Try it out
Lees hoofdstuk 1
Christendom voor moderne heidenen
 
Boek kaft: Christendom voor moderne heidenen
Voorwoord

Al te vaak heb ik mij een weg moeten banen door scripties die begonnen met ‘Pascal werd geboren ...’ om er zelfs maar over te piekeren dit boek met de gebruikelijke biografische gegevens te beginnen. Ik hoop dat u het niet leest (of overweegt te gaan lezen) om een paar roddels over het leven van iemand anders die dan toevallig Pascal heet te horen, maar om iets van zijn wijsheid over uw leven te proeven en, misschien, in te drinken.
De enige biografische details die me belangrijk toeschijnen om zijn gedachtegoed naar waarde te kunnen schatten, zijn de volgende:

1. Hij was een zeventiende-eeuwse tijdgenoot van Descartes, de ‘vader van de moderne filosofie’, en tot de negentiende eeuw de enige filosoof die zich niet aansloot bij Descartes’ nieuwe methodologische richting (in de achttiende eeuw ten onrechte met de naam ‘Verlichting’ opgesierd), die trachtte de filosofie en zelfs het leven langs de weg van de wetenschappelijke methode te benaderen.
2. Hij was zelf een groot wetenschapper. Hij verrichtte baanbrekend werk op het gebied van de wis- en natuurkunde (in het bijzonder de waarschijnlijkheidstheorie); tevens was hij de uitvinder van ‘s werelds eerste, werkende computer en van de stofzuiger, en bedacht hij een openbaar vervoerssysteem dat ‘vijfstuiverkoetsen’ moest heten. Hij kende de kracht van de wetenschap, maar was zich ook terdege bewust van haar onvermogen ons wijs, gelukkig of goed te maken.
3. Hij was een wonderkind dat door een wijze en liefhebbende vader met zorg werd opgevoed.
4. Een van zijn zusters werd non en jansenist. Zijn beste vrienden waren jansenisten, maar hij was geen jansenist. Later meer hierover (blz. 14).
5. Hij stierf op 39-jarige leeftijd, na een lange en pijnlijke ziekte.
6. In naam was hij altijd ‘werelds’ rooms-katholiek geweest, maar hij onderging een ‘tweede bekering’ (opgetekend in pensée nr. 913, blz. 355), die richting en roeping aan zijn leven gaf. Zonder deze bekering zouden de Pensées nooit geschreven kunnen zijn.

Genoeg over Pascal. De kern van dit boek is zijn boek, of liever gezegd: zijn niet-boek. Want in 1662 besloot God in zijn oneindige genade Pascal op de jeugdige leeftijd van 39 jaar van deze aarde weg te nemen, nog voordat hij de grootste apologie van het christelijk geloof die ooit geschreven is, kon voltooien.
Meestal zijn we verbijsterd over de manier waarop God de wereld bestuurt, maar zo nu en dan krijgen we een vingerwijzing, zien we een kleine kier in het gordijn, en vangen we een glimp op van hetgeen zich achter de coulissen afspeelt. Ik denk dat we hier met zo’n glimp te maken hebben. Waarom stond God niet toe dat Pascal het boek voltooide? Het boek waarvoor de pensées, als de door een stormvlaag getroffen papieren van een student, enkel de verspreide aantekeningen zijn? Iedereen die de pensées leest, kan de reden begrijpen: ze zijn te levendig, te levend om in een boek verpakt te worden. Ze lijken meer op Franciscus van Assisi dan op Thomas van Aquino. Chesterton beschrijft het verschil:

