Try it out
Lees hoofdstuk 1
Vuurregen
 
Boek kaft: Vuurregen

Proloog

Katherine Lyon wist het niet – had ze haar zoon horen schreeuwen of was het maar een droom geweest? Het maakte niet uit. Ze gooide de ruwwollen dekens van zich af en sprong uit bed, op de koude tegels van de vloer.
Daar was het weer. Zwak, ver weg, maar onmiskenbaar. Het was haar zoon. En hij schreeuwde. Katherine pakte haar ochtendjas en gooide de houten deur open. Op de besneeuwde bergtoppen weerkaatsten de eerste spoortjes van roze licht, schemerig schijnend op de binnenplaats. De ochtendschemering brak aan, maar ze merkte het niet. Ze sloeg linksaf en rende over het balkon naar de vertrekken van de mannen. Weer vervloekte ze het feit dat ze uit elkaar waren gehaald. Maar Eric was nu dertien. Hij kreeg dons op zijn gezicht, zijn stem was regelmatig onvast – hij begon een man te worden. En mannen moesten gescheiden van de vrouwen slapen, dat waren de regels op het terrein.
En dan was er nog dat andere… die steeds groter wordende groep bewonderaars die hem Meester wilde noemen, en soms zelfs God. Het was dan ook niet gepast dat God op kamers woonde met zijn moeder.
Moeder en zoon waren nu elf jaar alleen geweest. De eerste zeven jaar nadat Gary, haar echtgenoot, als politieagent was doodgeschoten. De rest nadat Michael Coleman, een lieve vriend, zijn leven voor hen had gegeven – maar pas nadat hij Eric per ongeluk met een speciaal soort DNA had geïnfecteerd. Een DNA waarvan velen geloofden dat het afkomstig was van het bloed van Christus. Katherine liep langs twee jonge vrouwen op sandalen, gehuld in de wijde, kleurige broeken, die ze punjabis noemden. Als discipelen, die het voorrecht hadden op het terrein te wonen, was het hun grootste vreugde Eric en de leden van het Kartel te dienen. En dat deden ze met nimmer aflatende toewijding. Zelfs op dit uur van de dag droegen ze hun pujaas, schalen met gekleurde rijst en bloemen, het offer dat straks bij Erics deur zou worden neergezet.
Aanvankelijk hadden zij en Eric geprobeerd de aanbidding te ontlopen. Maar dat werd alleen maar begrepen als nederigheid, en dat was nog eens een extra bewijs dat hij God was. En de verering van zijn volgelingen was nóg intenser dankzij zijn griezelige talent om de gedachten van anderen te kunnen lezen. Praatjes en geruchten deden snel de ronde, en hoe harder Katherine probeerde de mythe te ontkrachten, hoe meer haar zoon werd aanbeden.
Buiten adem bereikte ze de vertrekken van de mannen. Toen ze de hoek om kwam, botste ze bijna tegen een gewapende bewaker aan, die bij Erics deur stond. Hij was een militair, maar niet Nepalees. Dat was niet vreemd – steeds meer landen boden hun diensten aan om in de gunst van het Kartel te komen. Deze soldaat was onderdeel van een ploeg internationale vertegenwoordigers die elkaar afwisselden. Zuid-Oost Azië, daar kwam hij vandaan, zo te zien.
‘Wat moet je?’ Hij sprak Engels, maar met een zwaar accent. Hij was nieuw en duidelijk van streek door het geschreeuw binnen.
‘Ik ben de moeder van de jongen,’ zei Katherine, happend naar adem. Ondanks dat ze al een paar maanden in de Himalaya woonden, was ze nog niet gewend aan de ijle lucht. Ze deed een stap naar de deur, maar hij hield haar tegen. Ze keek hem scherp aan. ‘Mijn zoon heeft een nachtmerrie. Als je me niet binnenlaat, kan hij kwaad op je worden.’ Ze haalde diep adem. ‘En dat willen we niet, toch?’
