dat niet doen, wordt het leven mat, en hun ziel kan eraan onderdoor gaan. Ze blijven de rest van hun leven gewond of verdoofd. Voor de man die zijn eigen ziel gaat beheersen, wordt het leven veel interessanter; hij kan veel meer bijdragen en bereiken.
Terwijl het vaak de doelstelling van psychotherapie is om je te onderscheiden en een individu te worden, heb ik het gevoel, dat er een verleiding aan vastzit, als je belangrijkste doel is ‘een individu te zijn’. Het heersen over je eigen ziel kan ook heel gemakkelijk uitlopen op een helemaal opgaan in jezelf, zodat je een totaal individualistisch leven leidt. Ik ken voorgangers, die zich teruggetrokken hebben uit het ambt, en een volkomen geïsoleerd leven leiden. Ik ken leidinggevende mensen en militaire officieren, die werkend met pensioen zijn! Dit benadert echter niet de betekenis van het woord ish. Ik heb mannen gezien, die zich helemaal vastgebeten hebben in wat ze wilden bereiken met hun leven, en er ook helemaal voor gingen om dat uit te voeren. Ze speelden elke dag golf, bleven uit de buurt van iedereen en alles wat maar pijn kon veroorzaken. Ze deden hevig hun best te laten zien wie ze nu eigenlijk van zichzelf gemaakt hadden, en dit beeld de rest van hun leven overeind te houden. De bijbelse tocht van de man eindigt echter niet zo!
De laatste belangrijke halte van onze reis is bij het Hebreeuwse woord voor oudere. Dit woord, zaken, is hetzelfde woord dat gebruikt werd in die spreuk die destijds in het vliegtuig in mijn gedachten kwam. Het woord betekent letterlijk ‘grijsaard’, maar wordt vaak gebruikt in de zin van ‘wijze adviseur’ of ‘verstandige’. De grijsharige man is niet de verwarde, eenzelvige oude-van-dagen, die vaak in films en op televisie te zien is. Het bijbelse beeld beschrijft deze man als iemand, die nog volop in het leven staat, en die zijn beste en belangrijkste bijdrage aan de gemeenschap en de cultuur levert. Hij is degene, die bij de politieke, burgerlijke en religieuze instellingen van de gemeenschap de belangrijkste bijdrage levert. Hij is ook een adviseur; hij zit in de poort van de stad en vertelt zijn wijze ervaringen door aan de jongere mannen. In de oudere beschavingen was hij het middelpunt van alle mannen, diegene naar wie de jongere mannen opzagen, als ze advies, hulp, vermaning of meer inzicht in het leven nodig hadden. Hij was ook degene, die bepaalde, welke van de jonge mannen de eer verschaft zou worden, om volledig in de gemeenschap van de volwassen mannen geaccepteerd te worden. Jonge mannen waren echt hun leven lang op jacht om voor elkaar te krijgen, dat ze in de kring van de wijze mannen mochten aanzitten. In deze tijd is het beeld van de oudere man heel anders: hij zit in een verzorgingstehuis, gescheiden van de jonge mensen; hij kijkt de hele dag televisie en wacht alleen nog maar op de dood. Onze wijze mannen van nu zijn zich gaan verstoppen, omdat ze geminacht worden, óf ze bestaan niet. Het wordt tijd dat we hen opzoeken en aan het werk zetten, of dat we de jongere mannen de opdracht geven om wijze mannen te worden. Het grijze haar is niet iets wat je moet verstoppen onder een laag zwarte verf, maar wat aanzien hoort te geven onder alle mannen. Het is een onderdeel van de reis die we als man moeten maken; uiteindelijk is het de bestemming en het einddoel van de reis. Laten we er blij mee zijn!
In de volgende hoofdstukken wil ik dit verder uitdiepen. Ik hoop dat het u als man de weg zal wijzen, en u als vrouw ook - als u inzicht wilt krijgen in datgene waar mannen mee worstelen. Maar u zult wel begrijpen, dat ik me allereerst tot de man richt.
Het is niet mijn bedoeling, dat deze zes stadia een chronologische voorspelling zullen vormen. Als mannen bevinden we ons op veel plaatsen tegelijk op de kaart. In die zin zijn de stadia meer logisch dan chronologisch. Toch zit er wel een volgorde in de ontwikkeling van die stadia. Het is nu eenmaal moeilijk, om een wijze man te worden, zonder de ervaringen van een strijder te hebben meegemaakt, en verwondingen te hebben opgelopen. Je krijgt wijsheid vooral van levenservaring en helaas is die levenservaring vaak negatief. Het is moeilijk om te proberen de strijd te voeren met wijsheid, zonder de ervaring van het gewond-raken te hebben meegemaakt.