Als wij de omtrekken van deze twee menselijke gestalten zien, naderend over een heuvel in hun habijt, dan zouden we het contrast zelfs komisch vinden. Zelfs vanuit de verte zou het zijn alsof we de silhouetten van Don Quichot en Sancho Panza, of van Falstaff en Slender zagen. Franciscus was een schrale en levendige, kleine man; broodmager en gespannen als een boogpees, en in zijn bewegingen als een pijl uit de boog. Zijn hele leven was een aaneenschakeling van rennen en draven. Springen achter de bedelaar, naakt de bossen in rennen, zich op het vreemde schip werpen, zich in de tent van de sultan neerwerpend en aanbiedend zich in het vuur te gooien. In zijn verschijning moet hij geleken hebben op het dunne, bruine skelet van een herfstblad dat voortdurend danst op de wind; maar in werkelijkheid was hij de wind.
Thomas van Aquino daarentegen was een grote, zware boom van een vent, dik, langzaam en rustig; heel mild en grootmoedig, maar niet erg sociaal en, afgezien van de nederigheid van heiligheid, een verlegen mens en, afgezien van zijn zo nu en dan plaatsvindende en zorgvuldig geheimgehouden trance- of extatische ervaringen, theoretisch ingesteld. Franciscus was zó vurig, ja zelfs nerveus, dat de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders voor wie hij verscheen, tamelijk snel van mening waren dat hij gek was. Thomas daarentegen was zo onaandoenlijk, dat de geleerden in de scholen waar hij kwam, vaak dachten dat hij een domkop was. (St. Thomas Aquinas, hoofdstuk 1).

Aan zo’n man vragen een gewoon boek te schrijven, is zo ongeveer hetzelfde als de bliksem vragen of hij wil poseren voor een portret. Toch zijn we in het bezit van een soort ‘half-boek’ van Franciscus: de Fioretti, oftewel de ‘kleine bloemen’, ‘uitspraken’ van Franciscus, zoals de evangeliën de ‘uitspraken’ van Jezus bevatten. En hoewel de pensées door Pascal geschreven zijn, lijken ze meer op ‘uitspraken’ dan op een boek.
Geen van de drie grootste leraars en meest invloedrijke mannen uit de geschiedenis Jezus, Socrates of Boeddha schreef ooit een woord, behalve in het zand (Johannes 8:6). Ik denk dat de reden dezelfde is als die van het feit dat God Pascal niet lang genoeg liet leven om de tijger te temmen, om de ruwe parels die de pensées zijn, tot een halsketting te rijgen: hun volmaakte ongekunsteldheid is de grootste kunst.
Er bestaan twee niveaus van onderwijzen, een hoger en een lager. Boeken behoren tot het lagere, leven tot het hogere. ‘Uitspraken’ staan daar tussenin. Zij weerspiegelen en benaderen het hogere, het niveau van Christus en Socrates en Boeddha. Daarom was Socrates volgens Thomas van Aquino de grootste filosoof: omdat hij op dezelfde manier als Christus leerde, op het hogere niveau. Daarom schreef hij geen boeken (Summa Theologiae III, 42, 4).
Pascals ‘gedachten’ léven. Ze schieten heen en weer als vonken tussen het riet, of als een bliksemstraal. Elk weerlicht is kort. De voortdurende continuïteit die nodig is voor een lang boek vereist meer de mentaliteit van een kaartenmaker, zoals Thomas: transcendent, onbevangen, eindeloos geduldig. Pascal daarentegen heeft het gepassioneerde ongeduld van een minnaar. Hij maakt, zoals Franciscus, gedichten geen kaarten.
Ik ken slechts twee filosofen die net zo levendig waren als Pascal en hun hartstocht in grote boeken ordenden: Augustinus in de Belijdenissen, en Friedrich Nietzsche in Aldus sprak Zarathoestra ironisch genoeg de meest gepassioneerde christen en de meest gepassioneerde antichristen. (De enige romanschrijver wiens woorden met eenzelfde intensiteit als die van Pascal van de bladzijden lijken te springen, is Dostojevski, met name in De gebroeders Karamazow.)
Hoe moet de stijl van Pascal omschreven worden? Ik begon ermee een lijst van twintig of dertig bijvoeglijke naamwoorden op te stellen, probeerde ze vervolgens samen te vatten, en ontdekte dat ze op natuurlijke wijze zijn in te passen in de drie categorieën die corresponderen met de drie grote idealen van de stijl en van het leven zelf: het Ware, het Goede en het Schone. Om met het laatste te beginnen: Pascal is welsprekend, lyrisch, fijnzinnig en toch krachtig, geestig, schitterend als een juweel, scherpzinnig, verbluffend, bijtend, provocerend, boeiend, scherp, intrigerend, zelfs beangstigend. Tegelijkertijd is hij nauwkeurig, rigoureus, accuraat, objectief, concreet, empirisch, verheffend, wetenschappelijk, briljant, wijs en intelligent, dat wil zeggen: Waar. Toch is hij ook warm, persoonlijk, hartstochtelijk, liefdevol, teder, hartelijk, zorgzaam, ontwapenend, intiem en ernstig, dat wil zeggen: Goed. Zijn proza is als het proza van Jezus, zijn Meester. Zo moet volgens mij de stem uit het brandende braambos geklonken hebben. Er zijn twee manieren om een boek of een auteur te omschrijven. De meest gebruikelijke is door te beschrijven wat er is gezegd of hoe het is gezegd. Soms is dit gedenkwaardig. Maar het meest gedenkwaardige van een werkelijk groot auteur is welk gevoel hij jou geeft wanneer je hem leest. Hoe voelt het wanneer je Pascal leest? Wat gebeurt er als je Pascal leest? Sta me toe het je te zeggen.
Het is als een achtbaan of als een Iers landweggetje of als een onderwatergrot: je weet niet wat je kunt verwachten. Achter elke hoek gaat iets nieuws en opwindends schuil.
Plotseling, zonder enige waarschuwing, doorboort een pijl je hart. Onmiddellijk word je heel, heel rustig. Je stopt met ademhalen. De tijd staat stil. Je luistert, luistert écht. Naar je hart. Pascal spreekt niet langer vanaf de bladzijde van een boek, vanuit de geschiedenis of vanuit het verleden. Het is net alsof je gevangen bent, in bezit genomen door zijn geest.
En je weet, je weet absoluut zeker, dat je de waarheid hebt aangeraakt.