Dit was een excuus dat ze steeds vaker gebruikte. En gezien Erics woedeuitbarstingen van de afgelopen tijd, werkte het meestal. Er veranderde iets in haar zoon, net als toen met hun vriend Michael Coleman. Terwijl Erics bovennatuurlijke krachten zich aan het uitbreiden waren, begon zijn tederheid, het medeleven dat hij met anderen had gehad, te sterven. De achteruitgang, waar Coleman zelf zo tragisch tegen had gevochten, begon zich nu in haar zoon te manifesteren. Eric moest zich tot het uiterste inspannen om zijn agressiviteit in toom te houden… het was een vervelende en nogal ongewenste bijwerking van de pogingen van de mens om het goddelijk DNA te reproduceren.
Weer klonk er een gil. Gedempt nu, bijna jammerend. Katherine keek de man nog steeds met vlammende ogen aan en deed geen stap achteruit. De man op zijn beurt begon zenuwachtig te schuifelen en keek schichtig naar de binnenplaats, hopend op aflossing of in ieder geval assistentie. Maar er kwam niemand. Hij slikte. Toen knikte hij en stapte opzij.
Katherine gooide de deur open.
De kamer was een stuk groter dan die van haar – een samenraapsel van Oost en West. Gordijnen van zijde, gedrapeerd over kasten en tafels waarop de nieuwste computers en monitors stonden. Een reusachtig blauw Krishna-beeld tegen de ene gepleisterde muur, posters van de nieuwe rocksterren aan de andere wand geplakt. En daar, kronkelend in zijn grote hemelbed, lag de jonge Eric.
Katherine rende naar hem toe en nam hem in haar armen. Hij sliep nog steeds en jammerde zachtjes. Toen ze hem heen en weer begon te wiegen, hield hij op.
‘Stil maar, sssh…’
Instinctief sloeg hij zijn armen om haar heen en klampte zich aan haar vast, zoals hij dat als baby had gedaan. Katherine voelde een brok van emotie in haar keel. Ze had ooit gelezen dat er geen liefde puurder was dan die van een moeder voor haar kind. Ze was het er roerend mee eens. Ondanks zijn woedeuitbarstingen, ondanks de pijnlijke momenten waar hij voor kon zorgen – hij bleef haar zoon. Hij zou altijd haar zoon blijven.
‘Stil maar,’ fluisterde ze hees, en bleef hem wiegen. ‘Het is maar een droom, stil maar.’
Even maakte hij een onwillekeurige schokbeweging, toen deed hij zijn ogen open.
Ze kust hem op zijn voorhoofd. ‘Was het Heylel?’ fluisterde ze. ‘Heeft hij je weer iets engs laten zien?’
Eric gaf geen antwoord, maar wendde zijn hoofd af en liet zijn greep om haar middel niet verslappen.
Voor Katherine was het duidelijk. Ze was aanvankelijk wat bezorgd geweest over Heylel, die geregeld aan haar zoon verscheen. Maar na gesprekken met een stuk of tien experts op dit gebied, die stellig bleven beweren dat Eric met zijn beschermengel of een spirituele gids communiceerde, en na het lezen van boeken waarin het goede van dit soort communicaties werd geprezen, had Katherine besloten dat het in orde was… een beetje. Ze was een verbitterde domineesdochter, die speelde met de gedachte weer naar haar geloof terug te keren, en zag uiteindelijk niets verkeerds in de ervaringen die haar zoon onderging. Stond de bijbel niet vol met engelen die mensen adviseerden en leidden? Waarom zou Eric, die zo gevoelig was voor het bovennatuurlijke, zoiets niet ervaren?
Heylel getroostte zich grote moeite om nooit precies te zeggen wie hij was. Maar omdat hij een scherp inzicht in politieke situaties bezat, en omdat zijn voorspellingen – die hij via Eric aan het Kartel meedeelde – altijd exact uitkwamen, geloofden velen dat hij de geest van een militair genie moest zijn, misschien Napoleon of Alexander de Grote. Mensen met een nog levendiger fantasie dachten dat Eric het medium was voor een wijs en goedhartig buitenaards wezen van een andere planeet, maar wie wat meer wetenschappelijk was ingesteld, suggereerde dat Heylel een onbewust verlengstuk van Erics eigen bovennatuurlijk gaven was.
Hoe dan ook, het deed er niet toe. Het ging erom dat iedereen er heilig van overtuigd was dat Heylel goed was – de boeken, de psychologen, Eric, de specialisten die Katherine naar Nepal had gehaald om hem te onderzoeken, het Kartel, iedereen. Iedereen… behalve Katherine. Want ondanks het uitvoerige bewijs waren er ook die zorgwekkende momenten dat Eric de beheersing over zijn stem verloor en een spreekbuis werd voor dat wezen.
