Try it out
Lees hoofdstuk 1
Blind vliegen
 
Boek kaft: Blind vliegen

Hoofdstuk 1

Jay Cooper zat op de rechterzitplaats van de 182 Skylane, zijn hand op de stuurknuppel, en keek over de neus van het vliegtuig naar de horizon. Hij genoot van het uitzicht over het Cascadegebergte, dat hij onder zich voorbij zag gaan. Een lichte bries van de Stille Oceaan streelde over de bevroren sneeuwtoppen als water over gladde stenen en deed de vleugels van het vliegtuig zachtjes wiegen en de neus op en neer deinen. Met kleine correcties aan de stuurknuppel hield Jay het vliegtuig op koers en liet het rustig dalen met een snelheid van vijfhonderd voet per minuut. Hij was veertien jaar, drie jaar te jong voor zijn vliegbrevet. Maar hij had vaak genoeg met zijn vader gevlogen om een vliegtuig te kunnen besturen. Als hij zeventien werd, zou hij zijn brevet halen, dat wist hij zeker. Nu zat zijn oom Rex naast hem op de linkerzitplaats als eerste piloot, en liet de besturing een poosje aan hem over.
Het was een pleziervluchtje. De Coopers waren in Seattle op bezoek bij de zuster van dr. Cooper, Joyce, en haar man Rex. Het leek Rex leuk voor de kinderen om ’s middags met het vliegtuig de lucht in te gaan. Dat was natuurlijk een goed excuus om te kunnen vliegen, want dat wil iedere piloot. Jay’s zus, Laila, wilde niet mee, dus Jay greep zijn kans.
Het zou een pleziertochtje worden, gewoon rond Mount Rainier vliegen, wat foto’s maken, daarna op hun gemak terugkeren naar Boeing Field in Seattle. Rex zou wat vlieguren kunnen maken en voor Jay was het een mooie gelegenheid om weer wat vliegervaring op te doen. En het was een prettige tocht, tenminste de eerste zeventig minuten.
Ze waren rond Mount Rainier gecirkeld en hadden een paar schitterende foto’s gemaakt. Ze hadden een paar manoeuvres gedaan als oefening voor Jay. Toen de wolken zich rond de bergtoppen begonnen samen te pakken, werd het tijd om naar huis te gaan en begonnen ze de afdaling naar Seattle.
De Skylane N758YT - de N werd altijd aangeduid als ‘November’ en de Y en de T als ‘Yankee Tango’ - had de typische Cessna-vorm die bijna iedereen die wel eens in de buurt van een vliegveld kwam kende. De vleugels zaten bovenop de romp, de twee grote wielen zaten aan dunne, verende poten, die net onder de cabine uitstaken. Het kleine voorwiel zat onder de neus. Het vliegtuig had een motor en een propeller aan de voorkant.
Binnenin was ruimte voor vier personen en een paar koffers. Het vliegtuigje was wit geschilderd, met vlotte rode strepen op de zijkanten en de vleugels.
En zoals alle kleine, eenmotorige vliegtuigjes, was ‘de Yank’, zoals oom Rex haar graag noemde, lawaaierig van binnen. De propeller maakte meer dan tweeduizend omwentelingen per minuut, zodat de harde wind over het aluminium van het vliegtuig raasde. En dat veroorzaakte een donderend gebrul. Jay en Rex praatten met elkaar via koptelefoons. Ze spraken in kleine zwarte microfoontjes voor hun mond en hoorden elkaar door de grote koptelefoons. Zonder die apparatuur zouden ze moeten schreeuwen om zich verstaanbaar te maken.
‘In dienst heb ik voor het eerst gevlogen,’ vertelde Rex. ‘Ik was er zo gek van dat ik er mee door wilde gaan toen ik uit dienst kwam. Het is niet meer zo spannend als toen, maar nog steeds spannend genoeg.’
Jay glimlachte. Rex was een grote man met een baard. Hij woog meer dan honderd kilo en was een bonk spieren. Hij had gevechtsvliegtuigen gevlogen bij de luchtmacht en vertelde vaak sterke verhalen over gewaagde manoeuvres, luchtgevechten, G-krachten en luchtziek worden. Laila kromp ineen bij zijn vliegverhalen, maar Jay vond het geweldig.
‘Mijn vader leerde vliegen toen hij student was,’ antwoordde Jay. ‘Hij dacht zeker dat hij een vliegtuig nodig zou hebben als hij naar archeologische opgravingen toeging.’
‘Hij heeft een 182, hè?’
‘Ja, die lijkt veel op deze, alleen wat ouder en een beetje gebutst. Hij heeft veel meegemaakt en niet altijd even prettige dingen.’
Rex fronste zijn wenkbrauwen. ‘Ja, hij heeft me wel eens verteld waar jullie zoal geweest zijn, hoe jullie gestrand zijn en werden beschoten, opgejaagd en gevangen genomen. Dat soort dingen zouden voor mij niet hoeven.’
Jay haalde zijn schouders op. ‘Ach, een beetje opwinding op zijn tijd heb je wel nodig.’
Rex lachte. ‘Ja, dat is zo.’
Ze waren gedaald tot vierduizend voet. Onder hen leken de heuvels aan de voet van het Cascade-gebergte gerafeld door afgravingswerk; grijze snelwegen met auto’s, klein als mieren, slingerden door de dalen, bruine graafwegen kronkelden als slangen over de berghellingen. Veertig kilometer westwaarts strekte zich de stad Seattle uit als een bed van grove kiezel op groen vilt. Verderop glinsterde de zeestraat Puget Sound blauw en spiegelglad en daarachter verrees de zaagtandvorm van het majestueuze Olympicgebergte aan de horizon.
‘Sjonge!’ riep Jay uit. ‘Wat zien die bergen er prachtig uit!’
Rex knikte. ‘Veel beter weer aan de westkant. Ik ben blij dat we daarheen gaan.’