Pascal voor nu

Pascal is de eerste na-middeleeuwse apologeet. Hij is ‘voor nu’, omdat hij spreekt tot moderne heidenen, niet tot middeleeuwse christenen. De meeste hedendaagse christelijke apologetiek wordt in zekere zin nog steeds vanuit een middeleeuwse mentaliteit geschreven: alsof we nog steeds leven in een christelijke cultuur, een christelijke beschaving, een maatschappij die het Evangelie bevordert. Nee. De bruidsdagen zijn voorbij. De Middeleeuwen zijn voorbij. Maar dit nieuws is nog niet in zijn volle omvang tot in alle geledingen van de christenheid doorgedrongen.
Tot Pascal was het wel doorgedrongen. En daarmee is hij zijn tijd drie eeuwen vooruit. Hij richt zijn apologetiek tot moderne heidenen, wereldwijze sceptici, zelfvoldane leden van de nieuwe, geseculariseerde intelligentsia. Hij is de eerste die zich het karakter van de nieuwe, ontkerstende en ontheiligde wereld realiseert en zich tot die wereld richt. Hij hoort bij ons. Dit boek is een poging hem de aandacht te geven waar hij recht op heeft.
Ik heb overwogen dit boek ‘Een heilige voor alle sceptici’ te noemen, maar Pascal was geen heilige en hij schreef zowel voor niet-sceptici als voor sceptici. Maar afgezien van de Bijbel weet ik geen werk uit de tijd vóór de twintigste eeuw dat zijn christelijke pijlen dieper in de modern- heidense harten schiet dan de Pensées. Gedurende twintig jaar heb ik ‘Grote-Boekencolleges’ gegeven en ieder jaar worden mijn studenten stil, vervuld van ontzag als Pascal ter sprake komt, meer dan bij een van de andere veertig grote denkers die we behandelen in het kader van de westerse filosofie en theologie.
Waarom is hij dan niet beter bekend? Waarom werd ik tijdens mijn studie filosofiegeschiedenis aan vier hogescholen en universiteiten in het leven en werk van elke belangrijke filosoof onderwezen, behalve Pascal? ‘Te laat heb ik u liefgekregen, Pascal!’ Waarom moest ik jou zo laat ontmoeten, als was je een eenzame zwerver? Omdat Pascal dát is: een eenzaam zwervende filosoof temidden van het hedendaagse establishment; meer een wijze dan een geleerde; veeleer een menselijk wezen, dan een ‘denker’; niet zozeer slim maar wijs. Precies datgene wat de filosofie wordt verondersteld te zijn, namelijk ‘liefde voor de wijsheid’ maar sinds Socrates zijn we helaas ver afgedwaald. Er zijn ook religieuze redenen om Pascal te negeren. Enerzijds is hij te protestants voor rooms-katholieken, anderzijds is hij te rooms-katholiek voor protestanten. Toch staat hij zeker niet ergens in het grijze midden.
Protestanten die de Pensées lezen, kunnen er niet onderuit dat Pascal geheel en al, compromisloos en zonder zich ervoor te verontschuldigen, enthousiast rooms-katholiek was. In alle zaken die de protestanten van de rooms-katholieke traditie scheiden (kerk, heiligen, sacramenten, paus, enz.) koos hij, in volle overtuiging en in gehoorzaamheid aan de kerk, de kant van de rooms-katholieken; zelfs onderwierp hij zich aan het oordeel van de kerk, waarvan de rechtvaardigheid betwijfeld mag worden, toen deze de geschriften van zijn jansenistische vrienden veroordeelde.
Rooms-katholieken zien het codewoord ‘jansenisme’ en er begint een rood lichtje te knipperen. Is jansenisme geen ketterij en was Pascal geen jansenist? Inderdaad, het jansenisme is een ketterij, maar Pascal was geen jansenist.