Heylel was altijd hoffelijk, nooit gemeen of lomp, en altijd had hij briljante adviezen. Adviezen, waarvan het Kartel steeds meer afhankelijk was geworden. Adviezen die deze halfgeheime organisatie van internationale bankiers, politici en wereldleiders gebruikte om er een betere wereld van te maken.
En toch…
Katherine streek het vochtige haar uit het gezicht van haar zoon en kuste hem op het voorhoofd. Hij bleef zich aan haar vasthouden. Ze probeerde hem van het bed op te tillen, maar de tijd dat dat kon, was allang voorbij. Hij was te zwaar. Ze hielp hem op te staan en leidde hem naar de deur. ‘Kom maar bij mij,’ zei ze zachtjes. ‘Eventjes maar.’
Het deed haar goed dat Eric niet tegenstribbelde, terwijl ze naar de deur liepen. God of geen god, deze bange jongen was de laatste paar uurtjes van de vroege ochtend bij zijn moeder.

Brandon kwam met een schok overeind in bed. Hij bleef even zitten, hapte naar adem en wachtte tot het laatste stukje van zijn nachtmerrie was vervlogen. Het was steeds dezelfde droom. De droom waarin hij voor het altaar stond in de kerk van zijn vader, oog in oog met een gigantische slangenkop. Zoals altijd zweefde het spookbeeld boven het middenpad van de kerk, nog geen meter bij hem vandaan. Zoals altijd had het zijn machtige bek geopend, klaar om hem te verslinden. En, zoals altijd, stond Brandon aan de grond genageld en staarde hulpeloos in het keelgat, waarin hij een draaikolk van menselijke gezichten zag, vurige geesten met verwrongen koppen, gezichten die over elkaar heen tuimelden, gillend van pijn en angst, tuimelend in die draaikolk, die langzaam in een peilloze afgrond verdween. Het visioen was gruwelijk. Altijd.
Net als de wind. Die scherpe, gillende wind, die hem in de mond probeerde te trekken. Net als in de andere dromen had hij zich snel omgedraaid om het altaar vast te houden in de hoop dat hij houvast genoeg had om naar binnen te worden gezogen, dat hij niet één van die duizenden getergde, gillende gezichten zou worden.
De nachtmerrie kwam niet vaak, maar steeds weer werd hij ijskoud en rillend wakker. De reden was niet ver te zoeken. Het was precies dezelfde confrontatie als toen, ruim een jaar geleden in de kerk van zijn vader. Maar in die confrontatie had het altaar het niet gehouden. Het was een felle, uitputtende ervaring geweest. Het had zijn vader het leven gekost en ook bijna het zijne.
Maar vannacht was er nog iets anders. Terwijl hij zich vastklampte aan het altaar had hij, gekerfd in het hout, een halve maan gezien en een ster met vijf punten. Het kwam hem vaag bekend voor, maar hij kon het niet plaatsen. Maar nu het laatste restje nachtmerrie wegebde, bleven de maan en de ster in zijn gedachten.
Hij draaide de wekkerradio op het nachtkastje naar zich toe. 2:39 stond erop. Hij kon niet meer slapen, dat wist hij zeker. Hij trok het vochtige laken van zich af, dat nog steeds aan zijn lijf geplakt zat, knipte het licht aan en ging op de rand van zijn bed zitten. Aan zijn voeten lag de krant van gisteren. De bekende koppen over de kelderende beurs van Tokio en de angst dat Wall Street en Nasdaq snel zouden volgen. Een ander artikel sprak van de massa’s mensen die van de droogte omkwamen. Er was ook iets over een nieuw virus dat zich razendsnel aan het verspreiden was. Ze noemden het ‘Scorpion’. De laatste schattingen waren dat 1,3 miljoen van de Semitische bevolking van de wereld, voornamelijk Joden en Arabieren, al waren besmet, en dat het nog een stuk erger ging worden voordat er een oorzaak was gevonden. Tenslotte was er weer een artikel over de vooruitgang die Lucas Ponte en het Kartel aan het boeken waren – op weg naar de wereldvrede.