Op het Seattle Tacoma vliegveld even ten zuiden van Seattle, gingen precies op dat moment passagiers aan boord van een Boeing 757. Een vluchtgeleider sloot de grote cabinedeur. Gezagvoerder Jess Crylor nam in de cockpit de controlelijst voor de start door, terwijl de twee enorme motoren met een oorverdovend gegier tot leven kwamen.
‘Seattle grond,’ seinde hij naar de verkeerstoren. ‘WestAir 271 klaar voor vertrek.’ Hij sprak tegen de man in de toren, die het vliegtuigverkeer op de grond regelde.
‘WestAir 271, Seattle grond,’ kwam het antwoord uit de toren. ‘U kunt vertrekken, volg de Northwest 271 naar 16-links.’
De grondverkeersleider gaf hem toestemming te vertrekken en een ander lijnvliegtuig te volgen, een Northwest Airlines 727, dat al op de taxibaan reed. Op vliegvelden zijn de startbanen genummerd volgens de richting waarin ze wijzen in kompasgraden, zonder de laatste nul.
Op een kompas is noord 360 graden, dus een startbaan die recht naar het noorden wijst, heet startbaan 36. Zuid op een kompas is 180 graden, dus een startbaan gericht naar het zuiden zou startbaan 18 heten. Seattle Tacoma heeft twee parallel lopende startbanen, gelegen op 160 graden, die 16-links en 16-rechts genoemd worden. Beide vliegtuigen zouden naar startbaan 16-links taxiën om op te stijgen.
Captain Crylor seinde terug: ‘WestAir 271.’ Steeds als een piloot instructies ontvangt van een verkeerstoren, antwoordt hij door het nummer van het vliegtuig te noemen. Op die manier weet de verkeersleider zeker dat de juiste persoon de juiste instructies heeft ontvangen.
Met een zachte stoot haakte de sterke vliegtuigtractor aan de neus van de 757 en begon het vliegtuig van de slurf weg te trekken.
In de cabine pakte het vliegtuigpersoneel de demonstratie-veiligheidsriemen en -zuurstofmaskers om de veiligheidsinstructie te gaan geven.
‘Goedemiddag, dames en heren. Uw aandacht alstublieft voor de stewardess, die voor in de cabine staat, zodat we de belangrijkste veiligheidsmaatregelen met u kunnen doornemen. Om te zorgen dat uw riemen vast zitten...’
In de cockpit zaten Captain Crylor en zijn co-piloot en namen de controlelijsten door, draaiden aan knopjes, haalden hendeltjes over en controleerden alle functies van het vliegtuig. Alles was in orde. Dit was een routinevlucht naar Salt Lake City. En dat zou het ook zijn, de eerste dertig seconden tenminste.