Degenen die Pascal afdoen met het etiket ‘jansenist’, zijn te vergelijken met hen, die orthodoxe christenen ‘fundamentalisten’ noemen: het etiket zegt meer over degene die het opplakt dan over degene die het opgeplakt krijgt. (Gewoonlijk openbaart het deze drie dingen: a) dat de ‘plakker’ niet geïnteresseerd is in waarheid, feiten of nauwkeurigheid; b) dat hij het orthodoxe, supra-naturalistische christendom verwerpt, en c) dat hij zichzelf als progressief beschouwt, hetgeen vandaag de dag hetzelfde is als decadent.)
Wat zijn de feiten? Wat was het jansenisme en wat was Pascal? Zoals gedefinieerd en veroordeeld door de kerk, was het jansenisme niet simpelweg de nadruk die bisschop Jansenius in zijn Augustinus legde op het niet-van-deze-wereld-zijn of afzondering. Dat is eenvoudigweg christendom, wanneer christendom wordt gedefinieerd als ‘hetgeen Christus in feite leerde’.
Evenmin is het jansenisme ongenuanceerd te benoemen als het fanatieke streven (de heiligheid van) God met het hele hart lief te hebben. Dat is wat Mozes leerde (Deuteronomium 6:5) en wat Jezus bevestigde als ‘de gehele wet en de profeten’ (Matteüs 22:37).
Noch was het jansenisme simpel de nadruk op de ernst van de zonde en het goddelijk oordeel; dat is eveneens simpelweg een accent dat Christus legt. Niettemin zijn het deze opvattingen die vrijwel iedereen op het oog heeft die het jansenisme afwijst – en niet de in hoge mate technisch-theologische dwalingen op het gebied van moreel maximalisme en theologisch calvinisme die de kerk als ‘ketters’ veroordeelde. In zijn gangbare betekenis (het niet-van-deze-wereld-zijn, ‘fanatisme’ en de nadruk leggen op het goddelijk oordeel) is het jansenisme zonder meer de meest gehate leer in de westerse wereld van nu. De wereld wil alles doen om het zondebesef kwijt te raken, want de stank van haar zonden, in vergelijking waarmee Sodom en Gomorra op een kerkdienst lijken, dringt door tot in de hoge hemel.
Er is een enorme sociale en psychologische druk, zowel binnen als buiten de kerk, om de zonde te negeren, te ontkennen of te minimali16 seren, zoals Molina en de jezuïeten deden in de dagen van Pascal. (Men kan hierover lezen in Pascals briljante satire Lettres provinciales. Let echter wel op: hoewel deze brieven qua retoriek prachtig zijn, zijn ze tevens erg technisch.) Het heeft er veel van weg dat de belangrijkste vraag in de wereld: ‘Wat moet ik doen om gered te worden?’ (Handelingen 16:30) nooit gesteld wordt; en zo dit al gebeurt, dan is het antwoord niet ‘wedergeboren’ maar alleen ‘geboren’ worden; niet burger zijn van een andere wereld, maar van deze wereld; niet berouwvol maar respectabel, niet zelfverloochenend maar zelfbevestigend (zie Matteüs 16:24). Niettemin: zelfs al zou elke stem in de wereld het evangelie van spirituele eigenliefde verkondigen, dan blijven er nog altijd twee stemmen die ons zeggen dat we zondaars zijn die een Verlosser nodig hebben: de stem van het geweten in ons en de stem van God buiten ons: in de Schrift, in alle profeten en heiligen en bovenal in het onderricht van Jezus en zijn levende Kerk. Het zijn deze twee stemmen en niet die van de maatschappij waaraan we nooit kunnen ontsnappen. Noch in deze wereld, noch in de wereld die komt. Ook al betekent het