Maar de koppen van gisteren waren op het moment niet belangrijk voor Brandon. Nee, zijn blik dwaalde naar een stapeltje schetsen op het kastje tegenover hem. Schetsen die Gerty Morrison had gemaakt, voordat ze stierf. Niemand had de oude vrouw tijdens haar leven serieus genomen, maar de voorspellingen die ze over Brandon en dr. Sarah Weintraub had gedaan, waren griezelig precies uitgekomen, tot in het kleinste detail. Toch waren die voorspellingen van vroeger niets vergeleken bij wat er volgens haar nog ging komen. Namelijk dat zowel hij als Sarah de twee profeten uit de eindtijd waren, waarover in de bijbel wordt gesproken.
Natuurlijk was er meer nodig dan de profetische woorden van één persoon om dat serieus te kunnen nemen, hoezeer ze in het verleden ook gelijk had gekregen. En God leek er nogal happig op om hen meer bewijzen te verstrekken… zoals wat andere zogenaamde profeten tegen zijn moeder zeiden toen ze in verwachting van hem was… en de bezetenen die altijd begonnen te gillen als hij en Sarah in de buurt kwamen.. en de resultaten van de paranormale tests die Sarah bij hem had afgenomen in de tijd dat ze elkaar leerden kennen… en de gruwelijke apotheose tussen hemel en aarde, waarbij zijn vader was omgekomen.
Maar er was nog een bewijs, iets wat misschien nog wel sterker was dan al die andere dingen bij elkaar: de profetische gaven die Brandon nu zelf begon te ontwikkelen. En, minstens zo belangrijk, de recente ontdekking dat hij zieken kon genezen.
Als God probeerde hem iets duidelijk te maken, dan deed Hij goed zijn best. Maar als het ging om het hoe of wanneer, dan was de zendstilte ronduit frustrerend.
Met een diepe zucht stond Brandon op van het bed en schuifelde naar de stapel schetsen. Het waren voornamelijk tekeningen die Gerty van hem had gemaakt op cruciale momenten in zijn jeugd. Het feit dat ze hem in die tijd nog nooit had gezien maakte die tekeningen nog boeiender. Maar van de laatste schets waren hij en Sarah behoorlijk verward geweest. Hij rommelde in de stapel tot hij het blad had gevonden. Het was een schets van hen samen. Hun haar was kort geknipt en ze stonden naast elkaar in een oude, ommuurde stad. En vlak voor hen zweefde het spookbeeld, het slangenhoofd uit zijn droom. De bek was wijd geopend, klaar om hen te verslinden. Maar minstens zo verontrustend was het feit dat de slang werd tegengehouden door iets wat op vlammen leek… vlammen die uit Brandons mond kwamen. Brandon staarde naar de schets. Na minuten van stilte legde hij de tekening terug op het kastje. Hij haalde diep adem, liet de lucht langzaam door zijn mond naar buiten lopen en keek weer naar de wekker.
Het was nu 2:43.
Hij ging terug naar bed. Hij knipte het licht uit en staarde naar het plafond. Het was niet waarschijnlijk dat hij nog kon slapen, maar hij moest het proberen. Tenslotte ging het een drukke dag worden vandaag. Drukker dan de meeste dagen.
Vandaag, over elf uur en zeventien minuten, zouden hij en dr. Sarah Weintraub man en vrouw worden.

Recensies uit de krant
7-7-2003Stichting Nederlandse Bibliotheek dienst
1-8-2003De boekensteun
Recensies van lezers
NaamD. Split
Rapportcijfer10
RecensieBill Myers is een groot schrijver. Het genodyne experiment (Blood of heaven), gevarenzone (Threshold) en vuurregen (Fire from heaven) vormen een perfecte trilogie. Begrijp de kritiek dat zijn werk moraliserend zou zijn niet omdat juist deze schrijver mensen zelf tot denken wil aanzetten. Zijn romans zijn creatief, vloeiend, origineel en superspannend. Samen met Ted Dekker en Frank Peretti behoort hij wat mij betreft bij de grote 3 voor wat betreft het beschrijven van het bovennatuurlijke. Aanraders: Eli, Face of God en Soul Tracker (Bill Myers).
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584