Rex en Jay naderden de buitenwijken van Seattle en waren gedaald tot vijftienhonderd voet. Rex nam het stuur van de Yank over en zette zijn radio aan.
‘We zullen ons laten leiden door het Auburn-vliegveld. Ik zal op hen afstemmen en eens horen of er nog andere vliegtuigen in de buurt zijn, waarvan ik zou moeten weten.’ Toen bedacht hij opgewekt: ‘Luister, we moeten het Boeing Field naderen vanuit het noorden. Wat zou je ervan zeggen, als we eens naar het noorden draaien en een vlug uitstapje over de binnenstad van Seattle maken?’
Jay knikte blij. ‘Lijkt me leuk.’
‘Mooi zo. Nou, dan gaan we naar links.’
Rex draaide de Yank naar links en zette een koers in, die een paar kilometer onder Seattle Tacoma International door voerde. Zorgvuldig hield hij het vliegtuig op vijftienhonderd voet, een goede en veilige vlieghoogte, zodat hij uit de weg zou blijven van de grote straalvliegtuigen die vanaf het vliegveld vertrokken.

De WestAir 271 taxiede naar de juiste plaats op startbaan 16-links en ontving meteen toestemming van de verkeerstoren: ‘WestAir 271, u kunt vertrekken.’
Captain Crylor gaf stevig gas, het gieren van de machine werd een gebrul, en de grote vogel begon de startbaan op te rijden.

Op dat moment hoorden Rex en Jay een stem door hun koptelefoons. ‘Auburn verkeer, een Piper Cub 889 op vijfenveertig naar rechts met de wind mee, een zes, Auburn.’
Rex grinnikte en seinde: ‘Hé, Chuck, ben jij dat?’
Chucks stem antwoordde: ‘Dat klinkt als Rex Kramer. Hoe gaat het?’
‘Prima, jongen. Ik heb net mijn neef meegenomen voor een tripje rond Mount Rainier.’
‘Daar is het een mooie dag voor.’
‘Voorzichtig aan, hè.’
‘Jij ook.’
‘Dat was Chuck Westmore,’ vertelde Rex. ‘Hij zit in een kleine Piper Cub vanuit Auburn.’ Opeens wees hij. ‘Hé, daar heb je ‘m, op twee uur.’
Jay wist wel, dat zijn oom hem niet zat te vertellen hoe laat het was, maar in welke richting hij moest kijken, zoals op een wijzerplaat. Als je een grote klok plat neer zou leggen en dan in het midden zou gaan staan, met je gezicht naar de twaalf, dan zou twaalf uur recht vooruit zijn, zes uur recht achter je, drie uur precies rechts van je en negen uur precies links van je. Omdat oom Rex twee uur zei, keek Jay naar rechts en een beetje naar voren, en inderdaad, daar was een klein geel vliegtuigje op weg naar de luchthaven.
‘De Cub is een leuk vliegtuigje,’ zei Rex. ‘Je zou er zowat mee in je oprijlaan kunnen landen.’
In dat korte ogenblik dat ze naar de Cub keken, merkten Jay en zijn oom niet, dat er een enorm straalvliegtuig opsteeg van Seattle Tacoma. Met hun huidige koers zouden ze precies beneden de vluchtroute van het lijnvliegtuig blijven. Op elke andere dag, onder normale omstandigheden, zou het straalvliegtuig zo hoog boven hen blijven dat er geen gevaar was. Maar niet vandaag.

De WestAir 757 scheurde door de lucht als een raket, klimmend tot vijfhonderd voet, duizend, 1,5 duizend.
ALARM! Er ging een siddering door het vliegtuig. Rode lampjes flitsten op het instrumentenpaneel. De 757 slingerde naar rechts.
Captain Crylor corrigeerde met de stuurknuppel en zette het linker roerpedaal vast, terwijl hij met zijn blik over de instrumenten ging en het gas regelde. ‘Brandstofdruk-verlies rechtermotor.’
‘Geen pompfunctie’, schreeuwde de co-piloot, die met zijn handen over het hele bedieningspaneel schoot: ‘Over op reservefuncties, handbediening.’
De rechtermotor van het vliegtuig draaide langzamer, verloor kracht. Nu alleen de linkermotor nog werkte, begon het vliegtuig vaart te minderen, het schudde en slingerde wild door de lucht en trok uiteindelijk met een ruk naar rechts. Crylor hield zijn voet op het linker roerpedaal om een rechte koers te houden. Hij drukte de knuppel naar voren, om met de neus neerwaarts wat meer vaart te kunnen maken. Dat kostte hem wat vlieghoogte, maar hij moest proberen het vliegtuig in de lucht te houden.