oorlog met de rest van de wereld, toch is het beter vrede met déze stemmen te sluiten dan omgekeerd. Dat is geen jansenisme, dat is simpelweg christendom. Rooms-katholieken die dit lezen, zouden de verdenking kunnen koesteren dat Pascal werkelijk een soort protestantsevangelische spion was. Dat is voor tweederde deel waar. Hij was ‘evangelisch’ zoals Jezus dat was, en hij was een spion, zoals Kierkegaard, wiens missie eruit bestond ‘het christelijk geloof weer terug te smokkelen in het christendom’. Maar Pascal was geen protestant.
Zijn compromisloos rooms-katholicisme lijkt op het eerste gezicht de bruggen tussen rooms-katholieken en protestanten eerder te verbranden dan te bouwen. Maar bij nader inzien bouwt hij wel degelijk bruggen tussen sommige rooms-katholieken en sommige protestanten, en verbrandt hij de bruggen die geslagen zijn tussen een andere soort. Zowel de ultraliberale als de ultraorthodoxe protestanten worden in hoge mate door het rooms-katholicisme bedreigd. Voor de liberalen ‘is de enige goede rooms-katholiek een slechte rooms-katholiek’, spot pater Rutler. En voor veel fundamentalisten zijn de rooms-katholieken zelfs geen christenen, maar heidenen: aanbidders van de Kerk, aanbidders van de Paus, aanbidders van Maria, aanbidders van heiligen, aanbidders van bijgeloof, aanbidders van sacramenten, aanbidders van afgoden en aanbidders van goede werken. Maar Pascal bouwt bruggen naar evangelisch-protestanten door hun te tonen hoe evangelisch een roomskatholieke geest kan zijn en hoe volstrekt christocentrisch (zie hoofdstuk 28). Wat Pascal zonder het bewust na te streven! in de Pensées doet, is hetzelfde als C.S. Lewis deed in zijn Onversneden christendom, namelijk ons het enorme belang tonen van de gemeenschappelijke kern die ónder alle denominationele verschillen schuilgaat.
Een echte vereniging tussen rooms-katholieken en protestanten die Christus duidelijk na aan het hart ligt, zie Johannes 17:21 en 1 Korintiërs 1:10-13 kan slechts op één manier plaatsvinden: compromisloos; in kracht, niet in zwakheid. Het feit dat Pascal, evenals Augustinus, zowel te rooms als te protestants lijkt, wijst de weg naar deze hereniging. Het geheim ervan is simpel: het christelijke orkest zal in harmonie (niet noodzakelijk unisono) spelen als (en alleen als) alle instrumentalisten de ‘reinheid van hart’ bezitten en ‘één ding willen’ (in de perfecte zinsnede van Kierkegaard), één absolute wil bezitten, namelijk de wil van hun gemeenschappelijke dirigent Jezus Christus te volgen. Het absolute middelpunt van het rooms-katholicisme is Christus. Het absolute middelpunt van het protestantisme is Christus. De roomse en protestantse cirkels kunnen alleen vanuit het centrum naar buiten toe met elkaar verbonden worden. De twee wielen kunnen alleen door middel van een gemeenschappelijke as op één lijn komen.
En dat gemeenschappelijk middelpunt Christus is precies het enige punt waar Pascal ons, door alle punten in zijn Pensées, heenleidt. Elke pensée, ieder woord in iedere gedachte is een klinker in de weg die leidt tot dezelfde Christus, een teken dat wijst naar hetzelfde huis. De hele structuur van Pascals betoog is christocentrisch. Ik zal nu het hele geheim verklappen en Pascals uiteindelijke conclusie reeds hier, aan het begin, vermelden:

Niet alleen God kennen wij alleen door Christus, maar ook onszelf kennen wij alleen door Christus. Alleen door Christus kennen wij het leven en de dood. Zonder Christus weten wij niet wat ons leven is, en onze dood, en God, en wat wijzelf zijn (nr. 417).

De enige andere christelijke schrijvers die misschien krachtiger oecumenische bruggen zijn dan Pascal, zijn Augustinus en C.S. Lewis. En beiden delen hetzelfde eenvoudige geheim van Christus als middelpunt. Pascal beschouwde zichzelf altijd als een volgeling van Augustinus. Toen hij ziek werd, gaf hij al zijn boeken weg –een zeer grote bibliotheek voor die dagen en behield er slechts twee die zijn enig geestelijk voedsel vormden tot aan zijn dood, twee boeken waarvan hij niet kon scheiden: de Bijbel en de Belijdenissen. ‘Een wijze keuze’, is het commentaar van Malcolm Muggeridge. Een wijs commentaar.

Wat dit boek is en waarom

Dit is niet zomaar een boek over Pascal of een redactie van Pascal. Het is een origineel apologetisch werk, gericht aan onze eigen tijd, waarbij Pascal gebruikt wordt zoals men in een veldslag gebruik maakt van de cavalerie. Pascal is een buitengewoon snel paard. (Ik heb het paard altijd zo fantastisch hoffelijk gevonden, omdat het mensen toestaat het te berijden. Ik bedank Pascal dat hij een kleine jongen op een volbloedhengst laat rijden.)
Dit boek is geen ‘verklaring’ van Pascal. Pascal heeft geen verklaring nodig. Het is veeleer een versiering van Pascal, zoals het optuigen van een kerstboom.
O, dus dit boek is een boek over een ander boek? Dat klinkt dodelijk saai en vreselijk geleerd. Nee. Waarom niet? Laat me proberen het uit te leggen. We kunnen boeken over andere boeken onderbrengen in zeven categorieën. In de eerste plaats zijn er simpelweg nieuwe edities van het oude boek. Ten tweede kan de redacteur een nieuwe inleiding toevoegen, zoals wel gedaan wordt in edities van Bijbelboeken. Ten derde zijn er de samenvattingen; ten vierde de herschikkingen, die het opnieuw ordenen. Dit is zelden het geval, tenzij het boek hetzelfde karakter heeft als wat Pascal ons in de Pensées naliet: een duizendtal verspreide ‘gedachten’ als de stukken van een nog niet in elkaar gezette kristallen kroonluchter, een legpuzzel van juwelen. In de vijfde plaats zijn er de commentaren, verklaringen en interpretaties van wat de auteur bedoelt. Hoe duidelijker de auteur is, des te minder is het nodig. Bij Pascal is het nagenoeg overbodig. Ten slotte zijn er de versieringen: spontaan opborrelende uitbreidingen van het oorspronkelijk gedachtegoed van de auteur, discipelschap. Dat is dit boek: pascaliaans discipelschap. Het sluit nauw aan bij wat in de rabbijnse traditie midrasj genoemd wordt. Dit is een literaire vorm die bij moderne schrijvers vreemd genoeg afwezig is, waarschijnlijk vanwege onze wanhopige cultivering van originaliteit en minachting van traditie en het verleden.
De lezer kan zich afvragen waarom ik niet meer dan ongeveer de helft van het originele aantal bladzijden van de Pensées en slechts 203 van de 993 oorspronkelijke pensées heb opgenomen. Waarom half Pascal en half Kreeft in plaats van helemaal Pascal? Waarom deze versie eerder kopen dan de originele, onversierde en complete Pensées? Waarom Pascal niet puur drinken? In de eerste plaats moet je Pascal puur drinken en De Graaffs vertaling van de complete Pensées kopen. Dat is zoiets als het bos ingaan en een grote sparrenboom voor kerst omhakken. Dit is als het afzagen van zijn overbodige takken (die zijn talrijk) en de rest versieren. Het mooiste van een kerstboom, hoe mooi versierd ook, is en blijft de boom zelf. ‘Gedichten maken dwazen als ik / God alleen kan een boom maken.’ Je moet Pascal ‘puur’ tot je nemen door zijn woorden te lezen, niet de mijne, hetzij a) vóórdat je beide samen leest, hetzij b) nadat je beide samen leest, hetzij c) in plaats van beide samen te lezen. Het laatste wat ik in dit boek wil doen, is in de weg staan, als een zenuwachtige koppelaar. Pascals woorden klinken als een klok. Ik heb niet de intentie de klok onder te sneeuwen en haar heldere klank te verdoezelen. Ik wil er enkel op wijzen, als een gids.
Ten tweede: de helft van de pensées (de helft die ik wegliet) is niet belangrijk, zelfs niet bijzonder interessant, behalve voor specialisten. Ze zijn óf technisch, overtollig en achterhaald, óf obscuur, bijvoorbeeld de eindeloze details van Pascals oudtestamentische exegese. Dit is geen persoonlijk oordeel; vrijwel alle lezers zijn het erover eens welke pensées belangrijk en interessant zijn. Ze zijn hier allemaal opgenomen. Ten slotte: mijn ‘versieringen’ van de essentiële pensées zijn mijn pogingen u in mijn collegezaal te brengen. Mijn studenten en ik lezen, interpreteren en bediscussiëren de ‘spierkracht’ van een boek. We hebben deze methode (explication de texte) altijd verreweg de meest succesvolle en interessantste leermethode gevonden. Door dit boek te lezen, kunt u deelnemen aan mijn college zonder naar Boston te hoeven reizen en lesgeld te betalen. Ik breng het naar uw huis, leg het in uw handen.
Mijn aantekeningen zijn het equivalent van mijn colleges. In de regel zijn ze kort en onderverdeeld in kleine, afzonderlijke delen, evenals de Pensées zelf. Het is als een moeder die het eten voor een klein kind in kleine stukjes snijdt om de spijsvertering te bevorderen. Thomas van Aquino gebruikt dezelfde methode in zijn Summa Theologiae. Pascal was een meester van het epigram en de samenvatting. Het geheim van zijn stilistische succes bestaat grotendeels uit de kunst van het weglaten zoals bij Japans bloemschikken of Chinese landschapsschilderijen.

