Try it out
Lees hoofdstuk 1
Exousia
 
Boek kaft: Exousia

1

Met een zwaai van zijn magere arm sloeg Raymon het glas van het nachtkastje naast zijn bed. Het glas vloog met een boog door de kamer en sprong tegen de muur aan stukken, waarbij het water donkere vlekken op de vloerbedekking en het behang achterliet.
Het was een loos gebaar van verzet. Veel te laat, wist de jongen. Hij keek even naar de donkerder kleurende vlek op het natte behang, waar het vocht in trok en zich verspreidde. Vormen aannam. Hij keek weg. Hij wilde het niet zien. De lamp aan het plafond wiegde zachtjes heen en weer. Alleen voor zijn ogen, wist hij. Voor een ander hing de lamp doodstil.
De derde dreun. Als een donderslag die naderend onweer aankondigde. De trilling trok vanaf zijn rug door zijn ledematen en bleef diep in zijn buik hangen. Hij bewoog nu niet. Het had geen zin om te bewegen. Het zou geen enkel verschil maken als hij van zijn bed zou opstaan en zijn kamer zou verlaten. Hij bleef liggen en wachtte op wat onafwendbaar komen ging.
Was hij bang? Hij zweette. Ondanks de kou in de kamer liep een dun straaltje zweet langs zijn slaap en bleef in het vettige haar achter zijn oor hangen. Angst was niet meer wat het vroeger was. Het was een deel van zijn wezen. Angst was gewoon geworden, maar zijn denken was verward, zijn gevoelens afgestompt en de angst drong nauwelijks meer tot hem door. Maar hij was daar, altijd, als een wezen, een beest, sluimerend onder de oppervlakte van een troebel moeras, om dan weer de kop op te steken. Soms onaangekondigd, soms – zoals nu – langzaam naderend.
De vierde dreun. Een rilling trok over de naakte huid van zijn buik. De haartjes op zijn armen kwamen overeind. Zijn vingers trilden. Hij probeerde aan andere dingen te denken. Krampachtig dwong hij zijn gedachten naar een andere plaats, een andere tijd. Zijn ouders. Zijn jongere broertje. Marjolein. Verboden gedachten aan het verleden. Het hielp niet. Natuurlijk hielp het niet. Hij naderde onafwendbaar en verzet had geen zin. Hij kon zijn oren sluiten, maar hij zou horen. Hij kon zijn ogen sluiten, maar hij zou zien.
‘God,’ prevelde hij. Zijn lippen waren droog. Hij draaide zijn hoofd opzij.
‘God’ was een loos woord geworden. Een holle klank zonder enige betekenis, opgeweld uit een ander leven. Hij had net zo goed ‘boom’ kunnen roepen, of ‘steen’ of wat dan ook. Maar dat waren nog tastbare dingen. Dingen waar hij zich een voorstelling bij kon vormen. Bij ‘God’ bleef zijn voorstellingsvermogen weg. De barmhartige, liefdevolle Vader was er niet meer. De wrekende rechter was er niet meer. De God uit zijn jeugd was dood. Iedereen was dood....
De vijfde dreun. Een windvlaag trok door de kamer. Hij was er. Onzichtbaar, ongrijpbaar, maar onmiskenbaar. De geur van zwavel mengde zich met de rottende geuren die al in de kamer hingen.
‘Vuilnissss.’
Een zucht, eindigend in een lang aangehouden sissen. Niet zoals de stem van een mens, met een bron, een richting waarin hij kon kijken. De stem was alom aanwezig, zowel buiten als binnen zijn eigen lichaam. Hij dacht er niet meer over na of de stem echt was of niet. Het was niet belangrijk. Niets was belangrijk. Niets was echt. Alleen de angst was echt.
‘Waardeloos, rottend vuilnissss....’
Een traan welde op uit zijn oog en gleed naar beneden om in de schelp van zijn oor te blijven hangen.
‘Je bent onnut geworden...waardeloossss....’
Raymon knikte. Langzaam, nauwelijks merkbaar. ‘Sta op.’
Willoos richtte de jongen zich op. Het kostte hem al zijn energie. De kamer draaide.
‘Sta op!’ Snauwend.
Hij sloeg zijn benen over de rand van het bed. Het laken plakte nat en koud om zijn bovenbenen. De doordringende stank van oude urine maakte hem misselijk.
‘Sta op!’
Een pijnscheut trok door zijn schouders. Hij stond op, wankelde, maar bleef staan.
‘Kijk naar jezelf!’
Met onvaste passen liep hij naar de spiegel boven de wastafel. Hij sloeg zijn ogen op en staarde naar zijn spiegelbeeld. Een gezicht staarde terug met gepijnigde ogen in diepe kassen. De zwarte randen onder de ogen staken af tegen de in-bleke huid die strak over zijn jukbeenderen gespannen stond. Het haar zat in vettige slierten plat tegen het hoofd geplakt.
Met één hand zocht hij steun bij de wastafel en met de andere ging hij naar zijn gezicht en voelde aan het pluizige haar op zijn wangen en kin. Het spiegelbeeld deed hetzelfde.
‘Rottend vuilnissss,’ hijgde de stem met een spottende ondertoon. ‘Nutteloossss.’
Op het gezicht in de spiegel lag een wanhopige uitdrukking. Het gezicht wekte herinneringen op, maar hij vertrouwde niet meer op herinneringen. Evenmin op wat hij hoorde of zag, want er was geen werkelijkheid meer.
‘Uitgestoten....’
Hij wankelde en zocht met zijn tweede hand steun bij de wastafel.
‘Uitgestoten...’ herhaalde hij. Het was niet meer dan een droog piepen. Zijn oog viel op een scherf van het glas dat hem op de rand van de wastafel tegemoet glinsterde. Hij raapte het op.
‘Uitgestoten....’
Het glas sneed in zijn vinger. Hij voelde het niet. Als gehypnotiseerd keek hij naar het rode straaltje bloed dat uit de snee opwelde en langs zijn vingers over de palm van zijn hand liep, langs zijn pols en tenslotte een druppel vormde onder zijn puntige elleboog. Het beeld vermengde zich met de beelden van bloed en vernietiging.
Hij staarde weer naar het spiegelbeeld dat, net als hij, met de scherf in zijn handen stond terwijl langzame, donkerrode druppels van de elleboog vielen. Hij zag de snelle, hoge ademhaling, de magere borstkas waarop de ribben zich aftekenden.
Hij zag haarscherp hoe de gedaante in de spiegel de scherf naar zijn pols bewoog, de wanhoop, het verdriet, de eenzaamheid, de angst. Het helderrode bloed dat opwelde uit de pols. Uit de polsen. De honende lach.

p

Wat hij niet meer hoorde was de sleutel in het slot van zijn kamer. Wat hij niet meer zag was hoe de deur open zwaaide en in de deuropening de gestalte verscheen van zijn huisgenoot. Wat hij ook niet meer zag was de grijns op het gezicht van zijn huisgenoot, de grijns en de schittering in zijn ogen.

Recensies uit de krant
10-1-2001Stichting Nederlandse bibliotheek dienst
11-1-2001Frontaal
17-6-2001Visie
15-9-2001ZoZ Nederlands Dagblad
7-11-2001Reformatorisch Dagblad
9-12-2001Nederlands Dagblad
6-1-2002Kivive
Recensies van lezers
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584