Chuck Westmore snorde rustig verder in zijn Piper Cub. Hij bereidde zich net voor op de landing toen de grote jet zijn aandacht trok. Hij had jarenlang in de buurt van Seattle Tacoma gewoond, gewerkt en gevlogen. Hij wist precies hoe het opstijgen van een groot straalvliegtuig er uit hoorde te zien. Hij zag de 757 schommelen en zakken in plaats van klimmen, en wist meteen, dat er iets helemaal mis was.
Hij besloot niet te landen, maar gaf gas en cirkelde rond om de jet in het oog te houden. Het vliegtuig was in grote moeilijkheden. Het verloor hoogte, waggelde stuurloos heen en weer, en er kwam maar uit een motor uitlaatgas. De andere deed het dus niet meer. Als de piloot het niet heel gauw onder controle kreeg…
‘Oh nee!’ Chuck dacht, dat zijn hart stil stond. Dat kleine witte vlekje daar, was dat niet Rex Kramers Skylane? De 757 vloog er recht op af!
Chuck tastte naar zijn radiomicrofoon. Zou Rex nog op de golflengte van Auburn zitten?
‘Rex! Kun je me horen?’
Rex’ stem antwoordde: ‘Ja, Chuck?’
Goddank! dacht Chuck. ‘Hou je vast Rex, er komt een jet op je af op drie uur! Hij zit laag, hij zit echt vreselijk laag.’

Rex en Jay keken net op tijd naar rechts om een straal zwart jet uitlaatgas te zien, die net boven hun rechtervleugel uit het zicht verdween. Een schaduw viel over hen heen. Ze vingen een glimp op van een punt van een vleugel, die groter was dan hun hele vliegtuigje.
In een fractie van een seconde stond de hele wereld op zijn kop, de grond werd de lucht en de lucht werd de grond. Ze zagen de wanden en de bovenkant van de cockpit met duizelingwekkende snelheid op zich afkomen.

‘Neeeee!!!’ Chuck schreeuwde toen hij de Skylane zag kantelen als een blaadje in de wind, volkomen stuurloos rondtollend. ‘Lieve God, nee! Rex! Rex! Kun je me horen?’

In de cockpit van de 757 hadden Captain Crylor en zijn co-piloot niets gehoord of gezien.
‘Geen functie, Cap.’ ‘Meldde de co-piloot. ‘De rechtermotor is morsdood.’
‘Begrepen’, zei Captain Crylor. Hij was opgeleid om het verlies van een motor bij het opstijgen op te kunnen lossen, en had de nodige correcties al gemaakt. Het grote straalvliegtuig was weer stabiel en vloog nu op één motor. ‘Rustig aan maar. We zitten laag, maar we vliegen nog. We zullen teruggaan en een noodlanding maken.’
De co-piloot merkte op dat de daken van de huizen niet zo erg ver onder hen waren. ‘We zullen de mensen in die huizen behoorlijk aan het schrikken maken, denk ik zo.’ Hij seinde naar de verkeerstoren van Seattle Tacoma. ‘Seattle toren. Noodtoestand. WestAir 271 heeft een defecte motor.’

Jay voelde zich verdoofd, duizelig, slaperig. Hij voelde geen pijn of angst. Recht vooruit kijkend door de voorruit leken de daken van een woonwijk rond te tollen, steeds dichter en dichter op hem af komend. Het leek onwerkelijk. Het leek meer een film die zich voor zijn verdwaasde ogen afspeelde. ‘Sjonge’, dacht hij.
Toen werd alles zwart.

Recensies van lezers
NaamMarieke
Rapportcijfer8
RecensieIk vond het echt een heel mooi en spannend boek! Mijn boekbespreking gaat ook over Blind vliegen! Ik hoop dat jullie hem ook gaat lezen want hij is echt super tof!
Naamgabriel
Rapportcijfer9
Recensiedit boek is mega goe :p ik heb het gelezen en gekocht samen met andere boeken van franky :p
NaamStephany
Rapportcijfer8
RecensieLeuk Boek!! Ik Zweeer.. Moet Je Zeker Lezen.. Ik Kreeg Een Zeker Gevoel van HOOP.. Alles Kan Als Je Er Maar In Geloofd Hea.. Daar Ben Ik Achter Gekomen Na Het Lezen.. PRachtig !!
Zoeken!
Uw klantgegevens
Welkom
U bent nog niet aangemeld:
Inloggen
Uw winkelwagentje
Leeg
Aanmelden voor de nieuwsbrief
 
 
Uitgeverij Novapres b.v. Krimweg 74 7351 AW Hoenderloo Postbus 18 7350 AA Hoenderloo
Tel:+31(0)55-5422584