Dit boek richt zich tot twee verschillende soorten publiek, net als de oorspronkelijke Pensées drie eeuwen geleden. Vóór alles is het bestemd voor sceptici, ongelovigen, moderne heidenen. Het is een program voor een persoonlijke ‘terugtocht voor sceptici’, een uitgewerkt experiment voor sceptici, zelfs een gebed voor sceptici. Maar het is eveneens voor christenen: zowel voor apologetiek als voor zelfonderzoek.
De christelijke apologetiek vandaag de dag is zwak, omdat zij meestal van een of twee incomplete vormen gebruik maakt. Als ze inhoudelijk orthodox is, is ze meestal naïef onpersoonlijk van vorm; heeft ze daarentegen psychologische diepgang, dan is er meestal sprake van theologische oppervlakkigheid.
Evenals Christus heeft Pascal zowel diepgang van het hoofd als van het hart. Christus was Pascals onmiddellijke model in alle dingen, zelfs qua stijl. Vergelijk hun stijl met elkaar en dan met die van professionele psychologen, filosofen en theologen, en je zult de verwantschap opmerken.
De totale opzet, plot en strategie van de Pensées is in mijn Opzet duidelijk zichtbaar. Het gaat van het slechte nieuws naar het goede nieuws, van probleem naar oplossing, van diagnose naar genezing:
1. problemen: ellende, ijdelheid, onrecht, onredelijkheid, vervreemding, dood, zonde, egoïsme;
2. twee populaire schijnoplossingen: vermaak en onverschilligheid;
3. de weg naar een echte oplossing: de weg van het ‘hart’;
4. aanwijzingen langs de weg;
5. de beslissing: het ‘waagstuk’;
6. het eind(punt): Christus zelf.
Voor Pascal waren alle gebeurtenissen in ons leven evenzoveel vingers die wijzen naar Christus. De pensées leren ons de kunst van het volgen van de vingers. Pascal ziet dingen niet slechts als dingen maar als tekenen. Het lezen van kosmische vingerwijzingen was een wezenlijke kunst waarover de meeste antieke beschavingen beschikten, maar die de meeste moderne mensen missen.
We hebben deze tekenen heel hard nodig, want we zijn ‘verdwaald in een woud vol geesten’:

Faces along the bar
Cling to their average day;
The lights must never go out,
The music must always play;
Lest we know where we are:
Lost in a haunted wood
Children afraid of the dark
Who have never been happy or good.