Ik schrijf deze woorden vanuit het perspectief van een vijftiger. Ik ben me er zeer van bewust, dat ik geschapen ben. Mijn lichaam verraadt me dat ik ouder aan het worden ben: van de kleur van mijn haar, via de extra gaatjes in mijn riem, tot de spierpijn die ik voel na het gras maaien: echt een schepsel! En dat zal ik altijd zijn. Ik ben ook erg seksueel. Ik heb een beeldschone vrouw, maar ik voel altijd dat er aan me getrokken wordt, als ik een reclamespot zie, die veel meer verkoopt dan alleen zeep. Seksuele verlangens worden niet minder door ouderdom, of door veel gebruik, of door misbruik. Op mijn goede dagen zie ik mezelf soms nog als een strijder. Dan droom ik nog van onmogelijke dingen; dan wil ik een luisterrijke instelling stichten, die mijn naam doorgeeft in de toekomst, of een bestseller schrijven (misschien wel dit boek!). Maar ik ben gekwetst - door kerken, door instellingen, door vrienden die ik vertrouwde, door verbroken beloftes, door zaken die niet zo gingen als ik graag wilde dat ze zouden gaan, of vond dat ze moesten gaan. Op sommige dagen maakt het feit, dat ik gekwetst ben, het me onmogelijk om te werken. Ik hoop, dat ik door mijn pijn wat wijsheid geleerd heb, over wat ik niet moet doen, of over wat ik nooit meer zou moeten proberen. Ik geloof dat ik aan het leren ben, om meer over mijn eigen ziel te heersen. Ik leer om vaker nee te zeggen, en ik ga me langzamerhand realiseren, dat de wereld, of onze organisatie, of deze dag niet echt helemaal van mij afhankelijk is. Ik geloof, dat ik nog geen wijze man ben, maar ik wil er één worden! Ik wil, dat mijn beste jaren vóór me liggen, en niet achter me. Ik wil een bijdrage leveren aan het leven van anderen, zowel mannen als vrouwen. Ik wil meer in het leven staan dan ik op dit moment doe. Ik wil niet mijn leven afsluiten in een verzorgingstehuis, waar ik eindeloos naar herhalingen van oude films kijk, en de minuten tel tot de volgende maaltijd. Er is wel iets belangrijkers om je door te laten inspireren, zeker in de levensfase waarin je het meest te geven hebt! Ik hoop daaraan te denken, als ik tachtig ben! In dit boek probeer ik de stadia van het man-zijn in de genoemde volgorde te bespreken. In de afgelopen jaren heb ik dit materiaal uitgetest op seminars voor mannen en conferenties in het hele land. Wat begonnen is als een paar op een servet gekrabbelde Hebreeuwse woorden, is nu uitgegroeid tot een heel weekendprogramma voor een mannenseminar. De aanpak van ‘De veelzijdige man’ lijkt deze mannen een bruikbare structuur te verschaffen, waarin ze zichzelf en hun ervaringen beter leren begrijpen. Meestal sluit ik mijn toespraak af met de vraag, waar deze mannen zich bevinden op de route. Dit is het meest dankbare moment van het weekend! Op dit punt kan ik zien, hoe de verschillende stadia deze mannen een handvat hebben gegeven om hun gevoelens beter te begrijpen. Vaak hoor ik: ‘Ik ben nog echt een strijder’, of ‘Ik was me er niet van bewust, dat verwond zijn zo'n belangrijk aspect van het man-zijn is’, of ‘Ik heb nooit eerder willen toegeven, hoezeer mijn seksualiteit nog steeds mijn leven beïnvloedt, zelfs als christen.’ Deze antwoorden deden mij inzien, dat ik in de goede richting ga met deze zes oude Hebreeuwse woorden. Of, beter gezegd: dat God de goede richting aangeeft, door ons woorden te geven, die helder omschrijven wat de mannelijke ontdekkingsreis inhoudt.
Ik wil duidelijk maken, dat er ruimte is voor verscheidenheid en creativiteit, als we deze aanpak volgen. Onze God is een God van verscheidenheid, en aangezien we naar Zijn beeld gemaakt zijn, is er waarschijnlijk een oneindig aantal manieren waarop we deze weg kunnen bewandelen. Dit boek wil eenvoudig weergeven, wat de algemeen voorkomende ervaringen zijn bij zowel de bijbelse mannen, als de mannen van deze tijd. Binnen dat gemeenschappelijke raamwerk bestaat er veel ruimte voor variëteit.
Ik wil deze inleiding afsluiten met een citaat uit het uitstekende boek over mannen, uitgegeven door Keith Thompson. Hij schrijft: ‘Mannelijkheid lijkt te worden vastgelegd in - en het symbool te zijn van - een zekere eenvoudige, rudimentaire, dieperliggende structuur. Ja, het is zelfs zo, dat dit patroon in opmerkelijke mate ruimte biedt voor variatie, diversiteit en natuurlijke afwijking in de uitingsvormen van mannelijkheid binnen de culturen wereldwijd.’[11] Hopelijk illustreert dit boek één van de manieren om die diepere structuren wat beter te gaan begrijpen, en te zien hoe in het algemeen gedacht wordt over de ervaringen van de man. Dan kunnen we misschien een antwoord geven op de vraag: ‘Wat is een man?’
Recensies uit de krant
21-1-2009NBD/Biblion
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584