[Gezichten langs de bar
Klampen zich vast aan hun doorsnee dag;
De lichten moeten nooit doven,
De muziek moet altijd spelen;
Opdat we niet weten waar we zijn:
Verdwaald in een woud vol geesten
Kinderen bang voor het duister
Die nooit gelukkig of goed zijn geweest.]

(W.H. Auden, ‘September 1939’)

De pensées leiden ons door en uit het woud vol geesten; ze brengen ons thuis. De pensées zijn profetisch; ze werden eerder voor onze tijd dan voor die van Pascal geschreven. Hoe meer de tijd afloopt, des te actueler ze worden.
In dit boek nodig ik u uit om samen met Pascal deze tocht te ondernemen een tocht die vreemd genoeg lijkt op uw leven. Hier is een wegenkaart, of liever gezegd, iets veel beters: een ervaren en prettige zeventiende- eeuwse gids, begeleid door zijn twintigste-eeuwse Amerikaanse leerjongen.

De structuur van de Pensées

Slechts negen pensées zijn als voltooide essays of hoofdstukken overgebleven. Het zijn:

nr. 149: Grootheid en ellende
nr. 131: Dogmatisme en scepticisme
nr. 199: Onevenredigheid van de mens
nr. 978: Zelfliefde
nr. 136: Verstrooiing
nr. 427: Onverschilligheid
nr. 418: Het waagstuk
nr. 449: De twee essentiële waarheden
nr. 919: Het mysterie van Jezus

Als de lezer enkel een indruk wil krijgen van de voltooide hoogtepunten van de Pensées, dan kan hij ermee volstaan deze negen essays te lezen. Als hij iets meer wil alle beroemde en kernachtige pensées dan kan hij de vetgedrukte nummers van mijn Opzet lezen. Deze Opzet bevat op zijn beurt slechts een selectie van 203 van de 993 originele pensées. De aanduiding van het nummer boven elke pensée in dit boek is volgens de indeling van de Krailsheimer-vertaling, die gestoeld is op de editie van Lafuma; het nummer tussen haakjes aan het eind van de pensée is van de Franse Brunschvicg-editie.
Wanneer ik terugdenk aan mijn scholing op universiteiten en de middelbare school en mezelf afvraag wat ik heb geleerd, wat uiteindelijk de moeite waard was, wat ik me nog steeds herinner van dertig jaar geleden, wat ik me op mijn sterfbed zal herinneren dan kom ik eerder uit bij een paar grote ideeën dan bij een duizendtal kleine. Om die reden heb ik mijn hele Opzet gegroepeerd rondom de 26 grote ideeën in de Pensées. Deze reductie van 993 naar 26 is werkelijk een voordeel, geen nadeel. Het zet Pascals strategie voort. Die strategie is er eerder op gericht ons in een nauwe steeg met slechts twee uitgangen (naar boven of naar beneden) te persen, dan ons op een bredere, vrije weg met meerdere opties te zetten. Deze strategie culmineert in het ‘waagstuk’. Evenals Christus brengt Pascal ons tot het enige absolute ‘of/of’ van het leven, naar de plaats waar het aantal opties versmald is tot twee: naar de kruispunten, naar het kruis.
Recensies uit de krant
20-1-2009NBD/Biblion
Recensies van lezers
NaamPieter de Kruijf
Rapportcijfer8
RecensieDit boek gaat al heel wat jaren met me mee. Steeds pak ik het er weer bij als ik inspiratie nodig heb. In dit boek worden een uitgebreide selectie van Pascals aantekeningen van commentaar voorzien door Peter Kreeft. Hij zet deze zogenaamde 'pensées' in de context wat veel toevoegt. Ook als is Peter Kreeft soms wat kort door de bocht, dit boek is voor mij een ware schatkamner.
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584